Niet lang na de release van The Dirty South hoorde ik ergens het nummer Carl Perkin’s Cadillac, dat meteen mijn interesse in deze band aanwakkerde. Ik vond die track op een cd die als extraatje bij een rockmagazine zat. Ik kende Drive-By Truckers verder nog niet, maar dat nummer smaakte duidelijk naar meer. Ik haastte me direct naar de lokale platenzaak en groot was mijn verrassing toen ik dit album in de bakken zag liggen. De bijzonder fascinerende hoes en dat ene nummer dat ik al kende, deden mij besluiten om The Dirty South min of meer blind aan te schaffen. Eenmaal thuisgekomen zette ik vol goede moed dit album op. De eerste luisterbeurt zal ik nooit meer vergeten, want wat was dit goed zeg.
Inmiddels zijn we veertien jaar verder en staat deze plaat al jarenlang op de nummer 1-positie in mijn top 10. Zo heel af en toe heb je het gevoel dat muziek je pakt en niet meer loslaat. Ik had dat gevoel bij deze plaat, die mij vastgreep en nooit meer echt heeft losgelaten. Er zijn momenten in je leven die je voor altijd bijblijven. De eerste kennismaking met dit album is één van die momenten voor mij.
Vanaf de eerste tonen van de majestueuze opener Where the Devil Don’t Stay tot aan de melancholische afsluiter Goddamn Lonely Love is dit album één groot hoogtepunt. De band weet hier een sfeer te creëren die je langs verlaten woestijndorpjes in Georgia en Alabama voert, waar sheriffs en cowboys nog de dienst uitmaken. De Truckers slagen er in om dampende 70’s rock te combineren met verfrissende hedendaagse rockelementen en daar nog een flinkse scheut americana aan toe te voegen. De rasperige vocalen van Patterson Hood, de gevoelige stem van Jason Isbell en de robuuste zang van de stoere Mike Cooley vertellen daarnaast in iedere song een bijzonder origineel verhaal.
Neem bijvoorbeeld het magistrale Daddy’s Cup, over de vader van Cooley die niets liever ziet dan dat zijn zoon ooit een succesvol autocoureur wordt. Minstens zo sterk is het beklemmende Cottonseed, ook van Cooley’s hand. De hoofdpersoon heeft zich bezondigd aan alles wat slecht is in het leven – corruption, crime, killing, greed, fixed elections, guns, drugs, prostitution – maar lijkt zich geen moment schuldig te voelen. Het ingetogen The Sands of Iwo Jima, gezongen door Hood, handelt dan weer over zijn oom die in Iwo Jima, Japan heeft gevochten tijdens WO II. De stem van Hood komt voor mij het beste tot uiting in de rustige nummers, zoals hij ook in het prachtige Tornadoes laat horen. Isbell op zijn beurt is ook ijzersterk, bijvoorbeeld in het stevige The Day Joen Henry Died dat – zoals de songtitel al verklaart – het verhaal vertelt over John Henry. Mijn eerste kennismaking met de band – het al genoemde Carl Perkins Cadillac – is een mooie ode aan Sun Records, terwijl in de indrukwekkende trilogie The Boys from Alabama / Cottonseed / The Buford Stick de sheriff Buford Pusser centraal staat.
Ik zou over iedere song een aparte recensie kunnen schrijven, zo goed is deze plaat. Elk nummer krijgt van mij de welverdiende vijf sterren. Tel daar de mooie verhalen in de songs en de authentieke sfeer bij op en je hebt een topalbum in handen.