In augustus overleed gitarist Bernie Marsden. Als soloartiest niet de meest bekende naam, maar liefhebbers van Whitesnake weten waarschijnlijk meer. Op deze Oudjaarsdag reis ik verder door zijn boek en carrière.
Het tweede soloalbum van Marsden bereikt tot zijn blijde verbazing de Britse albumlijst: twee weken in september 1981 met #71 als hoogste notering.
"Suddenly I was a charting solo artist," schrijft hij nog altijd verbaasd in Where's My Guitar? (2020).
Dat Whitesnake met hem in de gelederen tegelijkertijd nieuwe hoogten in hun populariteit bereikte zal ongetwijfeld hebben geholpen, maar er was meer. Liedjes schrijven was zijn andere grote talent. Mede daarom was zijn
solodebuut met pakkende poprock maandenlang de bestverkochte Britse importplaat in Japan geweest, gok ik zo.
De bekende namen op de opvolger zullen een extra duwtje aan de verkoopcijfers hebben gegeven. Op het meestal hardrockende
Look at Me Now doen namelijk leden van Whitesnake en Rainbow mee: drummers Ian Paice, sessiedrummer Simon Phillips en Marsdens maatje Cozy Powell; bassist Neil Murray en toetsenist Jon Lord.
De bio vertelt meer. Michael Schenker kwam eens kijken en mocht van Marsden meedoen... door in zijn handen te klappen op de boogierock van
Who's Fooling Who. Gemiste kans, hier had ik graag een gitaarduet gehoord! Het is wél een zangduet en Marsden wordt weggeblazen door de strot van Doreen Chanter. Want dat is het enige minpunt aan dit plaatje: zijn lichte stem past beter bij popmuziek dan bij rockende gitaren.
David Coverdale had gráág het titelnummer voor Whitesnake gebruikt, maar Marsden weigerde. Niet slim beseft hij achteraf, ongetwijfeld omdat er dan meer royalties waren binnengekomen. Jon Lord had het naar zijn zin en vroeg op zijn beurt Marsden voor soloplaat
Before I Forget.
De plaat werd in drie weken opgenomen met producer Guy Bidmead, die een robuuster geluid afleverde dan de knusse jaren '70-sferen van de voorganger. In de tijdsdruk kwam Marsden nog een nummer tekort. Powell stelde
Shakey Ground voor van soulgroep The Temptations: het funkuitstapje op
Look at Me Now met een toetsenpartij van John Cook (ex-Mungo Jerry). De plaat sluit af met de instrumentale blues van
After all the Madness.
In 2000 verscheen bij Purple Records een
cd-versie met drie bonusnummers en andere voorzijde plus uitgebreide informatie in het boekje, in 2013 bij Hear No Evil een volgende
cd-editie met oorspronkelijke hoes, één bonus en eveneens een achtergrondverhaal.
Al met al een verrassend stevige opvolger met als persoonlijke hoogtepunten het titelnummer, dan het instrumentale, spuitende en in tweeën gedeelde
Byblos Shack, het met Murray geschreven
Thunder and Lightning wat met zijn spannende gitaarpartijen en dubbele basdrum (Phillips) doet denken aan
Emerald van Thin Lizzy; bovendien zijn de koortjes van Doreen en Irene Chanter in
Can You Do It? niet te versmaden.
Sterke riffs en composities, niet verrassend voor de man die tevens aan de wieg stond van UFO’s
Doctor Doctor. Het enige wat minder bevalt is de lenige maar te keurige stem van Marsden.
En nu is het tijd om oliebollen op te halen en elders af te leveren en u een goede jaarwisseling te wensen. Of, om David Coverdale te citeren:
"We wish you well."