Ja, dit is dezelfde Sweet als die van de hits in de jaren '70. Meteen spoilen:
Full Circle bevat nieuw, eigen werk en is lékker. Eerst een chronologisch overzicht, daarna over dit album.
Van 1971 tot 1978 was (The) Sweet één van de populairste groepen van het Verenigd Koninkrijk. In 1971-1972 werden daar zes hits gescoord met hapklare tienerpop, waarvan drie de Britse top 10 haalden en in Nederland twee op #1 belandden, te weten
Funny, Funny (1971) en
Poppa Joe (1972). Kauwgompop die na drie keer kauwen z'n smaak verliest.
De heren houden echter van scheurende gitaren en met hun succesvolle producers Nicky Chinn en Mike Chapman stappen ze over op gierende glitterrock, de mode op dat moment. Van 1973 - 1976 halen ze daarmee negen keer de Britse hitlijst waarbij #1-hit
Block Buster (1973) en maar liefst vier #2-hits. In Nederland volgen in die jaren acht hits met datzelfde liedje als #1. Vanaf 1974 wordt de groepsnaam ingekort tot Sweet, maken ze zich los van Chinn-Chapman en stappen over naar "serieuzere" hardrock, zonder de malligheden van glamrock. Kenmerkend blijven de gestapelde koortjes, die even later ook bij Queen zouden opduiken.
Sweets laatste hit is in het post-glitterrocktijdperk en was tevens de eerste keer dat ik via de hitlijsten met de groep kennismaakte:
Love Is Like Oxygen uit februari 1978. Hun eerdere hits klonken frequent op de radio. Zanger Brian Connolly verlaat de groep begin 1979 en Sweet vervolgt als trio. De constatering is dan steevast dezelfde: prima muzikanten en de albums dito, beetje ELO-achtig, maar succes wil er niet meer komen. Drie langspelers in de jaren 1979 - 1982, steevast flops. De groep valt in 1981 uit elkaar en het veelzeggend getitelde
Identity Crisis verschijnt postuum.
Connolly kan niet van de fles afblijven, een solocarrière en vanaf 1984 The New Sweet strompelen voort, waarbij hij zienderogen aftakelt. Hij overlijdt in 1997, 51 jaar oud.
Bassist Steve Priest woont al sinds '79 in de VS, brengt in 1994 zijn autobiografie 'Are You Ready Steve?' uit en begint daar in 2008 zijn eigen Sweet. Hij overlijdt in 2020.
Het zijn echter gitarist Andy Scott en drummer Mick Tucker die in 1985 (Andy Scott's) Sweet nieuw leven inblazen. Tot 1988 doen ze dat met zanger Paul May Day, ex-Iron Maiden. De groep maakt talloze bezettingswijzigingen mee en blijft stug optreden, met name in eigen land en Duitsland, waar men zonder nieuwe hits toch levensvatbaar blijft. Tucker verlaat de groep in 1991 en overlijdt in 2002.
In 1992 brengt Andy Scott's Sweet voor het eerst nieuw werk uit op het album
A, in 2002 gevolgd door
Sweetlife. Ik zag ze weleens op Duitse tv voorbijkomen, vaak playbackend zoals bij
Fernsehgarten in 2011.
Genoeg historie! Op
Full Circle brengt (Andy Scott's) Sweet dus eigen werk, voor het eerst sinds 2002. Inmiddels staat Paul Manzi bij de microfoon. Hij combineerde zijn carrière gedurende enkele jaren met de groepen Cats In Space en Arena. Dan weet je dat de man niet alleen kan zingen, maar ook liedjes schrijven. Dit jaar stonden ze zelfs
op Wacken.
De eerste keer afspelen (via streaming) viel tegen, omdat ik met nostalgische oren luisterde. Een dag later kwam
Full Circle echter compleet anders en vooral beter binnen. Wat klinkt is melodieuze hardrock - of is dit aor? - verpakt in sterke melodieën. Slechts in het prachtige
Everything klinken de koortjes gestapeld als in de jaren '70, maar latere draaibeurten leerden dat ze elders ook meer dan frequent aanwezig zijn, steevast pakkend.
De muziek is binnen de genregrenzen gevarieerd, mede omdat hier en daar synthesizers klinken, zoals in
Don't Bring Me Water, waar
Changes juist op een hakkend gitaarriffje leunt. Uptempo rockend is
Destination Hannover, waarin de groep de liefde aan Duitsland verklaart en slotlied annex groeibriljantje
Full Circle verklaart niet alleen de albumtitel maar ook de reis van de groep.
De fraaie hoes is van de hand van Tristan Greatrex, die recent ook
Moggs Motel deed. Het album is onder meer verkrijgbaar in een boxeditie waarbij een usb-stick in de vorm van een gitaar zit. Ook zonder de verpakking is dit gewoon een goed album, dat op
Everything na geen nostalgische geluiden bevat maar eigentijdse én klassieke melohardrock van niveau.