menu

Wilco - Ode to Joy (2019)

mijn stem
3,70 (110)
110 stemmen

Verenigde Staten
Pop / Rock
Label: dBpm

  1. Bright Leaves (4:10)
  2. Before Us (3:22)
  3. One and a Half Stars (3:43)
  4. Quiet Amplifier (5:49)
  5. Everyone Hides (2:59)
  6. White Wooden Cross (3:12)
  7. Citizens (3:02)
  8. We Were Lucky (4:57)
  9. Love Is Everywhere (Beware) (3:33)
  10. Hold Me Anyway (3:58)
  11. An Empty Corner (3:46)
totale tijdsduur: 42:31
zoeken in:
avatar van Abram Olsen
4,0
Voorlopig kan ik alleen zeggen: WAT EEN PLAAT, deze nieuwe van Wilco. Na het wat minder interessante (maar nog steeds leuke) Schmilco en het wat matigere Star Wars is dit weer een enorm grote stap voorruit. De muziek op Ode To Joy moet het inderdaad hebben van subtiele veranderingen in de details, maar die vallen toch na één luisterbeurt al zodanig op dat ik heel erg benieuwd ben als ik hem wat meer doorgrond heb.

avatar van Wickerman
Net een stapje donkerder dan Schmilco, maar wel wat levendiger dan de soloplaten van Tweedy van vorig jaar. 'Quiet Amplifier', 'Everyone Hides' (welke zo op Schmilco had kunnen staan) en 'Hold Me Anyway' doen mij nu het meest. Ik hoor er toch wel wat moois in, valt me alleszins mee.

Voor mij schrijft Jeff Tweedy gewoon veel betere liedjes als hij aan de grond zit (zowel de donkere Uncle Tupelo tracks als voor Wilco). Ik ben oprecht blij voor hem dat het goed met hem gaat maar voor de muziek is het minder.

avatar van erwinz
4,0
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Wilco - Ode To Joy - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Wilco - Ode To Joy
Wilco keert terug met een verrassend ingetogen en ingehouden plaat, maar het is ook een plaat vol onderhuidse details en spanning van een bijzondere schoonheid en trefzekerheid

Jeff Tweedy liet de afgelopen jaren nadrukkelijk van zich horen met een aantal soloalbums en een mooie autobiografie, maar dit jaar ligt de focus weer op Wilco. De albums van de band vielen de afgelopen jaren wat tegen, maar met Ode To Joy voegt de band weer een topalbum toe aan haar oeuvre. Het duurt even voor je dit door hebt want Ode To Joy is een verrassend ingetogen en ingehouden plaat, die bij eerste beluistering wat voort lijkt te kabbelen. Onder het wat zompige geluid wordt de spanning echter prachtig opgebouwd met bijzondere details, waardoor de ingehouden songs op het album steeds meer tot leven komen en Ode To Joy uitgroeit tot een prachtalbum.

Wilco maakt momenteel diepe indruk op het podium, maar voor de laatste echt goede Wilco plaat moeten we alweer een tijdje terug in de tijd. Wilco werd de afgelopen jaren overvleugeld door de prima soloplaten van voorman Jeff Tweedy en stelde toch teleur met haar laatste wapenfeit.

Schmilco uit 2016 was geen hele slechte plaat, maar doet binnen het rijke oeuvre van de band uit Chicago mee in de achterhoede. Met het deze week verschenen Ode To Joy keert Wilco terug en revancheert de band zich voor de zwakke voorganger.

Ode To Joy is een behoorlijk ingetogen plaat. Het is een plaat die aansluit op het solowerk van Jeff Tweedy, maar is wat mij betreft meer dan Jeff Tweedy met een begeleidingsband.

Vergeleken met een deel van het vroegere werk van de band is het wel even wennen. Ode To Joy is een behoorlijk ingehouden plaat en is voorzien van een wat zompig klinkend geluid. Het is een geluid dat er voor zorgt dat het net lijkt of de band zich continu in moet houden, maar het is ook een geluid dat zorgt voor een bijzondere spanning.

Ode To Joy moet het niet hebben van overrompeling. De meeste songs op het album slepen zich langzaam voort en worden zorgvuldig opgebouwd. Het nieuwe album van Wilco is een wat introvert album dat aangenaam voortkabbelt wanneer je er niet al te zorgvuldig naar luistert. Bij zorgvuldige beluistering komt de schoonheid van Ode To Joy echter makkelijk aan de oppervlakte.

