Recensie | Alex Roeka - Op Drift | Nieuweplaat.nl
Er bestaat een gilde van artiesten die zich bij voorkeur op de late avond en ’s nachts het best laat beluisteren. Artiesten die niet voor het daglicht schrijven, maar voor het uur waarop alles stiller en eerlijker wordt. Alex Roeka is zo’n artiest: liefde, verlangen, schuld en eenzaamheid, bekeken met een schurende eerlijkheid, maar ook met mededogen. Songteksten die luisteren als nachtelijke monologen — Op Drift, het vijftiende studioalbum sinds het debuut van Roeka in 1996, staat er vol mee.
Bij veel van de twaalf liedjes staat de tekst centraal, melodie en begeleiding zijn dienend. Zoals in het lied Mozart, waarvan het arrangement iets wegheeft van De Kinderballade van Boudewijn de Groot. Mozart klinkt als een moment van overgave, alsof je toevallig meeluistert naar een bekentenis: ‘Het leven hoeft geen zin te hebben sinds jij er bent geweest.’
Onderweg Zijn Is Genoeg heeft een meer bluesy insteek, waarin Roeka klinkt alsof hij verhalend hardop denkt: ‘Ik hou van dit lange lopen door de nacht/Verder nog dan morgenvroeg.’ Hij mag dan inmiddels de tachtig gepasseerd zijn, het maakt zijn schrijvers-métier alleen maar intrigerender.
Maar naast de momenten waarin liefde, berusting en verbinding centraal staat, bouwt Roeka een gelijke hoeveelheid schuld en tekortkomingen in. De songs waarin die thema’s aan bod komen luisteren rauw en confronterend. Het Lied Van Kraak is daar een snijdend voorbeeld van: ‘Maar de laatste tijd in mijn dromen, verschijnt er steeds vaker een beest/Van verre hoor ik het vonnis als komen, eigenlijk ben je een klootzak geweest.’
Een van de sterkste nummers op Op Drift is De Stad Der Wonderen. Door het crescendo, de driekwartsmaat en het gebruik van mythische beelden inclusief existentiële scheurlijn is dit lied doordrenkt met het dna van Jacques Brel. ‘Spring mee op de kar van hen die gaan rijden, naar het feest van de volle maan/Vandaag is de dag in de stad der wonderen, onder de vulkaan.’ Wie goed luistert hoort in De Stad Der Wonderen op een paar momenten de geest van Ernst van Altena ronddwalen die de vertaling maakte van het lied Amsterdam van Jacques Brel.
Op Drift is een plaat geworden die vraagt om de volle aandacht. Bij voorkeur zonder gezelschap, met slechts de stilte als compagnon. In ruil daarvoor weet je je als luisteraar gehoord, zelfs op de momenten waarop Roeka het confronterende en ongemakkelijke niet schuwt. Roeka weet te raken zonder dat het sentimenteel wordt. Dat niet iedereen deze plaat zal bekoren is een understatement: zijn fanbasis is trouw, maar schaars. Van al zijn albums hebben er twee (met een maximaal verblijf van twee weken) de Album Top 100 gehaald. Op Drift zal vermoedelijk eenzelfde lot beschoren zijn en dat is jammer, want Alex Roeka is – zoveel bewijst hij met Op Drift – één van de beste liedtekstschrijvers die ons land rijk is. Alleen al dat gegeven verdient meer erkenning in bredere en grotere kring.