Nu mijn nummer 4 in mijn Top 10: een zeurend, dreigend, rauw, hard, metalen, ruw, vies, stinkend, donker, plat, koud, hol, industrieel, diep, triest, dreunend, wanhopig, bizar, geisoleerd, schokkend, slim, en vooral heerlijk album. De roestige, volle stem van Iggy spuwt teksten die snijden door de krakende en soms sluimerende melodieën.
Waar het begint met droombeelden, op Sister Midnight, horen we de nachtmerries die Bowie had willen dromen: zo donker klonk zijn werk nog nooit. Langs de clubs en bars van de stad, gestuwd door een electronisch ritme, een machine, worden we gedwongen door te lopen. Als slaapwandelaars stampen we Funtime door, de tonen van Iggy zijn onbeschrijfelijk hard en gemeen. De dreiging van Baby lonkt, en let hier op de teksten, ze zijn namelijk tamelijk briljant: 'baby there's nothing to see/I've allready been/down the street of chance'. Nu we langzaam wakker zijn geworden begint de kern van het album (Iggy's wraak?) hij bezingt zijn liefde voor zijn China Girl, maar nadat we de eerste twee minuten hebben gehoord krijgt het nummer een afschrikwekkende wending: galm benadrukt de krijsende Iggy, dramatische synths zingen boven ons langs. We eindigen met gitaren zoals gitaren horen te klinken, en beter, beter zal zelfs een Bowie nummer nooit meer worden. Nog even langs de bandleden van meneer Pop, en we zijn klaar voor een heuze ballade. Tiny Girls bevat een Bowie-Saxofoon, typisch, maar het past perfect in het plaatje. Na deze ode aan de kleine meisjes is het eindelijk zo ver, de fabrieken zijn leeg, de straten verlaten, de stad donker. Tijd voor Mass Production, wat zelfs enkele Joy Division nummers weet te overtreffen wat betreft zwartgalligheid. Heerlijk.
Wat blijft er hangen? De grafstem van Iggy Pop? De doordachte Bowie liedjes? Nee, het is de combinatie van alles, van elk woord en elke klank, van elke kreet tot elke scheurende synth: alles versterkt elkaar in een soort tijdloze chaos van zware gevoelens, een depressie is nabij, en uiteindelijk ademt The Idiot één woord:
SFEER