MusicMeter logo menu
MusicMeter logo
poster

Bob Dylan - Good as I Been to You (1992)

mijn stem
3,49 (143)
143 stemmen

Verenigde Staten
Folk
Label: Columbia

  1. Frankie and Albert (3:50)
  2. Jim Jones (3:52)
  3. Black Jack Davey (5:47)
  4. Canadee-I-O (4:20)
  5. Sitting on Top of the World (4:27)
  6. Little Maggie (2:52)
  7. Hard Times (4:31)
  8. Step It Up and Go (2:54)
  9. Tomorrow Night (3:42)
  10. Arthur McBride (6:20)
  11. You're Gonna Quit Me (2:46)
  12. Diamond Joe (3:14)
  13. Froggie Went A-Courtin' (6:26)
totale tijdsduur: 55:01
zoeken in:
avatar van Maartenn
3,5
Maartenn (crew)
Nasaal
Een occlusieve medeklinker waarbij de lucht door de neus ontsnapt.

Als zijnde gedefinieerd door de Dikke Van Dale. Het is het woord wat wat mij betreft centraal staat op dit album.

Dylan probeert met dit album terug te gaan naar zijn Folk roots en slaagt hier gedeeltelijk in. Het grootste minpunt is toch wel de zang, als van zingen gesproken mag worden. Liedjes worden opgedreund met een stem die klinkt alsof er lucht ontsnapt uit het tuintje van een ballon. Woorden worden niet goed uitgesproken, de ademhaling lijkt te falen en de hoge vocalen (voor zover die er überhaupt waren in Dylans oeuvre) worden angstvallig gemeden. Gelukkig wil dit niet zeggen dat de plaat slecht is, want er staan wel degelijk goede nummers op, zoals Arthur McBride of Step it up and Go.

Als geheel een 3.5*

avatar van AOVV
4,0
Waar ‘Oh Mercy’ de algehele hoop van de massa Dylanfans weer aanwakkerde (‘Yes! Onze held is terug!’), leek opvolger ‘Under the Red Sky’ dat buitensporige gevoel genadeloos de kop in te drukken. Dylan was toen al enkele jaren erg frequent on tour, de zogenaamde Neverending Tour. Die eiste slachtoffers, met als voornaamste slachtoffer Dylan zelf. Hij verloor stukje bij beetje het geloof in zichzelf, en, vooral, in het nut van zijn artiestenbestaan. Hij vroeg zich hardop af of mensen nog wel een boodschap hadden aan zijn songs, en dacht dat hij misschien wel op het punt was gekomen dat het genoeg was geweest.

Tijdens de optredens stond Dylan vaak dronken op het podium, wat tot ondermaatse concerten leidde. Ook de verkoop van zijn platen (zowel zijn eigen plaat als de tweede met Traveling Wilburys) viel enorm tegen. En dat net in tijden van persoonlijke crisis; zijn tweede officiële vrouw Carolyn Dennis was het beu wekenlang alleen thuis te zitten, en vroeg de scheiding aan. Dit zou natuurlijk weer tijdrovend, maar vooral financieel zwaar zijn om te dragen. Kortom: Dylan moest dus op zoek naar nieuwe bronnen van inkomsten, maar het ontbrak hem zowel aan wilskracht en inspiratie.

Het beruchte spook dat gekend is onder de naam writer’s block, had Dylan in eerdere era’s al een paar keer bezocht, maar, hoewel het met twee kwade vuisten op de deur bonkte, wist Dylan het nog enigszins uit zijn geest te weren. In 1992 zat hij, door een combinatie van factoren, waarvan enkele hierboven al benoemd zijn, mentaal zo goed als aan de grond. Uiteindelijk kwam hij via via (naar verluidt op aanraden van Neil Young, nadat ze samen een concert hadden bijgewoond) terecht bij David Bromberg, een snarenvirtuoos die al eerder met Dylan samenspeelde, op ‘Self Portrait’ en ‘New Morning’. Dylan had zelfs ooit nog mondharmonica gespeeld op diens titelloze debuut. Bromberg nodigde Dylan uit in de Acme Recording Studio te Chicago, en van het één kwam het ander.

De zin en inspiratie om eigen composities neer te pennen en op te nemen, ontbrak nog steeds bij Dylan. Daarom zocht hij zijn heil in covers, veelal oude nummers, waaronder een pak traditionals, maar ook nummers van o.a. Tim Hardin, Jimmy Rodgers en Bromberg zelve. Ook live speelde Dylan, in de akoestische gedeelten van zijn shows, al eens een cover, liedjes van collega’s als Paul Simon, maar even vaak traditionals. De songs uit deze tweede categorie overvielen hem gewoon; Dylan speelde ze zonder zich er echt van bewust te zijn, verklaarde hij later.

