Vier weken geleden botste ik midden in de nacht in een zoveelste verwoede poging een leak van dit album te vinden op een leak van dit album. Twee weken geleden was het tijd om naar de winkel te lopen voor de officiële release van de cd. Vandaag luister ik naar I’m New Here op vinyl. Je kan je afvragen waarom zoveel geld spenderen voor iets dat er eerder én goedkoper (gratis) was. Mensen die vandaag naar de vinyl luisteren weten het antwoord al. Een geheel nieuwe bonus-LP (met herwerkingen van oude songs en het nooit eerder uitgebrachte jazzy ‘My Cloud’) is het begin, het mooi vormgegeven pakket het vervolg.
Bijgevoegd daarbij zitten twee losse foto-afdrukken. De ene toont een lantaarnpaal op de hoek van 125th Street en Lenox Avenue, verwijzend naar Gil Scott-Heron’s baanbrekende debuutplaat. Op de andere zien we de man himself 40 jaar later aan de voet van zijn even baanbrekende vijftiende release. Duidelijk getekend door the sign of the ages, en dus met bijbehorende bompapet, zien we een artiest die elk woord dat hij ooit voortbracht ook geleefd heeft, maar nooit te beroerd zal zijn om nog een speelse pruillip te trekken.
Z’n vijftiende album “I’m New Here” noemen, kan ook als een speelse knipoog opgevat worden. Het gaat wel verder dan dat. Ouwe Gil begeeft zich immers niet enkel muzikaal in nieuwe wateren, tekstueel geeft hij zich meer bloot dan ooit tevoren. Gil Scott-Heron houdt zich voor dit album z’n reeds 60-jarige spiegel voor, zonder het proberen te verbergen van de barsten. Kan ook moeilijk anders met deze, door allerlei vuiligheid gebroken, stem. Het komt de songs over zelfreflectie alleen maar ten goede en maakt al wat hij hier voortbrengt eens zo oprecht.
Het is misschien vreemd om je meest persoonlijke album dusver te beginnen met een sample van Kanye West en een drietal covers, maar in wezen vertellen deze nummers evenveel over Gil dan z’n zelfgeschreven songs. Een nieuwe start nemen, waar het in het titelnummer (oorspronkelijk van Smog) over gaat, is een boodschap op zijn lijf geschreven. Want hij mag dan jarenlang de stem zijn geweest van de minder bedeelden en steeds het onrecht in deze wereld hebben aangevochten, een heilige is Gil nooit geweest. Hij erkent ook zijn fouten via Robert Johnson’s ‘Me and the Devil’. Deze twee covers alsook ‘I’ll Take Care of You’ van Bobby Bland zijn naast inhoudelijk goede keuzes tevens sterk uitgevoerde composities die zonder probleem naast de fantastische originelen kunnen staan, en zelfs meer dan dat. De minimale industrial boom bap versterkt de boodschap en zorgt voor een intrigerend contrast tussen de koele aanpak, maar het o zo warme eindresultaat.
Een man die ongetwijfeld een belangrijke rol speelde in deze nieuwe stijl is producer en aanzetter tot dit project, Richard Russell, de baas van XL Records. Hij schreef ook een aantal van de composities op dit album. Gelukkig deed hij zijn job met het oog op een Gil Scott-Heron-plaat. Teksten zijn, afgezien van de drie covers, natuurlijk wel geheel afkomstig van Gil. In de interludes komen we ook heel wat te weten over de artiest en zijn visie. Hoewel het simpelweg stukjes van opgenomen gesprekken zijn, klinkt ook dat gewoon erg poëtisch. Alles bij elkaar is dit maar een goeie minuut; een halfuur praten met hem moet gewoon Verlichting zijn. Concurreren met de echte songs kunnen de interludes natuurlijk niet, maar ze maken het album wel completer.
Twee songs heeft Gil wel volledig zelf geschreven, niet toevallig mijn favorieten. ‘Where Did the Night Go’ is een treffende weergave van een slapeloze nacht veroorzaakt door een vol hoofd. De dreigende muzikale ondertonen zorgen voor een beleving van zo’n slapeloze nacht op eender welk moment van de dag. “I should have been asleep when I turned the stack of records over and over, so I wouldn’t be up by myself”, het zal getroubleerde muziekliefhebbers niet vreemd in de oren klinken. Z’n andere eigen compositie, ‘New York Is Killing Me’, is een heuse spiritual anno 2010. Begeleidt door handclaps en bescheiden percussie, versterkt met wat vrouwelijk stemgeluid, komen de problemen van de 21ste eeuw naar voren. Het verlangen van een ouder wordende man in de alsmaar drukkere, maar ook steeds eenzamer wordende, grootstad verschuift naar nieuwe luxezaken als rust en vrede. Gelukkig weet Gil waar dat te vinden: Jackson, Tennessee.
Het is opmerkelijk, het verhaal van I’m New Here: Gil Scott-Heron die na jarenlange afwezigheid gewoon weer leuk terugkomt met een enorm vooruitstrevend album dat ook daadwerkelijk iets toevoegt en relevant is binnen de hedendaagse muziekscene. Het is opmerkelijk, omdat dit nu de tweede keer is, na Spirits uit 1994, dat hij zoiets weet te flikken. Een derde geniale comeback hoeft echter niet voor mij, want topplaten als die twee mogen gerust met een zekere regelmaat verschijnen!