Twee familieleden verloor Gary Moore aan de ‘troubles’ in zijn Noord-Ierland: tante Phylis werd in 1976 doodgeschoten door de Ulter Volunteer Force, neef George werd door het hoofd geschoten door dezelfde organisatie, waarvan hij nota bene zelf lid was. Moore was beide keren ontredderd.
De Ierse invloeden op
After the War komen van dieper dan slechts zijn jaren met Philip Lynott. Ze vormen de sterkste momenten van dit wisselvallige album.
Ik heb de cd-versie en nadat het driemaal ráák is met het instrumentale
Dunluce, het titelnummer en
Speak for Yourself, volgt
Livin’ on Dreams als een slap rockertje.
Led Clones vond ik leuk als parodie maar na twee keer wist ik het wel en dan zijn de dikke zes minuten van het nummer wel erg lang, ondanks de muzikale vondsten en de gastzang van Ozzy Osbourne.
De kort daarvoor plotseling overleden Roy Buchanan wordt geëerd met de sterke instrumentale blues van
The Messiah Will Come Again (niet op de elpeeversie), waarna
Running from the Storm de tweede helft opent als een mindere herhaling van
Out in the Fields van twee albums daarvoor.
This Thing Called Love is een knipoog naar Van Halen, maar ook dat gaat na twee maal draaien vervelen. Een middelmatig liefdesliedje volgt met
Ready for Love, dat in het Verenigd Koninkrijk in maart '89 slechts #56 haalde, ondanks dameskoortje plus
clichévideoclip zoals MTV die zo graag toonde.
Afsluiter
Blood of Emeralds, autobiografisch over zijn vertrek van Belfast naar Dublin in 1968, is een onbetwist hoogtepunt; op cd gevolgd door een deel 2 van
Dunluce, een plaats die ik graag zou willen
bezoeken!
In zijn biografie over Gary Moore vertelt Harry Shapiro weer enkele plezante, dan wel interessante details.
De opnamen vonden plaats in Denemarken, wederom met producer Peter Collins. Deze was kritisch op de gitarist: hij vond dat Moore zichzelf teveel herhaalde, iets wat hij later zou erkennen.
De Deense technicus vond het normaal dat diens vrouw tijdens de opnamen in de studio zat. Na een halve dag liet Moore haar wegsturen, waarna de technicus de dag erop zonder afmelding wegbleef. In grote haast werd Ian Taylor ingevlogen, die zo goed beviel dat hij de daarop volgende jaren een vaste studiokracht voor Moore zou zijn.
Op dit album werkte Moore weer met menselijke drummers in plaats van met Linn 9000. Cozy Powell was niet de enige, ook Simon Phillips (hij is degene die
Blood of Emeralds zo sterk inspeelde) en sessiedrummer Charlie Morgan werden ingevlogen.
Zoals
Led Clones was bedoeld als een parodie op / trap tegen de schenen van Kingdom Come en David Coverdale om diens album
1987, zo was
Ready for Love bedoeld als een schop tegen de bips van de LA-glammetalwereld. Alleen jammer dat menigeen (ikke!) dat laatste niet begreep.
Drummer Cozy Powell, die zich alleen nog maar als zzp’er liet inhuren, verliet een week voor aanvang van de tour de groep. Er was onenigheid over Moores bemoeienis met Powells spel:
"Hij hoeft me niet te vertellen waar ik wel en geen break moet spelen," aldus de drummer aan gitarist Bernie Marsden op de avond van zijn besluit. Bovendien verbood Moore de verkoop van Cozy Powell-merchandise tijdens de tour.
Aan Chris Slade de taak om in een week al het materiaal in te studeren onder toeziend oog van de kritische Moore, waarbij de eerste twee optredens naar later datum moesten worden verplaatst.
Moores frustraties groeiden door de holle MTV-cultuur, zielloze shredders die het hardrockende landschap steeds meer domineerden plus een uitblijvende Amerikaanse doorbraak en daardoor achterblijvende verkopen. Daarbij sprak hij hardop uit zich bewust te zijn dat hij eigenlijk bofte, omdat hij het nog altijd stukken beter had dan een gitarist als Allan Holdsworth, die ondanks zijn grote vakmanschap helemaal in de marge figureerde.
In april 1989 zitten Moore en bassist Bob Daisley hun vingers in een Duitse kleedkamer op te warmen met onder andere het spelen van materiaal van
Blues Breakers, als Daisley opmerkt:
"Hé, waarom doen we geen bluesalbum? Dat zou het grootste worden wat je ooit kunt doen."
Oftewel, in het boek van Shapiro ben ik toe aan een fase die ik muzikaal minder interessant vind, namelijk de blues. Maar er komt ook nog zijn rol in de “comeback” van Cream in BBM, plus de groep Scars en dat malle
A Different Beat. Geboeid lees ik verder in de beste rockbio die ik tot dusver tegenkwam, die een diep en evenwichtig beeld geeft in de carrière en persoonlijkheid van Robert William Gary Moore.