Glenn Kotche drumt weer uitermate subtiel maar trefzeker, terwijl Nels Cline in iedere song op het album imponeert met fraai gitaarwerk. Ook het toetsenwerk op het album is van een grote schoonheid en alles kleurt prachtig bij de ingetogen zang van Jeff Tweedy, die zich niet van de wijs laat brengen door het subtiele muzikale vuurwerk van met name Nels Cline.

Ik vond Ode To Joy direct beter dan de laatste paar albums van Wilco, maar iedere keer dat ik naar het album luister, klimt Ode To Joy wat verder omhoog uit de middenmoot van het bijzondere oeuvre van de band. Wilco was in het verleden vaak de band van de grote stappen, maar zet in de songs op Ode To Joy steeds ministapjes. Het lijken misschien songs die wat voortkabbelen, maar het zijn de bijzondere details die de ruwe diamanten op het album slijpen tot fonkelende diamanten.

Jeff Tweedy trekt Ode To Joy wat dichter naar zijn soloalbums toe, maar Glenn Kotche en vooral Nels Cline maken er Wilco songs van. Zeker wanneer je wat dieper in het zompige geluid op Ode To Joy duikt word je keer op keer betovert door prachtig en veelkleurig gitaarwerk en door de subtiel stuwende percussie. Het doet af en toe wel wat denken aan het latere werk van The Beatles of aan het solowerk van John Lennon, maar het blijft toch ook onmiskenbaar Wilco.

Ode To Joy blijft een zachte en wat voorzichtige plaat, maar ondertussen gebeurt er van alles en groeien de songs op het album gestaag door en worden de persoonlijke teksten van Jeff Tweedy steeds intenser voorzien van een bijzondere muzikale lading. Zeker wanneer het album voorzichtig ontspoort speelt Nels Cline een heldenrol, maar het steeds weer Jeff Tweedy die uiteindelijk de aandacht naar zich toetrekt met zijn prachtig ingehouden zang.

Ode To Joy is geen album dat onmiddellijk een onuitwisbare indruk maakt. De ingetogen songs op het album moeten de kans krijgen om te groeien en doen dit vervolgens ook op indrukwekkende wijze. Het album moet absoluut nog even rijpen, maar zou zich wat mij betreft zomaar kunnen ontwikkelen tot een van de betere albums in het unieke oeuvre van de band uit Chicago. Erwin Zijleman

"De ingetogen songs op het album moeten de kans krijgen om te groeien en doen dit vervolgens ook op indrukwekkende wijze. Het album moet absoluut nog even rijpen, maar zou zich wat mij betreft zomaar kunnen ontwikkelen tot een van de betere albums in het unieke oeuvre van de band uit Chicago. Erwin Zijleman"

Die plaat is net drie dagen uit.

avatar van erwinz
4,0
Remy schreef:
"De ingetogen songs op het album moeten de kans krijgen om te groeien en doen dit vervolgens ook op indrukwekkende wijze. Het album moet absoluut nog even rijpen, maar zou zich wat mij betreft zomaar kunnen ontwikkelen tot een van de betere albums in het unieke oeuvre van de band uit Chicago. Erwin Zijleman"

Die plaat is net drie dagen uit.


Ik had hem al wat langer

4,0
Vind het toch echt een hele fijne plaat. En zo naar buiten kijkend, kon de timing hier in Nederland eigenlijk niet beter. Voorlopige favorieten zijn Quiet Amplifier, Citizens en Love is Everywhere, maar We Were Lucky vind ik als Spaghetti Western fan ook erg fijn (de heerlijk gefrustreerde aanvallen op de gitaar voelen als wanneer men buiten de saloon voor een duel gluurt naar het kruipen van de klok naar 12 uur uur ), evenals een hoop andere.

Ik hoor steeds nieuwe dingen, en zet 'm voorlopig op 4 sterren.

avatar van Norrage
4,0
Het is wel een groeiertje!

avatar van heicro
4,0
Norrage schreef:
Het is wel een groeiertje!

Zeg dat wel. ik zit onderhand echt te genieten. 'We Were Lucky' bijvoorbeeld, overstijgt zelfs mijn favoriete nummer 'How Hard It Is for a Desert to Die' van Jeff Tweedy's laatste soloalbum.
'Subtiel' is het toverwoord bij dit album, met 'We Were Lucky' als het ultieme psychedelische meesterwerk.

