Wie denkt dat rock langzamerhand van zijn laatste ademteugen aan het genieten is, komt de laatste tijd bedrogen uit. Met het einde van de 10's in zicht, steekt het genre weer ondeugend zijn kop op en klimt het uit zijn eigen gegraven graf. Het klopt de stof uit de kleren en schudt daarmee ook het stoffige karakter waar rock de laatste jaren onder leidt van zich af. Voorzichtig en buiten het oog van het grote publiek richt zich een vernieuwende generatie rock-bandjes op, die ook niet bang zijn om andere genre-overschrijdende elementen toe te passen. Ik noem een Black Midi, Daughters, Fontaines D.C., Squid, Girl Band... Maar ook Australië doet doodleuk een duit in het zakje met de uit Melbourne afkomstige Tropical Fuck Storm.
Tropical Fuck Storm is dan ook echt een groep van het hier en nu; Een band met meer vrouwen dan mannen, een frisse fusie van Punk, Noise en Blues en teksten die de politieke chaos en verwildering van de samenleving aan de kaak stellen. In 2018 verschenen ze daar uit het niets met hun debuutalbum A Laughing Death in Meatspace, waar meteen duidelijk werd that they aren’t here to (tropical) fuck around.
De band is gecentreerd rond Gareth Liddiard, die eerder met The Drones al bewezen heeft over eigenzinnige muzikale inzichten te beschikken. In een duik in zijn discografie is al duidelijk de invloeden te horen wat uiteindelijk zal leiden tot de sound van Tropical Fuck Storm. Liddiard werd tijdens The Drones bijgestaan door Fiona Kitschin, wat zo goed beviel dat ze niet alleen de samenwerking met TFS voortgezet hebben, maar zich ook aan elkaar gekoppeld hebben voor het leven.
A Laughing Death maakte vooral furore met een desoriënterende barrage aan gitaarriffs samengevoegd met pakkende refreinen. Braindrops kent ook zeker nog het nodige kwalitatieve gitaargeweld en kabbelt voort op de vertrouwde sound, maar de tracks hanteren een veel duidelijkere songstructuur. In mijn ogen hebben ze met deze extra focus en een grotere nadruk op art punk esthetiek een duidelijke stap vooruit gemaakt.
Opener “Paradise” is gelijk een van de beste nummers van 2019. De stem van Liddiard is rauw en compromisloos met de back-up vocalen van Kitschin om de sfeer van de track nog eens stevig te onderstrepen. De opbouw is ijzersterk en terwijl Garreth in het laatste couplet vol frustratie zijn ongenoegen over zijn onbeantwoorde en voor lief genomen gevoelens uit (I wonder if you remember/But I ain’t some kinda bird shit mayor/bolted to the town Square) stevent het liedje af op een absolute chaotische maar krachtige climax, een tornado van distorsie en schreeuwende gitaren.
De veelzijdigheid van de band wordt echter al gauw duidelijk door tracks als “Planet of Straw men” en “Braindrops”, waar de insteek veel meer op een speelse punk variant gericht wordt. Hier straalt door hoeveel ritme en melodieën stiekem verstopt zitten, want dat is waardoor TFS bij mij zo opvalt: het zijn de innovatieve, soms haast funky, ritmes en de swingende aflevering van de vocalen tussen de rock basis wat TFS zo speciaal maakt. Ik zal gelijk dan “The Happiest Guy Around” onder de aandacht brengen, wat dat psychedelische funkloopje als rode draad is toch betoverend?
Braindrops is in mijn ogen een verbetering ten opzichte van het debuut, maar het is absoluut geen foutloos album. Zeker richting het einde wordt het iets teveel een herhaling van zetten. “Maria 62” is wel erg ongefocused en voelt als filler en “Aspirin” start belovend, maar kabbelt vervolgens maar wat voort. Hetzelfde geldt enigszins ook voor “Deserts Sands of Venus”. Beide voelen als ideeën die niet volledig uitgediept zijn. Ik mis net die extra laag of een bevredigend slotakkoord om het album naar dat hogere niveau te tillen. “Maria 63” is wel weer een waardige afsluiter van het album.
Braindrops is geen perfect album, maar de uitschieters op het album zijn ijzersterk. Een zeer frisse sound en een unieke invalshoek in het rockgenre waar ik al een tijd lang naar snakte.