Carolina County Ball is mijn instapplaat wat betreft het vroegere werk van Ronnie James Dio. Hun tweede elpee kwam binnen alsof Dio de zanger was van het vroege jaren '70 Status Quo, zoals ik die kende van
deze verzamelaar. Boogierock met Dio? Kortsluiting in mijn hoofd!
Het heeft mij drie decennia gekost voordat ik dit ten volle kon waarderen, aangezien ik als puber kennismaakte met de veel steviger (zang)stijl van Dio via Rainbows
Kill the King (1977) en Black Sabbaths
Neon Knights. Echt waar: ik schaamde mij indertijd zowat voor deze plaat: wat een andere stijl maakte deze powerzanger vroeger?!
Het is niet hard, het is niet snel, het is al helemaal geen metal. En alhoewel duidelijk herkenbaar zingt hij cleaner, minder grommend. Vergelijk zijn zangstijl bijvoorbeeld met de voordrachten op Black Sabbaths
Mob Rules (1981)... Via internet volgden incidentele herbeluistering en stijgende waardering.
In 2021 werd ik meegesleept door Dio's verhalen in zijn postume bio Rainbow in the Dark. Hierin vertelt hij hoe na Elfs
debuut de draad werd opgepakt.
Gitarist David Feinstein was vertrokken en liet een groot gat achter. Nieuw is gitarist Steve Edwards en omdat Dio zich helemaal op de rol van frontman wil concentreren, geeft hij de bas door aan Craig Gruber. Op personeel vlak gebeurde er tussen de albums meer, zo speelde drummer Mark Nauseef enige tijd mee als zesde percussionist.
Belangrijker is dat Elf door Purple Records werd getekend en hun tweede album in Engeland opnam, waar een wereld voor Dio openging: hier voelde hij zich thuis, inclusief Monty Python en andere Britse humor, hiertoe geïntroduceerd door inmiddels ex-Purpleman Roger Glover, nu in dienst van de Purple Company.
Dio en toetsenist Mickey Lee Soule zijn degenen die de muziek schrijven. Glover betrekt de twee tevens bij een ander project voor de Purple Company,
The Butterfly Ball and the Grasshopper's Feast.
Elf is op hun tweede iets ingetogener dan op het debuut. Minder een powertrio met piano, zoals Dio het debuut omschreef, ook al omdat Edwards subtieler gitaar speelt dan zijn voorganger en Soule soms een mellotron inzet.
In het titelnummer blazen klarinet en trompet mee,
Ain't It All Amusing heeft een slot dat met alle percussie (beïnvloed door Nauseef) niet zou misstaan op het Rotterdams Zomercarnaval, in
Happy ingetogen blues als in een chique nachtclub,
Rainbow (hé, voor het eerst dat ik die bij Dio tegenkom!) is een wat nostalgische ballade en
Blanche is met zijn vaak herhaalde en weemoedige regel "
Rainy days, rainy days, too many rainy days" nog altijd niet de favoriet - wél een oorwurm. Geen wonder dat ik jarenlange gewenning nodig had…
Steviger zijn de rockende kneiters met gitaarriffs á la The Sweet, Slade en Status Quo:
L.A. 59 (op de
Amerikaanse editie die enige tijd na de Europese verscheen het titelnummer),
Do the Same Thing en
Annie New Orleans.
Hoogtepunt is
Rocking Chair Rock 'n' Roll Blues (wát een titel!), waarin Dio met kopstem begint, overschakelt naar een lager register en vervolgens naar rauwer. Met zijn tempowisselingen en verschillende thema's ingenieus.
Indertijd was dit een brug te ver voor mij. En ik wist nog zoveel níet: nergens las je dat Dio hiervoor zoetgevooisde muziek maakte onder de vlag van
Ronnie and The Red Caps (vanaf 1958) en
Ronnie Dio and The Prophets (vanaf 1961). Die informatie werd waarschijnlijk bewust verzwegen door de kleine man, die met zijn grote stem in heel ander vaarwater was beland en bij die koers verwarring wilde vermijden.
Tegenwoordig heb ik juist respect voor de ontwikkeling en volharding die hij tentoonspreidde. Meegroeiend met de tijdgeest, geleidelijk
"my true voice" (zijn omschrijving) ontdekkend en uitgroeiend tot één der beste rockvocalisten ooit.
In 1974 werd hij alweer 32 jaar. Ondertussen werkte Elf zich op, mede dankzij een Britse tournee als voorprogramma van Deep Purple en in de VS onder meer tourend met Electric Light Orchestra.
Laatst kocht ik de cd als onderdeel van
deze 2cd. Lekker album dit
Carolina County Ball, al prefereer ik het steviger debuut.