Of gewoon open staan voor. Al krijg ik eerlijk gezegd een beetje jeuk van de term “mathrock”. Ik heb me daar ook nooit echt bewust in verdiept. Ik kom meer uit de jazzhoek en daar zijn polyritmes zo ongeveer dagelijkse kost.
Bij “mathrock” denk ik al snel aan complexe maatsoorten, hoekige ritmes, veel interactie tussen partijen, en niet zelden een soort “kijk eens hoe ingewikkeld dit is”-benadering — soms een tikje droog, met weinig blues- of soulfeel.
Angine de Poitrine zit voor mijn gevoel juist in een interessantere hoek: die hebben wel die precisie, maar het voelt nergens klinisch. Er zit duidelijk funk, groove en zelfs wat bluesy articulatie in. Ik krijg er ook een beetje punk-associaties bij — het klinkt alsof het onder eigen beheer in een bevriend studiotje is opgenomen, en dat geeft het juist karakter in plaats van dat het te gelikt wordt.
Mijn associaties gaan dan ook eerder richting Herbie Hancock in zijn Headhunters-periode, John Scofield, of zelfs King Crimson — muziek waar complexiteit en groove elkaar versterken in plaats van in de weg zitten.
Misschien zit daar voor mij het verschil: als complexiteit een doel op zich wordt, ben ik er snel klaar mee. Maar als het in dienst staat van feel, spanning en interactie, dan wordt het juist interessant.
In die zin vind ik Angine de Poitrine eerder een band die die brug slaat, dan dat ik het echt onder die (voor mij wat beladen) noemer “mathrock” zou schuiven. Je hoeft het wat mij betreft ook niet per se rationeel te “begrijpen” — als het goed voelt, klopt het gewoon.
Al betrap ik mezelf er wel op dat ik soms alsnog zit mee te tellen om het te snappen… maar goed, dat is dan weer de muzikant in me

Het
hoeft in elk geval niet.