De meeste muziek die ik nu apprecieer heb ik pas later leren kennen. Daarmee wil ik zeggen, jaren na de release. Daar zitten ongelooflijk oude platen tussen (zie top 10), maar ook meer recente platen, van bands en artiesten die ik heb leren kennen aan de hand van nieuwe releases, die me lagen, waardoor ik in hun discografie ben geduikeld. Zo’n band is Cult of Luna min of meer, al is het reeds van 2008 geleden dat ze nog eens een nieuwe plaat uitbrachten. Dat was het erg sterke ‘Eternal Kingdom’. Maar mijn focus ligt in dit stuk op, en dat laat zich al raden, ‘Salvation’, de derde plaat van deze Zweedse sludgers. De verlossing.
En als een verlossing klinkt het na een paar minuten al in ‘Echoes’. Een dwingende intro, en na enkele minuten barst het nummer helemaal open. Meteen één van de absolute prijsnummers, maar zo zijn er wel meer. De tekst is ook erg goed; over het “holle” karakter van de mens: “Empty men without regrets; leaning against each others shoulders” en “The only thing worse than evil, is apathy”.
‘Vague Illusions’ moet in lengte nauwelijks onderdoen voor de epische opener, en qua kwaliteit ook al niet. Waar het me in de eerste song nog niet zo ongelooflijk opviel, komt hier echter één van dé succeselementen voor het eerst echt bovendrijven; de drums. Het spel van Thomas Hedlund (bij zo’n prestatie past wel een naamsvermelding) is werkelijk fantastisch gebalanceerd, iets wat steeds meer tot uiting komt na verloop van tijd, trouwens. Van de lyrics gaat iets hopeloos uit, vind ik: “Waiting here for you, to save me”, klinkt het. “Waiting here, for salvation” had er van mij zomaar achteraan gekund
.
Het middenstuk van ‘Vague Illusions’ brengt de storm even tot rust, de keyboardspeler speelt daar vaak een belangrijke rol in. De gitaar komt er weer bij, met zo’n typische opbouwende riff waarvan je gewoon weet dat ie zal ontluiken in alle pracht der brute emotionaliteit. De drums spelen ook weer een magnifieke rol; die kerel weet echt wat hij moet doen om de sfeerzetting te perfectioneren, en zijn timing is haast onevenaarbaar. De strot wordt weer opengezet:
“As the night breathes out the hars hand cold morning;
A smoke screen has surrounded the funeral mourners;
They march in the wake of broken promises;
This time they know we all fall into the rhythm so slow.”
Het klinkt als poëzie, en dat is geen rariteit bij dit soort muziek (die vaak door intelligente muzikanten wordt gemaakt, en niet door “breinloze herriemakers”, zoals ze door volkomen leken wel eens beschouwd worden), maar het klinkt bij Cult of Luna niet gekunsteld, of overdreven emotioneel of depressief. De toon is precies goed.
‘Leave Me Here’ zet in, en de riff die in het begin sporadisch te horen is, barst bijna van geladenheid. Het rustpuntje na anderhalve minuut is, hoewel het geweld me allerminst stoort, altijd welgekomen; omwille van de schoonheid. We horen zowaar wat cleane vocalen, al beperken die zich tot achtergrondgeluiden. De constante, hypnotiserende riff wordt abrupt afgebroken. Instrumentaal vind ik het niet één van de beste nummers op de plaat, maar de tekst maakt eigenlijk veel goed; daarin wordt, zonder er al te veel woorden aan vuil te maken, eigenlijk, een mooie schets gemaakt van wat vertrouwen is; het is iets dat, wanneer je jezelf blootgeeft, maar al te vaak wordt geschonden. Een lijn die je op heel wat vlakken kan doortrekken (ook naar de economie toe, of politiek).
De opening van ‘Waiting for You’ is zeer mooi, en heeft wel wat weg van gemoedelijke jazz; let ook vooral eens op het sobere doch geniale drumspel. Die intro duurt tamelijk lang (en dit is één van de weinige gevallen waarin ik dan zeg: gelukkig!), en gaat na ruim drie minuten over in een variant, ook erg rustig. Men neemt zijn tijd, en dat is enkel toe te juichen. Na vijf en halve minuut komt er al wat meer wind opzetten; de instrumentatie wordt heftiger; de gitaren snijdender. Een half minuutje later wordt nog een paar versnellingen hoger geschakeld. Maar daar gaat het ‘m in feite niet om; de genialiteit van dit album bevindt zich vooral binnen de opbouw van de nummers. Er wordt telkens weer genoeg tijd voor uitgetrokken, zonder echter het geheel te gaan stretchen (nodeloos uitrekken). ‘Waiting for You’; een sludgeklassieker, zonder meer. In de uitlopers van dit nummer kan je trouwens ook horen waar de Italiaanse metalband Ufomammut de mosterd deels heeft gehaald, meen ik te mogen zeggen. Sommige nummers worden trouwens afgesloten met spoken word, waarin in dit nummer bijvoorbeeld wordt verwezen naar de voorlaatste song.