Sommige andere nummers moeten nog groeien, ik heb het album nog maar 4 keer gehoord, maar het lijkt er op dat dit het beste album van Wilco is sinds 'Yankee Hotel Foxtrot'.

avatar van mattman
4,0
Fijne plaat. De plaat klinkt heel beige vind ik, het kleur op de hoes. En eigenlijk is dat hier net wel een compliment. Een band die al vele jaren bezig is, altijd consistent geweest is. De stem van Tweedy blijft mij aanspreken, de grillige manier van spelen ook.

Nu moet ik deze band dringend eens live aan het werk zien.

avatar van west
3,5
mattman schreef:
Fijne plaat. De plaat klinkt heel beige vind ik, het kleur op de hoes.

Maar ik heb de LP net binnen en die is roze...

avatar van Fathead
4,0
Quiet Amplifier doet mij erg aan In the Devils Territory van Sufjan Stevens denken.

Hoogtepunt ook, van dit heerlijk wegluisterend album, samen met 1/2 Stars.

avatar van west
3,5
Fathead schreef:
Hoogtepunt ook, van dit heerlijk wegluisterend album, samen met 1/2 Stars.

Jij laat 'One and a' weg?

4,0
Het valt me nu ook op dat de hoogtepunten (voor mij persoonlijk dan) vrij gelijkmatig overzicht het album verspreid zitten. Niet dat dat gek is binnen het werk van Wilco, maar vaak kunnen albums wat afkabbelen na de eerste helft. De nummers die me nu het minst pakken (excuses voor de negatieve benadering) zijn 3/2 stars, White wooden cross en hold me anyway. En ook die liggen perfect verspreid over het album.

Ik blijf dit voorlopig veel opzetten, en ook veel andere Wilco. Kan nu nog niet zo goed inschatten hoe het vergelijkt.

avatar van Sandokan-veld
3,5
De releases van Tweedy moeten er uiteraard fysiek komen, dus vanmiddag de lp in huis gehaald. Betreft dezelfde roze persing die hierboven al door west genoemd wordt. Het is ook nog heel erg zuurstokroze, een vreemd contrast met de soberheid van de rest van het artwork.

En dat voor een plaat die al vrij ambigu is: als zo'n dag waarop je niet precies kunt zeggen wat voor weer het is. Liedjes die minder worden gedreven door duidelijke melodieën dan door ritmes. Glenn Kotche is al sinds zijn aantreden in 2001 een hoofdrolspeler in Wilco, maar nu lijkt hij volledig centraal te staan, terwijl de anderen om hem heen subtiel de aankleding verzorgen, en Tweedy's liedjes als een soort meditatieve drones halverwege de mix liggen.

Het is niet de terugkeer naar hartverscheurende liedjes met experimentele noisepassages waar veel Wilcofans op hopen, maar mijn interesse is wel gewekt (al ben ik wel een hondstrouwe fan, dus dat is niet echt verbazingwekkend).

avatar van Juveniles
4,0
Citizens! Jammer dat de band zich hier inhoudt, want het nr heeft het in zich te ontsporen. Had de tekst nog meer kracht bij gezet, "white lies..."
Anderzijds valt er ook wat voor te zeggen dat er een zekere onderhuidse spanning wordt gecreëerd juist doordat ze zich inhouden. En in het nummer hierna ontspoort de boel reeds. Teveel ontsporing is ook weer zoiets. Of ze hadden het nummer ergens anders moeten plaatsen. Enfin...tot zover deze triviale bespiegeling.

avatar van Venceremos
3,5
Bij AGIB werkte die continue afwisseling tussen ontsporing en harmonie in elk geval erg goed.

Gisteren na deze eens Schmilco opgezet. Die kon ik wel waarderen maar viel redelijk in het niet bij deze. Ode to Joy dan toch een slow burner?

avatar van Juveniles
4,0
Venceremos schreef:
Ode to Joy dan toch een slow burner?


Ben geneigd te denken van wel. Album gaat flink onder de huid zitten en dat is lang geleden bij Wilco. Vorige week was We Were Lucky nog favo, nu is Quiet Amplifier de te kloppen song.

avatar van Sandokan-veld
3,5
De ontwikkeling van Wilco naar de volwassenheid was een lange weg vol depressies, conflicten en hartenpijn, en een tijdlang leidde dat tot de meest gelaagde en aangrijpende muziek die de afgelopen 25 jaar heeft opgeleverd. In 2009 werd met het verschijnen van Wilco (the Album) definitief duidelijk dat zanger/ songwriter Jeff Tweedy een stabielere band en psyche had verworven. Hoewel we hem dat allemaal van harte gunnen, zijn de meeste fans het er wel over eens dat de band op plaat sindsdien slechts bij vlagen de emotionele intensiteit benadert van eerder werk.

