Hier kun je zien welke berichten Ludo als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
Onhandige bandnaam, archivarische albumtitel, Nicolas Jaar doet er blijkbaar alles aan om misschien wel zijn leukste plaat richting vergetelheid te duwen. (Niet gelukt dus.) 2012-2017 barst van l'esprit, vrolijkheid. Het begint nog met een matige track, maar daarna doet Jaar zijn beste Moodymann (nog een wonder dat de moraalridders van Pitchfork hem geen cultural appropriation verweten). Het tofste aan de plaat blijft de kinderlijke wildheid. Alsof Jaar in al die jaren juist tijd tekort kwam, en zijn acht-jarige neefje met het basismateriaal voor de final mix alleen liet. 'Draai jij maar aan de schuiven en de knoppen' en klik dan op save. Something like a phenomenon.
(de naam van the Avalanches valt hierboven heel terecht ook)
Hartstikke leuke plaat, belandde dat jaar op 2 in mijn jaarlijst.
Het zit op het randje van de guilty pleasure, net als bijvoorbeeld Parachutes van Coldplay. Novack klinkt onschuldig, uit de tijd dat de nog kalende Chris Martin over stranden dwaalde, en enkel van meisjes als Gwyneth durfde te drómen. Peinzend wat Sequences & Stills dan tot zo'n warme deken maakt schoot me Obi's The Magic Land Of Radio weer te binnen. Vergeten Britpop, eveneens in de slipstream van de groten, en eveneens met een referentie of twee aan Nick Drake. (Luister bij Novack maar eens naar de akoestische gitaar in Sober Times.) De Utrechters voegen aan de gebreide trui-invloeden een spaarzame maar zeer effectieve trompet toe. Bovenal proef je de liefde waarmee aan de productie is gesleuteld. Focus on details, zoals ze zelf zeggen. Kleine soundscapes en wat glitchy ritmes als garnering, en hier en daar voorzichtige samenzang. Ik zag Novack in 2011 twee keer live, waaronder een setje op Record Store Day. Novack speelde vóór het meest afgelegen en sympathiekste platenzaakje van Breda. De groep is niet eens voltallig en toch zijn ze in de meerderheid ten opzichte van de toeschouwers. Terwijl ijle trompet-tonen wegsterven in de lentelucht loopt een jongetje van een jaar of vijf met z'n grootouders langs het tafereel. Met een mengeling van zeurderigheid en bewondering vraagt hij: zijn dit échte muzikanten? Opa bevestigt dit lachend en beent verder. Hij wist niet half hoezeer hij gelijk had.