Gisteren was het zover: Modern Guilt, de nieuwe Beck, zou eindelijk in de winkel liggen. Aanvankelijk was ik niet bepaald enthousiast: voor mij heeft de man immers sinds Sea Change niet echt veel spectaculair verricht. Guero, nochtans met de nodige grammy’s en andere lofredes beladen plaat uit 2005, vond ik een nodeloze en wanhopige terugkeer naar het Odelay-tijdperk, waardoor het echt niet werkte; veel sterke songs, maar het was allemaal zo onnatuurlijk. The Information had dat probleem niet echt, maar zat dan weer zo stokvol en miste zoveel richting dat het haast onbegonnen werk werd; een jaar na datum was ik alleen nog fan van het titelnummer, de epische spacefunk van “The Horrible Fanfare”, “Nausea” en “1000 BPM”. Veel is er dus niet blijven hangen.
Maar uiteindelijk was de honger te groot, en wou ik toch maar eens horen wat meneer Hansen er deze keer van bakte. Bovendien raakte ik nog meer geïnteresseerd toen de perstekst op de wereld losgelaten werd: Beck zou aan de slag gaan met de enige echte Danger Mouse, het album zou maar een goed half uur duren (Beck: “ik wil de mensen hun tijd niet verdoen. Ik zeg wat ik te zeggen heb. En verder niks.”) en, last but not least, hij zou experimenteren met psychedelica à la Zombies. Dat deed het hem: zou hij zowaar een nieuwe Mutations uitbrengen, een introvert stukje vakmanschap waarop mans liefde voor Tropicalia en folk verklaard werd? Ik kreeg er zowaar al spijt van dat ik geen ticketje voor de zondag op Werchter in mijn bezit had.
En nu heb ik hem. Amper iets van gehoord, buiten de veelbelovende preview van “Chemtrails”. Dus dacht ik: waarom geen track-by-track review eropsmijten? Daarom loods ik u vandaag door Modern Guilt:
1. “Orphans”: Een vreemd, maar aangenaam begin. Pulserende drones, een ratelend drummetje, diepe bas. En dan plots een akoestische gitaar die zo een typische melodie speelt dat je gewoon weet dat je naar Beck aan het luisteren bent. Een leuk, maar ook zeer typisch Beck-nummer, dus, waarin electronica en psychedelische pop mekaar vinden. Zelfs de zanglijntjes zijn ontegensprekelijk Hanseniaans!
2. “Gamma Ray”: Ok, nu begint de pret! Een surfgitaartje dat een vroege B 52’s-riff speelt, soundscapes op de achtergrond. Beck die over “ice caps melting down” en “my Chevrolet Terraplane” zingt, waarna het refrein volgt. Sterke boel! Mooi contrast tussen het vrolijke gitaarlijntje, de ijle achtergrondzang en keyboardeffectjes, en de nogal cryptische tekst. Heeft de man er een nieuwe klassieker in het canon bij?
3. “Chemtrails”: Het beste nummer op de plaat, geen competitie. Melancholische, geladen trippy psychrock in een waas van dronende gitaren, rollende drums en orgeltjes, ergens tussen Air en Pink Floyd in. Het klinkt allemaal nogal morbide en behoorlijk intriest, maar het is van een verslavende schoonheid, zeker als het nummer naar het einde toe een paar versnellingen hoger schakelt om naar de eindmeet te racen. Ik ben er nog altijd niet goed van.
4. “Modern Guilt”: Nog een sterk nummer. Het titelnummer draagt echo’s van The Doors’ “People Are Strange” in zich, maar dan met een modern arrangement. Weer zo een refrein dat blijft hangen. Damn you, Beck! Niet bepaald indrukwekkend, maar toch verrukkelijk. Eens benieuwd wanneer we nu een stinker geserveerd gaan krijgen.
5. “Youthless”: Time to dance! Net als de surf-Go-Go van “Gamma Ray” behoorlijk uptempo, al wordt er nu teruggegrepen naar een funky basriff en licht robotische discorock. Vijf op een rij.