Met Bromberg en een heel arsenaal aan sessiemuzikanten werden een pak nummers opgenomen, waarvan uiteindelijk zo’n 15 geselecteerd werden. Het mixen liet Dylan over aan Bromberg, omdat hij “hem vertrouwde”. Bromberg kweet zich van zijn taak, maar jammer genoeg zijn hier niet veel dingen van terug te vinden op officiële releases. Op ‘Tell Tale Signs’ (volume 8 van The Bootleg Series) kwamen twee songs terecht, ‘Duncan & Brady’ en ‘Miss the Mississippi’.

De plaat leek zo goed als klaar om uitgebracht te worden, maar dat was buiten de waard gerekend. Dylan zelf was, nadat hij was teruggekeerd na een reeks concerten, helemaal niet tevreden over het resultaat dat hij te horen kreeg. Hij deed over alles moeilijk, en Bromberg had het verkorven. Een behoorlijke reden heeft hij daar naar wat ik heb gelezen nooit voor gegeven; we zullen het dan maar op het conto van zijn eigen, grillige zelf schrijven. Back to zero.

Enfin, u merkt het; deze plaat heeft, vooraleer we aan de eigenlijke opnamen kunnen beginnen, al een geheel eigen voorgeschiedenis. Juni 1992 was wat dat betreft een zeer bewogen maand. En hoe lastig en sputterend alles leek te verlopen in die maand, zo vlotjes verliep het de maand erna. In de loop van juli 1992 begon Dylan namelijk, helemaal solo, akoestische opnames te maken van nummers die hij al sinds zijn prille jeugd koesterde.

We keren even terug naar het begin van de jaren ’60, setting: Greenwich Village, New York. Tientallen jonge mensen probeerden het te maken als muzikant, kunstenaar of wat dan ook. Onder hen ene Robert Allen Zimmerman, een enthousiaste noorderling, die al snel naam maakte, met dank aan zijn aparte voorkomen en soms nogal wilde, maar altijd energieke en aanmatigende spel. Ook zijn stem had iets speciaals; alsof een snotneus wonderen kon doen. Die jonge Dylan, vol dromen, en niet beseffend dat die ook daadwerkelijk zouden uitkomen, hield van oude folk- en bluessongs; gospel en bluegrass; een vleugje country. Hij leerde veel van die liedjes kennen dankzij Dave Van Ronk, medemuzikant, soort-van-mentor en wandelende muziekencyclopedie. Woody Guthrie, Hank Williams, Robert Johnson; het waren slechts enkele van zijn helden, en hij had ook een groot ontzag voor alle van generatie op generatie overgeleverde songs, de zogenaamde traditionals. Vaak waren het nummers met een maatschappelijke inslag (negro-spirituals, bijvoorbeeld, of moraliserende levenslessen), maar evenzeer doodsimpele liefdesliedjes.

Een slordige dertig jaar later besloot diezelfde Bob Dylan om in zijn thuisstudio in Point Dume, met de hulp van slechts een geluidstechnicus (Micajah Ryan) en producer Debbie Gold, toen manager van The Grateful Dead, een volledig akoestische soloplaat op te nemen; dus, soloplaat in de zuiverste zin van het woord. Dat was geleden van in zijn begindagen, en met name Gold vond het een geweldig idee, en had ook goeie hoop voor de verkoopcijfers. Ik moet dat echter meteen even ontkrachten; zowel ‘Good as I Been to You’ als diens opvolger ‘World Gone Wrong’ zouden geen hoge ogen gooien, het meeste ophef zou nog ontstaan over het feit dat Dylan de nummers brandmerkte met “trad. arr. Bob Dylan”, terwijl de meeste versies niet eens zoveel afweken van oudere versies, en van het merendeel van de nummers ook een meer dan sterk vermoeden bestond wie de schrijver was.

Maar dat neemt niet weg dat ‘Good as I Been to You’ een bescheiden dijk van een plaat is. De sfeer die de plaat uitademt (wasemt, bijna) ruikt naar roestige ketenen en geurig brandhout, en komt eigenlijk uitermate gezellig over. De teneur van de songs is niet bepaald optimistisch (zal zeker te maken hebben met zijn op stapel staande echtscheiding), de albumtitel werd uiteindelijk gedistilleerd uit de veelzeggende strofe “You’re gonna quit me baby, good as I been to you”.

