Voor de opvolger van het meesterwerk ‘Homogenic' (de soundtrack ‘Selmasongs' even buiten beschouwing gelaten) dook Björk verder het experiment in. Met haar meest intieme hersenspinsels weefde ze een cocon rond zich, die ze verpakte in delicate elektronische arrangementen. De titel plukte ze uit de botanische terminologie - ‘Vespertine' staat voor een bloem die haar kelk pas 's avonds openvouwt - en duidt meteen op het nachtelijke karakter van de plaat: sluipende beats, sacrale klassieke invloeden en melodieën die flirten met het ritualistische. De breuk met popinvloeden maakt dit haar minst toegankelijke album, maar tevens haar grootste artistieke verwezenlijking.
In vergelijking met de eclectische voorganger gaat ‘Vespertine' voor een totaalgevoel, waardoor individuele songs minder uit het beeld springen. Toch staat het buiten kijf dat elk nummer alweer een toonbeeld van detailwerk is. Het uitgelezen voorbeeld daarvan is natuurlijk ‘Pagan Poetry', het meest bewonderswaardige werkstuk dat Björk tot nog toe neerpende. De doorbraak van een intensere persoonlijkheidsbeleving, dankzij de overgave aan de liefde, wordt met ritualistische beats, Aziatische invloeden en gelaagde vocals als een sprookje gepresenteerd, dat in de verstilde finale een amoureuze epifanie bereikt. Ook de orkestratie van opener ‘Hidden Place' intrigeert onmiddellijk: een sluimerende, diepe beat overspoeld door golven van strijkers. De verhaalde voorzichtige fysieke exploratie van brandende liefde is in se uiterst herkenbaar, maar transformeert door het klankpatroon tot een bijna onaardse emotie.
Dergelijke dualiteiten doorspekken de plaat. Het belgerinkel in het instrumentale ‘Frosti' verenigt resonanties van melancholische tragiek en kinds geluk. Boven ‘An Echo, A Stain' pakken zich donkere wolken samen wanneer de aanraking, in de eerste nummers nog zo teder beschreven, plotseling in plaats van intimiteit een dreigende beklemming evoceert. Dit alles in zeer doorzichtige termen, want hoewel de muzikale drempel duidelijk verhoogd is, zijn de teksten van ‘Vespertine' veel tastbaarder dan andere pennenvruchten. De gebruikte beeldtaal is toegankelijker en helpt de diepste gevoelens naar boven te brengen. Om geborgenheid uit te drukken zal je bijvoorbeeld moeilijk een treffender beschrijving vinden dan "I have a recurrent dream every time I lose my voice, I swallow little glowing lights my mother and son baked for me" (‘Heirloom').
De reis door Björks inner sanctum gidst je subtiel langs alle hoekjes en kantjes. In ‘Cocoon' bezingt ze de serene liefde in een engelachtig hoge toonaard, terwijl het gekraak van haar stem - eveneens weerspiegeld in het arrangement - haar porositeit benadrukt. Toch is er ook plaats voor vleselijke passie, op ‘Harm of Will' als een nagenoeg religieuze belevenis voorgesteld. De song verheft de seksualiteit van Harmony Korines expliciete scenario ("He placed her unclothed long (long) longlegged atop the family tree") tot een sacraal ritueel.
Hoewel de meeste critici zich uiterst lovend uitdrukten over zoveel schoonheid, hoorde je hier en daar de kritiek dat ‘Vespertine' te monotoon klinkt om echt indruk te maken. Als je je ten volle openstelt voor het album is ‘in trance voerend' echter een betere bewoording. De plaat is gestut op enkele basisthema's, zowel op muzikaal als op tekstueel vlak, die door herhaling de luisteraar echter volledig absorberen. Eens je de beleving van het album ten volle ondergaan hebt, zou een doorbreking van het patroon fataal zijn. Na de intimistische openers ‘Hidden Place' en ‘Cocoon' lijkt de overgang naar een meer extravert ‘It's Not Up to You', de song die qua klank de schakel met ‘Homogenic' vormt, zelfs al te abrupt. ‘Vespertine' is zeker en vast geen plaat die iedereen kan bekoren; het is dan ook geen commercieel massaproduct, maar een delicaat artefact.