Maar we moeten alweer voortdenderen, op de trein. Die trein is echter helemaal niet stuurloos, zoals de titel luidt, maar nog steeds stevig op de rails; op ‘Adrift’ wordt het epische geweld weer genadeloos van stal gehaald; één van m’n favoriete nummers binnen het genre toch wel. De mens is verloren, de utopie zal er nooit komen; de tekst is niet bepaald een sprookje. Het tussenstuk laat weer wat ruimte voor de drummer om zijn talent in de kijker te zetten; en dat doet hij fantastisch. Daarna begint er een heeeeeeeeeeeeerlijke riff. Zo’n riff die je eraan doet herinneren waarom je ook alweer naar deze muziek luistert. De drummer doet ook nog even een flinke duit in het zakje, de epische storm barst nog een keer los. “I tumbled down the road that bears his name; here he dwells, here he prospers and pushes us towards the end.”; in de hel wacht enkel pijn, wanhoop en angst.
‘White Cell’ is het kortste nummer, en er gaan stemmen op dat dit nummer er niet echt tussen past, maar het is zeker geen zwak nummer, en doet niets af aan de sfeer. En tekstueel is het nummer wel degelijk van belang, het is de eenwording van het door wanhoop getroffen ik-personage en de antagonist: ‘You and I merge, we become one”. De natuurkrachten worden aangeroepen, het kwellende schuldgevoel ebt weg.
Nu, cleane vocalen komen niet veel voor op deze plaat, maar aan het eind van ‘Crossing Over’ nemen ze heel even een prominente plaats in; maar dat zorgt wel meteen voor één van de meest magische momenten van heel het album. ‘Crossing Over’ kent een rustige aanvang, het gitaarspel lijkt soms zelfs wat rootsinvloeden te hebben, die perfect passen bij de sfeer van dit album. Na de samensmelting klinkt een verrotte grafstem. Een laatste moment van twijfel. Die twijfel lijkt ook even de bovenhand te nemen: “Nothing on this side ties me”. Maar na goed 4 minuten begint het prachtstuk waar ik het daarnet over had. Bijzonder sfeervol, het heeft gaandeweg een speciaal plekje in mijn hart veroverd, ook omdat de setting dat toelaat. De opbouw van dat stukje muziek is weergaloos, met de drummer alweer in een glansrolletje, al mag hier de gitaarsectie de meeste pluimen op de hoed steken (en misschien ook wel de producer). Maar bovenal; de componisten, natuurlijk. De gitaren beginnen te snijden na een tijdje, en ebben niet meer weg, maar blijven aandoenlijk klagen; maar dit is een klaagzang die niet ergert of zo, neen, het klinkt… verlossend. Het geniale concept in alle glorie, zet zich voort. De cleane vocalen vermengd met achtergrondgebrul, zij het ingehouden. ‘Crossing Over’ slaat de brug naar de afsluiter.
Die begint met de ritmesectie in een hoofdrol: drums en bas. Een jazzy gevoel bekruipt me weer, niet geheel onlogisch uiteraard. De gitaar smokkelt zich er bijzonder handig tussen, en laat zich steeds een beetje meer opmerken. Na pakweg 2 en halve minuut is het onherroepelijk gedaan met het voorspel; de vocalen bulderen weer door de speakers, de gitaren geven alles wat ze hebben, de drummer slaat het laatste restje verloren zweet uit zijn tere lijf. Uiteindelijk komt het tot de grote climax op tekstueel vlak; “What you see is just a shell of me”. In functie van zelfbescherming sluiten we ons af van de buitenwereld, en, zoals het zo fraai wordt gebulderd, “to escape the suffering we keep our emotions at a distance; so far away that our skin becomes our fortress”. De tekst klinkt ook wat optimistischer; een paar songs geleden klonk het nog “leave me here”, nu klinkt het als “leave with me”.
Maar Cult of Luna zou Cult of Luna niet zijn als er een happy ending was. Het ik-personage en zijn antagonist zijn wel samengekomen, maar enkel met als gevolg dat ze samen de dieperik ingaan. En iets zegt me dat het ik-personage dit al lang op voorhand wist, maar niet alleen wilde gaan; de bijtende eenzaamheid valt klaarblijkelijk zwaarder op de maag dan drukkende aanwezigheid. Er schemert ook iets van de uitdrukking: “Als je valt, neem je vijanden dan mee” doorheen. Ik kan helemaal naast de kwestie zitten, maar de songtitel past erg mooi achter de regel “This is when we fall down”. Het spoken word op het einde verraadt ook wel wat over het concept, al is dat voor iedereen anders, hoogstwaarschijnlijk: “Deliver me from guilt; grant me salvation’ luidt de allerlaatste regel.
‘Salvation’ is een album dat je na het beluisteren ervan nooit meer links kan laten liggen. Daarvoor is de emotionele impact te groot, en het brute geweld te confronterend. De geluidstormen gaan op de juiste momenten liggen, de drummer heeft een groot aandeel in het succes van dit album, de teksten zijn van een hoog niveau. Minpunten kan ik nauwelijks aantonen, wanneer dit album nog wat meer kan weken in mijn ziel, zit het allerhoogste cijfer er zeker in.
4,5 sterren