Hier kun je zien welke berichten JSB als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
De nieuwe plaat van Lone Wolf (aka Paul Marshall) getiteld 'The Lovers' is zo'n typische 'groeibriljant’. Niet meteen een klassieker dus, maar briljant desalniettemin!
Lone Wolf houdt er niet van om zichzelf te herhalen en kiest daarom niet altijd voor de artistiek veilige route. Inderdaad, als je net zo'n plaat verwacht als Lone Wolf 's vorige, 'The Devil and I', of de in 2007 onder zijn eigen naam uitgebrachte album ‘Vultures’ dan zul je eerst een beetje in verwarring zijn. De sfeer en sound van dit nieuwe album zijn behoorlijk anders. Maar als je de plaat een paar luisterbeurten de tijd en ruimte geeft om echt op je in laat werken, dan zijn tracks als 'The Swans of Meander' en 'Ghosts of Holloway' niet anders te betitelen dan regelrechte klassiekers (songs met hitpotentie!) en komen 'Spies in my Heart', 'Good Life', ‘Needles and Threads’ en 'Two Good Lifes’ daar na een paar luisterbeurten al zeer vlak achteraan. Het album sluit met de titelsong op gepaste, ingetogen manier af.
De muziek op 'The Lovers' is meer electronisch van karakter en minder gitaar georiënteerd dan zijn vorige werk en de songs zijn hoorbaar beïnvloed door de '80's en vooral het oude Talk Talk.
Maar wat in mijn optiek nou echt de essentie van dit album bepaalt, is niet de muziek, ook niet de experimentele creatieve aanpak, noch de houtje-touwtje ritme-instrumenten en naar mijn smaak iets te 'kale' productie, maar de werkelijk alles-dragende en vooral geruststellende stem van Paul Marshall die je een half uur aan de hand neemt en een kijkje gunt in zijn gevoels- en belevingswereld en je voor even het gevoel geeft dat alles goed komt. Hij weet je echt te raken met zijn stemgeluid. (De enigen die dat gevoel eerder bij mij hebben weten op te roepen zijn, in niet willekeurige volgorde: Brendan Perry, Robin Pecknold en John Grant.)
Door het ongedwongen opnameproces van 'The Lovers' (bijna alle nummers zijn in de studio geschreven op basis van enkele losse ideeën) heeft Lone Wolf weliswaar een creatief risico genomen, maar wel een met vooral als resultaat, dat dit een sfeervolle en ongedwongen, spontane plaat geworden van een geweldig goede en zeer sympathieke muzikant die hoorbaar 'senang' is met zichzelf. En elke keer dat je het album draait krijg je meer waardering voor de plaat, het proces en de man achter de muziek.
Lone Wolf/Paul Marshall heeft een eigen sound en verdient mede alleen al daarom een groter publiek dan hij tot nu toe op eigen kracht heeft weet te bereiken. Om te voorkomen dat deze ster gedesillusioneerd de muziekindustrie voorgoed de rug toekeert, lijken een zekere mate van erkenning en succes kritische voorwaarden voor zijn voortbestaan als recording-artist te zijn.
Met andere woorden: Laat deze absolute aanrader niet zijn laatste wapenfeit zijn! Zeg het voort!