Een vriend van me rolde als fan in de muziek toen Joe Lynn Turner de zanger van Rainbow was en volgt hem sindsdien. Ik ben een kleine tien jaar ouder en voor mij staat de man in het hoofd gegrift als de derde zanger van dat bandje, degene die de groep hielp een hitsingleband te worden.
De vriend wilde weten wat ik van de nieuwe JLT vond, een zanger wiens carrière we altijd bleven volgen. Bij deze:
Sympathiek is hoe JLT onlangs "uit de kast kwam". Zijn hele leven blijkt hij al kaal te zijn, het gevolg van een auto-immuunziekte, waarmee hij reeds als kind werd gepest. Daarmee ontdekken we dat hij gedurende zijn gehele carrière een pruik droeg. Ik vermoed dat hij in 1980 zonder pruik nooit tot Rainbow had kunnen toetreden; dat had niet bij het imago van de band en de mode van die dagen gepast. Mogelijk was hij dan nooit doorgebroken. Gezien zijn imposante carrière, ook ná Rainbow, hadden we dan veel muziek gemist. Misschien was hij professioneel achtergrondzanger geworden, een vak waarin hij sowieso voor de nodige albums werd ingehuurd. Mijn respect voor hoe hij onlangs zijn verhaal deed en pruikloos naar buiten trad.
Mijn respect groeit verder bij de eerste zanggeluiden: Turner is nu 71 en nog altijd zeer goed bij stem. Wat lager en vooral rauwer dan voorheen, maar krachtig en met een groot bereik, zoals op track 2 Black Sun blijkt. Rauwer is ook de muziek. Al vanaf de onstuimige opener Belly of the Beast is dat duidelijk.
In die titelsong duikt onmiddelijk het thema van dit album op: een apocalyptische visie op de staat van de wereld, waar goed en kwaad met elkaar strijden. De sfeer is dus allesbehalve romantisch en Turner is niet stil blijven staan.
Wat mij minder bevalt is dat hij voor powermetal heeft gekozen, een genre dat nogal eens lijdt onder volgepropte arrangementen en eenvormigheid. Die invloed komt vermoedelijk mede door producer en mede-liedschrijver Peter Tägtgren, bekend van de Zweedse deathmetallers van Hypocrisy.
Wie van powermetal houdt zal het heerlijk vinden, maar de overvloedig ingezette digitale zangkoren vind ik teveel en de gitaarsound erg gecomprimeerd. Zoals op het tweede nummer Black Sun waar zo'n koor al in het begin verschijnt, of de refreinen in Tortured Soul, Rise Up en Fallen World.
Snelle shredsolo's, nummers die onderling variëren in tempo en dit alles vakkundig uitgevoerd; het is er allemaal. Ik mis daarbij tempowisselingen binnen de nummers, waar alles vierkwartsmaat is in een overvolle productie. Verrassingen blijven uit.
Sterk vind ik desondanks de knallende titelsong, de ballade Dark Night of the Soul, het slepende Desire met zijn zware riff, de sterke melodie van Living the Dream en slotlied Requiem, dat in de toetsenpartij zowaar iets van Rainbow wegheeft, ondanks alweer zo'n koorzangrefrein.
Ach, mijn reserves zullen de fans van het genre worst zijn. Sterker nog, dit is een sterk album in de powermetal. Meneer Turner heeft z'n hardste album ooit afgeleverd en zijn stem kan nog makkelijk de nodige jaren mee. Petje af van mijn kalende hoofd.