Blodwyn Pig was in 1969 de groep van vooral gitarist Mick Abrahams en multi-instrumentalist Jack Lancaster. De groep ontstond nadat Abrahams Jethro Tull had verlaten. Men bracht twee studioalbums uit waarop blues en jazz felle duels met elkaar uitvochten, te weten
Ahead Rings Out (1969) en
Getting to This (1970).
Vanaf de jaren '90 ging Abrahams albums uitbrengen met solowerk. Daarbij richtte hij zich op de blues, wat ook gold voor de albums die hij als Mick Abraham's Blodwyn Pig maakte.
Voor
Pigthology uit 2004 keerden echter de originele leden terug, wat een andere wind door de muziek deed waaien. Allereerst saxofonist, dwarsfluitist, toetsenist en vioolspeler Jack Lancaster, die op de twee eerste albums verantwoordelijk was voor de jazz. Verder zijn daar bassist Andy Pyle en drummer Ron Burg. Gastmusici zijn voormalig Jethro Tulldrummer Clive Bunker, net als drummer Graham Walker en bassist John Gordon. Informatie over wanneer dit precies is opgenomen en wie op welke nummers de gasten spelen, ontbreken, maar al luisterend kom ik tot verrassende conclusies. Dit is méér dan een reüniealbum.
Eerst klinken studio-opnamen. De muziek is minder intens dan vroeger, maar dat blues en jazz om voorrang strijden blijft de rode draad. In
Dear Jill blijken blues en viool fraai samen te gaan. Soms klinkt modernere technologie:
Monkinit (een verwijzing naar Thelonious Monk?) bevat het geluid van de Yamaha WX7-synthesizer, voor de rest is dit de stijl die Blodwyn Pig begin jaren '70 maakte, zij het in een ingetogener jasje.
Opvallend genoeg volgt een liveblok met twee opnamen, die het vermoeden doen rijzen dat uiteenlopende opnamen op één schijf zijn gezet. Eerst akoestische blues via
The Change Song met daarop opnieuw Lancasters viool, gevolgd door virtuoze jazzrock in
Cosmogification. Daarin knallend drumwerk en veel ruimte voor de tenorsaxofoon. Van wanneer deze opnamen stammen, vermeldt het boekje niet.
Dan wordt het nóg maller:
Same Old Story is hoorbaar een studio-opname uit de periode '69-'70... Maar lékker!
Als contrast volgt traditionele blues. Vermoedelijk is dit geen Blodwyn Pig maar Mick Abrahams solo. Eerst een cover van klassieker
Hound Dog, dan akoestische blues met mondharmonica in het prima
Sly Bones. Deze twee missen echter de inbreng van Lancaster.
Dan keren we terug naar oudere Pig-opnamen, getuige het ronkende
It's Only Love. Met
Stormy Monday eindigt
Pigthology. Zo te horen is dit Abrahams met diens soloband in de studio.
Conclusie?
Pigthology is een samenraapsel dat desondanks werkt. Recente(r) studiowerk van Blodwyn Pig klinkt op track 1 tot en met 5, liveopnamen van die groep op 6 en 7, oude opnamen van de Pig op 8 en 11 en Mick Abrahams' soloblues op 9, 10 en 12. Die laatste drie vallen uit de toon, het cd-boekje had hier duidelijkheid over moeten scheppen.
Toch mopper ik niet: negen nummers van Blodwyn Pig, een groep die ik met terugwerkende kracht meer en meer waardeer, omdat blues en jazz daar zo om voorrang strijden.
Mick Abrahams was een bezig baasje en bracht vanaf 2013 diverse livealbums uit. Mijn streamingplatform heeft bijvoorbeeld het niet op MuMe of Discogs te vinden
This Was Mick Abrahams: The First Album of Jethro Tull staan, ongetwijfeld in eigen beheer uitgegeven en
bij Amazon verkrijgbaar. Een album met solo-livewerk is
Cat Squirrel Blues, eveneens enthousiast gespeeld door een man met levenslust en humor.
Ik houd het bij studiowerk en ga naar
Revived! waar onder meer zijn opvolger bij Jethro Tull, Martin Barre, te gast is, net als ex-Whitesnakegitarist Bernie Marsden en Rolling Stonesbassist Bill Wyman.