Ode to Joy biedt, in ieder geval, een interessant nieuw hoofdstuk. De twee vooruitgeschoven singles lieten een herkenbaar en vriendelijk Wilco horen, op de rest van de plaat is het juist zoeken naar iets wat direct als een liedje herkenbaar is. Dreinerige ritmes, subtiele klanktapijten, en zuchtende vocalen maken de dienst uit. Tweedy en drummer Glenn Kotche ontwierpen samen de demo’s, waarbij de rest van de band het inkleurwerk mag doen. Wilco bestaat (inmiddels) uit volwassen mannen die elkaar wat gunnen, en soms denk ik dat ze hier wel erg subtiel en inschikkelijk zijn. We tellen op deze plaat bijvoorbeeld maar één moment dat maestro Nels Cline zijn gitaar echt laat scheuren (‘We Were Lucky’). Dat zorgt ervoor dat Ode To Joy weliswaar minder voorspelbaar en vriendelijk is dan de vorige drie Wilco-platen, maar toch ook soms nog op het randje van de saaiheid balanceert.

Hoewel ik de plaat op lp heb aangeschaft (alles van Wilco wordt fysiek gekocht, maar ik draai bijna nooit cd’s meer) merk ik dat het de HD-stream is die de muziek het meest effectief doet ‘binnenkomen’: Ode To Joy is een echte koptelefoonplaat, waarin je elke keer nieuwe geluidjes kunt ontdekken.
Wel doet het beluisteren op vinyl de structuur van de plaat goed tot zijn recht komen: het is een plaat met een erg kenmerkende a- en b-kant, en de manieren waarop de nummers elkaar daarop afwisselen is erg goed gedaan. Vriendelijke single ‘Love is Everywhere (Beware)’ krijgt bijvoorbeeld, geplaatst na het bijna apocalyptische ‘We Were Lucky’, een heel nieuwe lading. Het subtiele refrein van ‘Before Us’ bloeit onder andere helemaal op omdat het volgt op de meanderende opener ‘Bright Leaves’.

In alle eerlijkheid kan ik nog niet zeggen dat de muziek me zodanig bij de strot grijpt dat ik nu vier sterren of meer wil uitdelen. Aan de andere kant duurde het ruim een half jaar voordat ik Yankee Hotel Foxtrot had doorgrond, en zeker het dubbele voordat A Ghost Is Born volledig bij me was binnengekomen. Ik wil niet per se zeggen dat er weer een plaat van Wilco is die met die meesterwerken kan concurreren. Wel durf ik te beweren dat ik voor het eerst in tien jaar geen flauw idee heb welke geheimen de nieuwe Wilco nog allemaal gaat prijsgeven. Voorwaar, geen slecht begin van een nieuwe reis.

avatar van Cor
4,0
Cor
Mooi verhaal Sandokan-veld. Paar dagen geleden postte ik bij de nieuwe Elbow de mening dat het toch altijd bijna gegarandeerde kwaliteit is wat de band laat horen. Dat geldt ook voor Wilco. De hierboven beschreven ontwikkeling in hun oeuvre herken ik ook wel, maar gaat niet gepaard met zware golfbewegingen. Bijna vanzelfsprekend hoog niveau. De liedjes zijn niet eens zo zeer spannend, maar de plaat heeft een aangenaam gelijkmatige sfeer, waarbinnen subtiele motiefjes zicht geleidelijk ontvouwen. En Nels Cline mag een enkele keer lekker ontregelen.

Gast
geplaatst: vandaag om 16:58 uur

geplaatst: vandaag om 16:58 uur

Let op: In verband met copyright is het op MusicMeter.nl niet toegestaan om de inhoud van externe websites over te nemen, ook niet met bronvermelding. Je mag natuurlijk wel een link naar een externe pagina plaatsen, samen met je eigen beschrijving of eventueel de eerste alinea van de tekst. Je krijgt deze waarschuwing omdat het er op lijkt dat je een lange tekst hebt geplakt in je bericht.

* denotes required fields.

Let op! Je gebruikersnaam is voor iedereen zichtbaar, en kun je later niet meer aanpassen.

* denotes required fields.