Nadat hij ruim drie jaar bijna exclusief met dezelfde bandleden had gewerkt (McCoy Tyner- piano; Elvin Jones- drums; Jimmy Garrison- bas), luidde John Coltrane hier definitief het einde in van zijn klassieke kwartet. Kennelijk ontevreden met de eerdere opnames van zijn band van zijn cyclus
Meditations, qua ambitie en samenhang de artistieke opvolger van
A Love Supreme, nam hij de muziek in november 1965 opnieuw op, met een iets andere tracklisting en twee extra muzikanten: Pharoah Sanders (tenorsax) en Rashied Ali (drums).
Dit was de plaat die het jaar daarna als
Meditations zou uitkomen, de oorspronkelijke versie met het kwartet zou pas in 1977, tien jaar na Coltrane’s dood, het licht zien als
First Meditations (For Quartet).
Een paar dagen geleden heb ik een
lijstje op de site gezet van mijn favoriete Coltrane-platen. Daarin staat de
First Meditations-versie één plek hoger dan deze. Daar heb ik eigenlijk geen goede argumenten voor, behalve dat ik die kalere versie vaker heb beluisterd de laatste maanden. Nogal een flut-argument, maar goed, zo gaat dat met muzikale voorkeuren.
Bij herbeluistering moet ik toegeven dat Pharoah Sanders wel echt een aanwinst is voor deze plaat. De laatste keer dat Coltrane een tweede blazer in zijn band toeliet (op vaste basis) is, volgens mij, de grote Eric Dolphy in 1961, en ik begrijp wel waarom uitgerekend Sanders de eer te beurt viel om die schoenen te vullen. Waar Coltrane op
Meditations al redelijk ver de avant-garde induikt, klinkt wat Sanders uit zijn saxofoon perst, op veel momenten, nog het meest als een baby-olifant die achter een auto aan over een grindpad wordt gesleept. Dat wil zeggen, het is niet altijd even mooi wat je hoort, maar saai wordt het nooit, en op een onverklaarbare manier is het ook nog emotioneel overtuigend. Zijn solo op ‘Consequences’ tart elk vooropgezet idee dat je hebt over hoe muziek hoort te klinken, bijna op het onbeluisterbare af, maar ik heb nog nooit de skipknop ingedrukt.
In schril contrast daarmee is de toevoeging van een tweede drummer moeilijker te plaatsen. Goede drummer, Rashied Ali, maar niemand kan volgens mij Elvin Jones verwijten dat zijn drumgeluid op eerdere Coltrane-platen niet vol genoeg was. Het effect van verschillende drumtapijten uit twee verschillende kanalen werkt af en toe niet eens onaardig, maar het voegt te weinig toe aan de plaat om het gevoel weg te nemen dat Coltrane toe was aan een verandering binnen zijn band, maar te laf was om het hardop te zeggen. Als dat inderdaad de insteek was, dan sorteerde het effect: Jones zou, net als Tyner, twee maanden later uit de band stappen.
De plaat wint daarnaast aan historische waarde omdat dit één van die weinige platen is, naast
A Love Supreme en misschien nog een paar andere, waar Coltrane echt een eenduidige visie neerzette: een stuk muziek met kop en staart, dat bouwt en sloopt terwijl het beweegt tussen kakofonie en rust, en dat in zijn geheel beluisterd moet worden.
Misschien zijn, in dat verband, de rustmomenten op deze plaat me nog wel het meest dierbaar. Ik kan erg genieten van de twaalf minuten chaos waar deze plaat mee opent, maar de majestueuze pianosolo van McCoy Tyner daarna, op ‘Compassion’, is daarna toch ook wel weer erg mooi. Het meest ontroerende moment van de plaat is echter een bijna volkomen stilte, aan het begin van ‘Love’, als een paar minuten lang alleen Garrison te horen is, en het moment waarop Coltrane invalt, als de zon die door de wolken breekt, zo teder en romantisch als hij ooit geweest is. Juist de wanorde die nog natoetert in mijn oren maakt dit moment zo effectief:
Meditations is een plaat waar de herrie en de stiltes elkaar echt betekenis geven.
Nu ik deze zo beluister, vind ik hem eigenlijk weer beter dan de versie met alleen het kwartet. Maar ik kan me zo voorstellen dat ik weer van mening verander, de volgende keer dat ik die beluister. Het is een strijd die van mij nog wel even mag duren.