6. “Walls”: Het korte nummer waar iedereen blijkbaar laaiend enthousiast over doet, al had ik de eerste minuut niet door waarom. Een mooi maar nogal cheesy melodietje op één of ander postmodern kerkorgeltje, gortdroge drums; het doet nogal denken aan het soort soul dat Gnarls Barkley maakt, alleen iets minder spectaculair. Pas op, het is een leuk nummertje, maar zo speciaal nu toch ook weer niet?
7. “Replica”: En nu zakt de plaat dan toch even in. Nerveuze drum and bass met een zweverige toets… ik word er tamelijk nerveus van. Al is ook dit geen slecht nummer, eerder gewoon vakmanschap: drums als machinegeweervuur, ijle toetsen, en hoor ik daar nu strijkers? Venetian Snares voor de FM-massa, zo lijkt het wel.
8. “Soul Of A Man”: Aha, rock! Een grungy riff, Becks stem in echo’s, scheurende maar netjes in toom gehouden feedback, het soort Beck-rock dat hij al sinds ‘94 placht te maken, en dat een weide gegarandeerd in vuur zou zetten. Ik vind het wel tof, maar het verveelt nogal rap. De teksten lijken alweer te gaan over zijn zielenheil; de mens is dan ook wat ouder geworden. Maar chapeau aan iedereen die zo een sterke midlifecrisisplaat aflevert.
9. “Profanity Prayers”: WAAR HAALT HIJ DIT NUMMER NOG VANDAAN!? Nog een rocker, maar verdomme, wat voor één! Wat een riff die uit de marihuanawaas komt aangewaaid! Waar is die luchtgitaar? Stevig, en toch weer die ijle achtergrond en noodzakelijke akoestische break. Maar zo nummers zou hij er nog gerust meer op mogen smijten.
10. “Volcano”: Slecht einde, vind ik persoonlijk. Typische Sea Change-pseudofolk, ondersteund door een zachte hip-hopbeat: dit soort Beck ben ik al jaren beugehoord. Anderen zullen dit dan weer behoorlijk geweldig vinden, maar ja. Wel een mooie tekst, mind you: “I don’t know where I’ve been,/ But I know where I’m going,/ To that volcano,/ I don’t want to fall in though/ So I want my bones on the firing line.” Alleen krijg ik altijd het schijt van zulke “introverte” afsluiters.
De balans? Modern Guilt is niet geweldig, maar degelijk, héél degelijk zo blijkt. De plaat is, zoals ik terecht vermoedde, zeer compact geworden, wat hem alleen maar ten goede komt: geen echt storende stukken, niet teveel zeurderige nummers, maar gewoon 10 nummers die gaan van goed tot soms zelfs geweldig gaan, “Profanity Prayers” en “Chemtrails” voorop. Het overheersende gevoel bij mij is dat ik deze plaat nog veel ga opleggen, en er nog van ga genieten ook. Tweede constatatie: veel retro. Surf- en acidgitaartjes, benauwende psychedelica, Beach Boys-melodietjes, Go-Go, en zelfs, zoals (godb) in Humo al opmerkte, een beetje van de vrolijke Pixies. Dat is het Danger Mouse-effect, neem ik aan? Zijn productie is in ieder geval ook kristalhelder, heel open en modern maar toch nergens het nostalgische verklotend.
Beck is geen vernieuwer meer, en is het in feite nooit echt geweest; noem hem gerust de David Bowie van de hedendaagse alternatieve Rock. Wat ik bedoel is dat we niet meer op Odelay 2.0 hoeven te wachten: hij heeft het al eens geprobeerd, en hij moet het niet nog eens riskeren. Om maar te zeggen: Modern Guilt is een aangename plaat, niet meer en niet minder. Soms een beetje lauw, dan weer geweldig, maar vooral gewoon goed. En meer moet het ook niet zijn.
http://milesbehind.wordpress.com/