We schrijven mei 2012. Sigur Rós brengt een vervolg op hun met gemengde gevoelens onthaalde plaat Með Suð Í eyrum Við Spilum Endalaust, getiteld Valtari. Het betrof een intimistische plaat, die terugkeerde naar de ambient waarmee het voor hen allemaal begon. De bombast van de vorige twee platen werd achterwege gelaten. Met Kveikur zorgt Sigur Rós voor een tweede ommezwaai in hun carrière. De plaat klinkt grover, ruwer en vooral luider dan zijn voorgangers. de piano wordt, mede door het vertrek van toetsenist Kjartan Sveinsson, meer op de achtergrond gedreven en de bas en drums krijgen een prominentere rol. Het resultaat is combinatie van hamerende industrial, catchy popsongs en hier en daar een tikkeltje ambient.
Niet geheel wat je van een Sigur rós album verwacht dus, maar het resultaat mag er zijn. Opener Brennisteinn en titeltrack Kveikur zijn de ideale voorbeelden van de nieuwe, ruigere sound. daverende drums en overstuurde bassen vormen de basis, maar de engelenzang van zanger Jónsi weet de nummers toch het typerende geluid van Sigur rós mee te geven. De hardere sound van de groep spreekt erg aan en levert meteen twee hoogtepunten van het album op.
Een ander hoogtepunt komt al snel in de vorm van Hrafntinna. de hoge zang wordt begeleid door rammelende klokkenspelen en het nummer eindigt met een prachtige treurmars, gebracht door de blazers. Een verrassende track die, zelfs naar Sigur Rós maatstaven, briljant te noemen is.
Naast deze nummers bevat de plaat ook enkele tracks die terugblikken op het eerdere werk van het Ijslands gezelschap.het sfeervolle Yfirbord opent met een rustige soundscape , maar deze wordt al gauw bijgestaan door een pulserende drumbeat en deels overstuurde vocals, die het nummer toch wat meer richting de nieuwe sound sleuren. Var doet dan weer meer denken aan Valtari. Het is een heerlijk ambient stuk, gecomponeerd op de piano, dat helaas slechts drie minuten duurt.
Dat sigur ros degelijke popsongs kan schrijven bewezen ze eerder al op Takk… en vooral Með Suð Í Eyrum Við Spilum Endalaust. De popnummers op Kveikur behoren, met uitzondering van single Ísjaki, helaas niet tot deze categorie. Degelijke songs, daar niet van, maar nummers als Stormur en Bláprádur kunnen zich lang niet meten met kleine meesterwerkjes als ‘Hoppipolla’ en ‘Við Spilum Endalaust'.
Rafstraumur doet met zijn elektronische bliepjes dan weer erg denken aan het solo-uitstapje ‘Go’ van Jónsi, wat een weinig overtuigende song tot gevolg heeft.
Sigur Rós heeft met Kveikur een waardige opvolger voor Valtari te pakken. de nieuwe stijl pakt verrassend goed uit en de hardere nummers behoren tot het betere werk van de band. Helaas gooien de middelmatige popsongs wat roet in het eten, maar al bij al doet dit vrij weinig afbreuk aan het album. Sigur Rós kiest voor ruiger en donkerder, en dat is een beslissing die ik enkel kan toejuichen.
4,0*
Toptracks
- Brennisteinn
- Kveikur
- Hrafntinna