De stem van Dylan, aangetast door de opeenvolging van concerten en overmatig drank-, sigaretten- en drugsgebruik, klinkt verrassend genoeg niet vermoeid of ongeïnspireerd. Ondanks alle tegenslagen slaagde Dylan er alweer in zichzelf te hervinden, en dat wel in zijn eigen verleden. Hij zou beide coverplaten ook nog jarenlang verdedigen tegen de matige kritieken en platenverkoop. En wat mij betreft heeft de Meester het aan het rechte eind, want hier staan toch wel enkele pareltjes op, hoewel dat deels te danken is aan de kwaliteit van de nummers an sich.

Enkele hoogvliegers zijn, wat mij betreft, het pakkende ‘Jim Jones’, met enkele fantastische zanglijnen van Dylan; ‘Black Jack Davey’, over het meedogenloze spinnenweb van een duivelse verleider; het speelse ‘Froggie Went A-Courtin’’, dat Dylan met zijn typische gevoel voor humor zeer sterk vertolkt (af en toe moet ik qua sfeer zelfs denken aan ‘Last Sessions’ van Mississippi John Hurt, een off the hook observatie die waarschijnlijk niet veel bijval zal kennen); en het snelle, nijdige ‘Step It up and Go’, dat gewoonweg onweerstaanbaar is.

Echt zwakke nummers vind ik niet terug op deze puike plaat, al doen de opener, ‘Little Maggie’ en ‘Diamond Joe’ me toch wat minder, en blijven die songs ook minder hangen. Maar de schaal helt duidelijk over naar een positieve balans, en ik moet zeggen dat de plaat, hoewel ik ‘m nog nooit had gehoord (‘World Gone Wrong’ dan weer wel), niet veel verwachtingen opriep. Ben ik blij dat ze ruimschoots worden overtroffen!

4 sterren

avatar van BoyOnHeavenHill
4,0
Verrassend hoe weinig ik bij het draaien van deze plaat (en zijn opvolger) eigenlijk terugdenk aan Dylans eveneens geheel akoestische debuutplaat: hoewel ook daarop diverse traditionals staan klonk Dylan daar alsof hij met zijn "nieuwe" stem óver de muziek heen probeerde te reiken om zich de nummers eigen te maken en zo zijn eigen plek tussen al zijn grote voorbeelden te kunnen veroveren, terwijl hij zich er dertig jaar later mee tevreden stelt om al die nummers van vroeger gewoon door te geven aan wie er maar open voor staat, als wilde hij er voor zorgen dat de jongere generatie ze in ieder geval èrgens zou kunnen terugvinden.
       Waarom heb ik toch een voorkeur voor World gone wrong? Omdat dat een iets compacter album is, omdat de nummers daarop mij net iets meer aanspreken, omdat het voor mij puur gevoelsmatig een iets warmer album is, of omdat de nummers die Dylan daarvoor heeft uitgekozen soms wat mysterieuzer of ongrijpbaarder teksten hebben? Of gaat het om dingen die eigenlijk niets met de muziek op zichzelf te maken hebben, zoals het feit dat ik World gone wrong eerder leerde kennen dan z'n voorganger, of Dylans boeiende liner notes, of de hoes die nog lijkt te getuigen van een bepaalde moeite die moet zijn gedaan om die foto te verkrijgen terwijl ik die van Good as I been to you misschien wel de onaantrekkelijkste uit zijn hele carrière vind?

avatar van Wandelaar
4,0
Beste coveralbum van Dylan. Prachtig sober in eigen garagestudio opgenomen.

avatar
4,5
Ik ben sinds een aantal weken bezig om Dylans oeuvre opnieuw te beluisteren. Dit album lag onderop de stapel. En na al het muzikale geweld is dit een heerlijk plaatje om even bij op adem te komen. Back to basics en hoe! Ontdaan van alle franje klinkt hij hier puur en komen de teksten van deze traditionals volledig tot hun recht. Zijn gitaarspel is - zoals Spinout zegt - behoorlijk kundig. Bijna virtuoos. Mooie opnameklank.

avatar

Gast
geplaatst: vandaag om 10:35 uur

avatar

geplaatst: vandaag om 10:35 uur

Let op: In verband met copyright is het op MusicMeter.nl niet toegestaan om de inhoud van externe websites over te nemen, ook niet met bronvermelding. Je mag natuurlijk wel een link naar een externe pagina plaatsen, samen met je eigen beschrijving of eventueel de eerste alinea van de tekst. Je krijgt deze waarschuwing omdat het er op lijkt dat je een lange tekst hebt geplakt in je bericht.

* denotes required fields.