De recensie is verschenen op
hiphopleeft
In 2006 bracht Jedi Mind Tricks het betrekkelijk verrassend positief ontvangen Servants in Heaven Kings in Hell uit, waar strakke ruige tracks gepaard gingen met oprecht gevoelig klinkende openbaringen van de immer radicale Vinnie Paz. Op de nieuwe plaat, A History of Violence, krijgt de vredesstrijder hulp van zijn oude strijdmakker Jus Allah, een man die een aparte rol speelt op dit wisselvallige album.
A History of Violence begint met enkele seconden tijdloze muziek uit de Godfather-triologie, gevolgd door een fanatieke scratchsessie. Een uitstekende wijze om een album in te luiden en het enthousiasme wordt op Deathbed Doctrine goed opgepakt door de compromisloze rappers Vinnie Paz en Jus Allah. Helaas klinkt de beat wel erg happy voor de hongerig agressieve uitroepen van de dienstdoende vocalisten, van alle samples ligt alleen de quote van Big L (“I don’t have it all upstairs, but who the fuck cares?”) in het straatje van de raps, en daarnaast klinkt het huppelende deuntje van de beat veel te vrijblijvend.
Op het volgende nummer, Deadly Melody, is de sfeer veel dreigender. Daar draagt de zang van Block McCloud aan mee, maar ook Stoupe the Enemy of Mankind weet hier de juiste toon aan te slaan. Het zijn niet de geijkte vioolslagen, maar donker aangeslagen en vervaagde pianoklanken. Op dit soort grauwe beats komen rauwdouwers als de Jedi Mind Tricks-rappers het best tot hun recht, en dat blijken ze te weten. Ze bewegen zich als een vis in het water over de track, al valt er op de rapwijze van vooral Jus Allah best wat aan te merken.
Deze rebel uit zich namelijk bij voorkeur in zo kort mogelijke zinnen. Neem zijn openingsvers op Deadly Melody: “I’m sand and stone//I stand alone//I’m a candle blown//I’ve hands of bone//I’m smart and old//I’m dark and cold//[…]//I’ve a heart of gold…”. Het lang doorrijmen op één klank kan best leuk zijn (Big L bijvoorbeeld kon er wat van), maar het lijkt bij Jus Allah meer op gemakzucht dan op een werkelijke flexibelheid te duiden. Hij beweegt zich in ieder geval verre van fris en fruitig over dit album.
Gelukkig rapt Vinnie Paz meestal wel op het scherpst van de snede. Ook op zijn flow en teksten is altijd wel kritiek geweest, maar hij doet toch wel weer gewoon zijn eigen ding. Natuurlijk zijn er weer de gebruikelijke nummers over allerlei ongrijpbare en duistere onderwerpen, waar hij zich weer lekker ongeremd en gewelddadig kan uiten. Maar er zijn ook tracks waar de scheldkanonnades met gegronde redenen op de maatschappij worden gericht. Op Trials of Lies, met een dramatisch voortzingende vrouwensample en hier en daar tranentrekkende instrumentatie – dat kun je wel aan Stoupe overlaten – uit hij zich over de idealen die mensen via de media krijgen opgedrongen. Uitgemergelde meisjes, lelijke beroemdheden, bedriegende reclames, het komt allemaal aan bod. We wisten het natuurlijk al lang, maar het is mooi te zien dat iemand met overtuigingskracht in zijn stem ons nog eens wakker schudt.
Ook op Death Messiah stelt Vinnie Paz wereldse problemen aan de kaak, maar hier gaat hij wat meer in op zijn eigen leed. Zo legt hij vooral uit dat hij zich onbegrepen voelt en dat hij dus gevangen is in een wereld die hem niet begrijpt. Opnieuw wordt hij bijgestaan door een melancholiek voortslepende beat, wederom ondersteund door een vrouwensample, dit keer met wat meer opzwepende klanken.
Het zijn die serieuze nummers die het algemene niveau wat opkrikken, want het meeste, zeker als er gastartiesten in het geding zijn, klinkt toch erg gewoon en vaak zelfs matig. Rappers als Outerspace, Doap Nixon en Demoz voegen niets toe aan Vinnie Paz; niet op het gebied van inhoud, niet op dat van teksten en ook niet op het gebied van charisma. Vinnie is misschien iets te eentonig, maar is altijd nog boeiender dan de genoemde gastartiesten. Op Servants in Heaven Kings in Hell (en andere voorgaande albums) waren de hulptroepen vaak nog ware versterkingen, hier halen ze de tracks enkel naar beneden.
Maar de tegenvallende resultaten zijn niet altijd enkel en alleen aan de (gast)rappers te wijten. Ook Stoupe the Enemy of Mankind maakt zich er soms te gemakkelijk vanaf door een stemsampletje aan een viooltje, pianootje of Latijns-Amerikaans geluidje te koppelen en hier wat dreuntjes aan toe te voegen. Het is het beproefde recept van de voorgaande albums, maar dit keer minder florissant uitgevoerd. Misschien komt het omdat de toverspreuk is uitgewerkt, misschien heeft Stoupe te weinig tijd genomen.
Wat zeker is, is dat dit album nu nog niet had uit hoeven komen. Het extreem productieve label Babygrande heeft met deze release het zoveelste veelbelovende album op de markt gezet, maar imponeren konden maar weinige van de releases. De meeste albums hebben wel enkele dope tracks, halen vaak dankzij de kwaliteit van de artiesten ook nog wel een (ruime) voldoende, maar klinken toch hier en daar wat kitscherig, gemaakt en soms zelfs afgeraffeld. En vooral dat laatste gevoel heerst heel sterk bij A History of Violence, en waar het kitscherige natuurlijk altijd al een beetje op de loer lag bij de met drama overgoten instrumentaties van Stoupe the Enemy of Mankind, ligt het er nu heel erg bovenop. Hadden de mannen van Jedi Mind Tricks wat meer tijd genomen voor hun product, dan hadden ze best met iets meer indrukwekkends kunnen komen dan deze plaat.
Waarom dit album eigenlijk met zoveel haast uit moest komen is trouwens een raadsel. Want liep A History of Violence niet een groot risico ondergesneeuwd te raken, door al die andere releases op Babygrande? Het is niet zeker of die drukte dé oorzaak is van de teleurstellende verkoopresultaten, de kwaliteit van de muziek zal ongetwijfeld ook een rol spelen, maar het getuigt van weinig marktinzicht dat het album van een van je topacts maar vijfduizend exemplaren verkoopt in de eerste week. Laat deze mislukking een straf zijn voor het gemakzuchtige Babygrande en laat Jedi Mind Tricks er van leren, om na een tijdje bezinning keihard terug te komen. Dat zie ik nog wel gebeuren, met de opgewonden natuur van Vinnie Paz.