Bij de recensie van dit album op allmusic staat ook een "user review" van iemand die zich zeer "sophisticated" voelde toen hij als zestienjarige aanwezig was bij de live-opname van dit album en die daarna ook de plaat kocht, "and like the show itself I pretended to be into it, at least until the next Bad Company album came out." Ruim 40 jaar later bevestigt een nieuwe draaibeurt wat hij stiekem eigenlijk altijd al had geweten – "it's a load of old pretentious twaddle" waarvan het enige belang ligt in het feit dat het nú als historisch artefact iets is dat het indertijd niet was: "Fun!"
Zo er íéts "twaddle" is, dan is het wel de mening dat dit album "pretentious" is, want als er ooit een progplaat níét pretentieus en wèl bijzonder "fun" is, is het Journey to the centre of the earth wel. Ik ken dit album zelf eveneens vanaf mijn zestiende, en na al die jaren draai ik het nog steeds met evenveel plezier. Een plot vol avontuur, veel afwisselende stukken, een behoorlijk hoog tempo, mooie en toegankelijke melodieën, een orkestraal arrangement dat regelmatig opwinding aan de rockband toevoegt, een dreigend koor, spannende voordracht van David Hemmings ("They called the stream... the Hansbach") die nergens zó lang doorgaat dat hij de flow van de plaat verstoort, en natuurlijk Wakemans extravagante toetsen die zoals altijd veel variatie kennen en steeds nieuwe kleuren aan de muziek toevoegen – als dat allemaal geen fun is weet ik het ook niet meer. Ik ken eigenlijk geen enkel progalbum dat zo makkelijk wegluistert en met zoveel plezier gemaakt is, en de enige reden waarom ik hier geen 5* aan geef is de zang van Ashley Holt. Met veel matige zangers heb ik problemen die na verloop van tijd "oplossen" in de algemene waardering voor de muziek van hun band (James LaBrie, Andy Latimer, Wishbone Ash), maar Holts grove en ongenuanceerde brul blíjf ik na al die jaren verschrikkelijk vinden (ik ben altijd blij wanneer het de beurt van zijn "dromerige" kompaan Gary Pickford-Hopkins is). Los daarvan: veertig fun-minuten.