Moet Oceansize nog geïntroduceerd worden? Dankzij hun sterke live prestatie is dit Britse vijftal al vrij bekend geworden, en hier op MuMe staan ze ook garant voor nogal wat stemmen. Ze brengen een combinatie van progressieve rock en post-rock met invloeden uit een hele rist genres.
Na het lastige Frames, waar veelal lange nummers op staan, is Self-Preserved While the Bodies Float Up weer een album met korte, toegankelijke nummers op. De cohesie van Frames schiet er wel bij in, want het album valt uiteen in twee delen. Een hard begin, en een rustig eind. Qua klank is dit zonder twijfel hun beste album tot dusver. De productie is erg goed, en alle instrumenten klinken uitstekend. Ook de harde stukken klinken deze keer uitmuntend. Instrumentaal is Oceansize nog steeds erg sterk. De drums en bas zijn bij momenten op een complexe manier met elkaar verweven, en het gitaarspel is ook steeds erg geslaagd.
Helaas ontbreekt het bij dit album een beetje aan spanning. Misschien dat sommigen meer houden van de kortere nummers, maar zelf heb ik het toch meer voor de lange epische escapades van hun debuut. Ze klinken meer en meer als Radiohead, maar Radiohead slaagt er wel veel beter in om richting te geven aan hun nummers. De trage nummers van Oceansize hebben een te kabbelend karakter, en blijven dus ook helemaal niet plakken.
De harde nummers op het album zijn een verdere evolutie van het harde materiaal op Frames. Interessant, maar er is te weinig aanwezig om echt te kunnen smaken. Hopelijk komen ze ooit nog eens met een wat zwaarder album over de brug.
Naar de muziek zelf dan. Part Cadillac (4:09) is een brutale opener. Een zware slome sludge-geïnspireerde riff rolt over je heen, als een soort verlengde van An Old Friend of the Christies. Mike Vennart heeft zelfs een kleine vocale uitspatting te bieden aan het eind, en hoewel dit een beetje een doelloos nummer is, is dit een fijne opener. Ook Superimposed (4:13) zou ik bij het hardere werk van Oceansize classificeren, al is de zang wel rustig. Het is zeker een druk nummer, waar drummer Mark Heron op het einde nog eens ferm uithaalt. En wat dan te zeggen van Build Us a Rocket Then (3:58). Hoog tempo, lekkere riffs van zowel gitaar als bas en wervelende drums. Dit is Oceansize op zijn meest chaotisch, en helaas is het hierna voor een tijdje afgelopen met de harde kant van hun muziek.
Oscar Acceptance Speech (8:52) is namelijk meer dynamisch, en dit is ook het meest uitgebalanceerde nummer op de cd. Alleen spijtig dat het zo langdradig eindigt met drie minuten viool, want voor de rest is dit een uitschieter op het album.
Ransoms (4:06) is een kalm nummer, waarin ze als vanouds weer prachtig sfeer scheppen met verre echo's van tremolo gitaar. De muziek deint op en neer, aanzwellend dan weer afnemend, allemaal erg mooi, maar niet bijster spannend. Ook A Penny's Weight (3:36) is een kort kalm stukje muziek dat wel erg zachtmoedig klinkt, fluweelzachte dreampop welhaast.
Silent Transparent (8:27) is meer in de stijl van Frames, zoals het begint met een complex spel tussen drums en bas. Ook gebruiken ze weer een meer rechtlijnige opbouw naar climax, zonder echte zijstapjes. Na zes minuten komt er dan eindelijk schot in de zaak, met een mooie finale die gerust de concurrentie met de betere shoegaze bands uit het begin van de jaren '90 aankan. Na het abrupte einde is het contrast met het stevige Its My Tail and I'll Chase It If I Want To (3:34) des te groter. Zware drums met daaroverheen een drukke gitaarriff en afgehaspelde zang zorgen voor een erg gespannen nummer dat nogal misplaatst lijkt te staan op het album.
Pine (4:54) is terug een adempauze: tremolo gitaarlijntjes, wat getokkel, rustig kabbelend melodietje, ingetogen hese zang, ... kortom weer zo'n nummer.
Afsluiter Superimposter (5:14) is een beetje de vreemde eend in de bijt. De ritmische strofen voelen aan als mathrock, maar dat gevoel wordt dan in de war gestuurd door het melodieuze refrein. Dan slaat het nummer plots een vreemde richting in, en begint een onheilspellende opbouw, die dan weer onderbroken wordt voor een refrein. Geen ontlading, geen finale ontploffing. Je blijft als luisteraar op je honger zitten (en dan krijg je natuurlijk zin om terug naar het eerste nummer terug te grijpen).
De afsluiter Cloak (3:41) is een erg ingetogen nummer met kale instrumentatie. Een niemendalletje dat niet zo goed past aan het eind van het album.
Dit album is dus een beetje een misser door al het te rustige materiaal. Te weinig climaxen, ontladingen en spanningsopbouwen om mij te bekoren. Niet toevallig zijn de twee langste nummers de beste op de cd. De schade qua score valt echter nog goed mee, omdat Oceansize nu eenmaal over prachtige arrangementen beschikt, een uitstekende ritmesectie heeft en een meer dan behoorlijke zanger. Deze zal ik zeker nog vele keren beluisteren, maar ik weet wel al zeker dat ze het niveau van Effloresce niet gehaald hebben.