Het bleef lang stil rond de voormalige violist van Kansas sinds zijn vertrek uit Kansas in 1982, na de tournee bij
Vinyl Confessions. Lang maakte ik me zorgen of Robby Steinhardt überhaupt nog leefde; er was nog geen internet en nergens las of hoorde ik iets over hem.
Daar kwam in 1994 een einde aan, toen ik zijn naam zag voorbijkomen bij een tributealbum voor Jethro Tull genaamd
To Cry You a Song, waarop hij te horen is in
New Day Yesterday (en niet "New Year Yesterday", zoals ik daar abusievelijk noteerde).
Dit titelloze debuut van Steinhardt-Moon verscheen het jaar erop in eigen beheer, uitsluitend op cd en niet op streaming te vinden, maar een fan zette het
op YouTube, zodat het alsnog voor eenieder is te horen.
Steinhardt bleek te zijn verhuisd naar Florida. Daar was hij actief met de groepen
Stormbringer dat twee albums zou hebben uitgebracht, zo obscuur dat ze zelfs op Discogs niet zijn te vinden; met zanger/gitarist Rick Moon begon hij in 1990 Steinhardt-Moon, dat in Florida een vrij bekende naam werd dankzij optredens.
Rick 'Moon' Calhoun bracht in 1980 een album uit met
The Strand, geproduceerd door Jeff Porcaro en in 1989 het album
How Long met de Michael Thompson Band.
Niet alleen Steinhardt en Moon doen de leadzang op het titelloze debuut, ook John Vasalakis krijgt soms de microfoon. Verder horen we toetsenist John Zahner, bassist Eddie Pecchio en drummer Dana Newcomer.
Het titelloze debuut duurt een kleine 35 minuten, qua lengte een mini-elpee. Qua zang horen we vooral Moon, die een wat eigenaardige stem heeft alsof er een aardappel in de keel zit, enigszins herinnerend aan die van Dusty Hill van ZZ Top.
De muziek, hoofdzakelijk door Moon geschreven, is robuust en doet soms denken aan de southern rock van Blackfoot, eveneens uit Florida. Steinhardt doet daar frequent een symfonisch sausje over.
Opener
Raising Mother Mary is zo'n nummer, vrij vierkant rockend maar in het instrumentale deel klinkt door de vioolsolo en akkoordenprogressie plotseling progrock. Midtempo met een pakkend refrein waarin vrouwe Maria wordt gevraagd om de wereld te komen redden, als een tekstueel en wellicht ook melodisch vervolg op
Let It Be van The Beatles, muzikaal echter veel steviger.
Diverse nummers beginnen met geluiden, zoals het uptempo
Backstreet Love Affair waar een straatprostituee een deal probeert te sluiten. Hier klinken blazers in het refrein, Moons stem is weer dominant en wederom klinken progrockdelen met ruimte voor Steinhardts viool.
Op
No Way Out is de microfoon opnieuw vooral voor Moon, maar als de tegenstem van Vasalakis klinkt, vraag ik me af waarom hij niet meer ruimte kreeg: gezegend met een stem á la Geoff Tate van Queensrÿche, passender bij de muziek. Met zowel een viool- als percussiesolo.
Bite the Bullet is het tweede nummer dat met straatgeluiden begint, deze keer van een schietpartij met verschrikte geluiden van omstanders. Voor het eerst klinkt al in het intro progressive rock, waarna het een snel duet tussen Moon en Vasalakis volgt en daarna staat Steinhardt voor het eerst solo bij de microfoon. Scheurende gitaren en een protestnummer tegen vuurwapens met ook een korte toetsensolo. Heerlijk nummer.
Don't Lay Down with Strangers bevat een funkachtige sfeer met wederom progrock in het deel van de viool- en gitaarsolo.
Fly on the Wall begint met een spannend filmfragment inclusief passende filmmuziek en eindigt met de consumptie van het insect. Tussenin klinkt stevige (prog)hardrock met zang van Moon.
En dan de finale, waar het geluid plotseling heel anders is: voor het eerst veel piano en andere toetsen als dragende instrumenten, plus een symfonische sfeer, versterkt door de stem van Vasalakis:
Forever is meteen mijn favoriet van dit album.
Muziek tussen hard-, southern en progressive rock. Door het laatste nummer valt het qua muziekstijl opeens uit balans, alsof we plotseling een andere groep horen. Dat klopt min of meer: het is de enige compositie van Zahner en Vasalakis, waarvan ik eigenlijk wel meer had willen horen!