Fan van Trouble sinds 1985 (
The Skull) deel ik de discografie van de groep in fases van drie albums in. Fase 1 1984-1987,
Trouble/Psalm 9 - The Skull - Run to the Light: Bijbels-geïnspireerde teksten vol hoop in contrast met zware riffs en melodieuze gitaartwins. Muzikaal als een combinatie van Black Sabbath en de heavy kant van Judas Priest.
Fase 2 omvat
Trouble,
Manic Frustration en ten slotte dit
Plastic Greenhead, waarop de katholieke verbeelding van zanger Eric Wagner uit diens teksten is verdwenen. Deze maakte plaats voor psychedelica, waarbij de invloed van rock van de jaren 1968-1971 zijn invloed in teksten én muziek doet gelden. De muziek blijft heavy, maar verschuift van hoekige hardrock met veel tempowisselingen naar eenvoudiger geconstrueerde hardrock.
Terug op de drumkruk op de laatste van deze drieslag is de man van de eerste albums Jeff Olson, die mogelijk ook de sobere toetsenpartijen op dit album verzorgde. De periode Def Jam/Rick Rubin is passé, welkom CEN-Bullet Proof/Vince Wojno.
Als puber was Trouble spoedig mijn favoriete groep, toen
Plastic Greenhead elf jaar later verscheen was ik inmiddels vader van twee kinderen. 'Bambi' was de film die ik die jaren het meeste heb gezien terwijl luier op luier werd verschoond en menig beschuit-met-muisjes gesmeerd. Dit album kwam toen op mij over als een vrij ongeïnspireerde herhaling van zetten, al had ik enkele favorieten. De cd draaide ik zelden meer en heb ik weggegeven.
Inmiddels zit ie toch weer in de cd-speler, standje net-niet-burenruzie. Dit dankzij de heruitgave van Hammerheart, waar ik afgelopen najaar ook de overige ontbrekende albums bestelde. Hoe bevalt het dertig jaar later?
De productie is dik in orde, het schelle geluid van de voorganger is door producer Vince Wojno teruggezet naar mijn geliefde warme, heavy geluid.
De groep had inmiddels een lijntje met Nederland opgebouwd. Dat had mogelijk iets te maken met de wijze waarop ons landje coffeeshops faciliteerde, passend bij de psychedelische, blowgeïnspireerde teksten die Wagner inmiddels schreef. Hare Majesteit koningin Beatrix verschijnt zelfs in het
cd-doosje met weedbladeren op de achtergrond. Executive producer is André Verhuysen van Aardschok/Dynamo Open Air en fotograaf is Toon van Esch. Dat het huidige label Hammerheart in Nederland resideert, heeft mogelijk met die historie te maken.
Qua teksten borduurt Wagner voort op
Manic Frustration: graag wereldvrede voor iedereen, politici zijn stom en de dood is nooit ver weg. Ik vond het toen wat makkelijk en dat heb ik nog steeds.
Het echter vooral om de muziek (toch?) en wat dat betreft hoor ik vooral de psychedelische hardrock van de voorganger, met twee metalen uitzonderingen:
Long Shadows Falling Down en
Below Me. De hoes vermeldt ze als track 10 en 9, maar zijn ze als 9 en 10 in de cd gebrand. Grimmige riffs met vooral de eerste in de sfeer van Tony Iommi dankzij de drietoon. Wel vreemd dat de twee snelle tracks bij elkaar staan, één op de eerste helft was beter geweest voor de variatie.
Dat betekent dat ik voor de overige nummers de tempowisselingen van de eerste vier albums mis. Niet dat de rest niet goed is. Ze grooven vaak op machtige wijze zoals de vijf nummers op de eerste helft; het langzame
Requiem is het langzame, droevige en pakkende vervolg op
Memory's Garden van de vorige plaat,
Porpoise Song (in 1968 geschreven door Carly Simon en haar toenmalige echtgenoot Gerry Goffin voor beatgroep The Monkees) is voor mij hét juweel van het album. Jammer dat het intro zo lang zo zacht blijft, de toetsen daarin zijn zo zóóó mooi in contrast met de gitaarmuren die daarna opduiken!
Walmend als een dikke, stoffige kaars gaat het album uit met
Tomorrow Never Knows, oorspronkelijk van Lennon-McCartney. Mij te psychedelisch ingekleurd en een melodie die echt niet zo goed is als menigeen met deze componisten wil doen geloven.
Dan liever bonus
Till the End of The Night, een nummer van Wagner met gitaristen Bruce Franklin en Rick Wartell, dat kennelijk het oorspronkelijke album niet haalde. Midtempo en prima.
Al met al een Trouble die enigszins op de automatische piloot de koers van
Manic Frustration voortzet. Wie dat album als favoriet heeft, vindt hier meer in een - gelukkig! - smeuïge productie. Ik mis echter de metalen kant van de groep plus de eigenwijze tekstuele invalshoek van de eerste vier albums.
Porpoise Song en
Long Shadows Falling Down maken veel goed,
Requiem en
Below Me vergroten de afwisseling: vier sterren voor het totaal, op naar fase 3.