Nadat ik de voorbije dagen en vanochtend
de nieuwe Kerry Livgren had gedraaid, kreeg ik vanmiddag vanzelf zin om mijn oude vriend
Monolith uit de hoes te halen.
Ik leerde dit album in 1985 kennen, toen ik een nieuwe muziekvriend ontmoette. Nog altijd kunnen wij eindeloos over muziek praten. Van de vorige Kansas werd
Dust in the Wind in Nederland een grote hit, maar deze opvolger leverde in ons landje geen klapper op. En dus verkocht
Monolith niet goed, zodat ik 'm vanzelf toen al nauwelijks tegenkwam. Geen hitsucces, geen elpeeverkoop; tenzij je Led Zeppelin heette...
Eerst moet ik dit noemen: voor mij komt de hoes van dit album (vinyl, klaphoes) waarschijnlijk op 1 wat betreft de
mooiste platenhoezen ooit. #bestalbumcoverever in Twitteriaans.
Ik leende deze plaat van die vriend en nam de volgende nummers op:
On The Other Side, een midtempo nummer dat met een fraaie, langzame gitaarsolo de plaat aftrapt;
People of the South Wind, waarover dadelijk meer;
How my Soul Cries Out for You waaruit een maniakale liefde voor een vrouw straalde (althans, zo ervaarde ik het zeer gepassioneerde refrein); en
A Glimpse of Home, alweer een sterk lied van gitarist/toetsenist/edelliedsmid Kerry Livgren, dat met zijn malle-valse intro en zijn lange uittro verslavend mooi bleek.
Begin jaren ’90 leende ik van iemand anders de biografie Seeds of Change. In dit boek beschrijft Livgren niet alleen zijn muzikale carrière, maar ook zijn zoektocht naar zingeving. Met de oosterse religies en thema’s als reïncarnatie was de denker ten tijde van
Monolith klaar; inmiddels was hij kortstondig beland bij de obscure science-fictionreligie van Urantia, hetgeen zijn weerslag vindt in de teksten. Vooral uit
A Glimpse of Home blijkt dit, waarbij hij wél een deurtje openhield voor vervolgstappen.
Standaardteksten waren nooit zijn ding geweest: albumopener
On the Other Side bijvoorbeeld beschrijft onder meer een dreigend writer’s block. Single
People of the South Wind beschrijft het volk van de Kansa, de native Americans in Kansas, die zichzelf Mensen van de zuiderwind noemen.
Steve Walsh was zijn writer’s block van drie jaar eerder volledig te boven getuige de vier songs die hij leverde, deze keer zonder Livgrens bemoeienis zoals nog op de voorganger het geval was. Hierbij
Stay Out of Trouble, geschreven met violist Robbie Steinhardt en gitarist Rich Williams. Qua teksten tapt de briljante zanger meer uit het clichévaatje van boy-meets-girl, maar zijn composities zijn dik in orde, met name
Angels Have Fallen.
Hierboven noteren diverse MuMensen dat Kansas commerciëler werd. Mwah. De geest van punk / new wave liet zich in die periode in toenemende name gelden, herinner ik me nog. Kansas was “old hippie music”: lange haren en symfonische rock? Seen it, done that. Voor aanvang van de jaren ’80 stond een bordje: "Graag kort haar en korte liedjes zonder solo’s".
Maar lange haren maken nog geen hippies, iets wat deze mannen uit de midwest sowieso nooit waren geweest. Desalniettemin veranderde de popcultuur tegen de progkenmerken van Kansas in. De aanhoudende roep van de platenmaatschappij om een hitsingle zal dit niet hebben verbeterd. Integendeel. Die hit kwam er desalniettemin alweer! In de Billboard Hot 100 werd
People… #23, in Canada #59, elders niets, als ik
op Wikipedia afga.
Monolith is weliswaar minder complex dan de vorige albums van Kansas, maar veel complexer dan de tijdgeest voorschreef. En wat dan nog? In de meeste gevallen pakt het me stevig beet. Daarbij zitten diverse liedjes nu al ruim 35 jaar in de playlist van mijn hoofd, waarbij ik het nodige kan meezingen. Kortom: sterk en stevig, net te weinig voor de volle vijf sterren. Ik pak de hoes er nog eens bij, wát een schoonheid!