In reactie op de opmerking van
Sikken Berend:
"Bij A Passion Play zijn er twee mogelijkheden. Of je vindt het helemaal niks, of je vindt het geweldig", vermoed ik dat ik de uitzondering ben. Ik ben zeker positief, een krappe 8 zeg maar, maar niet wild enthousiast.
De muziek is klassieker van opzet dan voorganger
Thick as a Brick, eveneens een conceptalbum dat eigenlijk uit één lang nummer bestaat. De bezetting van Jethro Tull bleef ongewijzigd, de muziek complex, de hoes bevatte weer een fictieverhaal over de plaat, waar onder andere een fabel klinkt over een haas en diens bril.
Pas aan het einde van kant 1, na twintig minuten, klinkt voor het eerst de dwarsfluit van Ian Anderson die echter wél het nodige op saxofoons doet. Toetsenist John Evans laat in datzelfde deel horen dat hij nieuwe synthesizers voor zijn verjaardag heeft gekregen. Kant 2 begint met de sfeer van een sketch van Monty Python met gesproken delen van Evans; bassist Jeffrey Hammond zingt een weinig.
Anders dan
Thick as a Brick werd de muziek van
A Passion Play later in losse tracks verdeeld; dit ten tijde van de cd-release van 1998.
De groep verdiende een goede boterham aan hun albums en tournees, wat vooral voor de belangrijkste songschrijver Ian Anderson gold. In de biografie 'Jethro Tull' van Scott Allen Nollen valt zelfs te lezen dat de zanger van de opbrengst van de meer-dan-een-compilatie
Living in the Past een huis voor zijn ouders kocht, na enkele moeizame jaren tussen hen en hun zoon.
Tegelijkertijd met Jethro Tull veroverde ook Monty Python de VS, waardoor menig Amerikaan wel iets van de humor op
A Passion Play begreep.
Desondanks kwam het album moeizaam tot stand, aldus Allen: Anderson was om de belastingdruk te ontvluchten (83% in het Verenigd Koninkrijk!) naar Zwitserland vertrokken (slechts 20%...) om daar het album in de steigers te zetten. Later werd hij door de groep vergezeld. De papieren om hen een officiële Zwitserse belastingstatus te geven vergden de nodige aandacht en die bureaucratische molen draaide inmiddels bijna een jaar.
De repetities vonden plaats nabij Montreux, de wekenlange opnamen in Chateau d'Herouville nabij Parijs. Dit alles verliep moeizaam, "
recording an entire album's worth of material that eventually was abandoned". De studio werd door Anderson omgedoopt tot
"Chateau d'Isaster".
Dan echter delen twee anoniem gebleven leden dat ze niet in Zwitserland willen wonen. Mocht dat definitief worden, dan zullen ze de groep verlaten:
"The money isn't important, we just have to go home". Anderson wil geen breuk en stemt met hen in. Nog geen vierentwintig uur later komt een telefoontje dat de leden nu "ingezetenen van Zwitserland zijn".
Het eten was er ook niet lekker, vond gitarist Martin Barre, die vertelde dat hij
"baked sparrows" kreeg voorgezet. Kennelijk was hij vergeten wat hen bij de opnames van de voorganger op culinair vlak was overkomen.
Menig fan is onder de indruk van het album, al is de verkoop minder. Bewondering is er voor de deels cinematografische concerten. Een documentaire volgt, tegenwoordig
hier te zien.
In de omvangrijke tournee zijn slechts twee Britse concerten opgenomen, beide in het Wembley stadion. Het leidt tot de nodige kritiek van pers en fans, waarop manager Terry Ellis bekend maakt dat de groep hierna definitief stopt met optreden.
Dat klopt niet én beschadigt de reputatie van Jethro Tull. De groepsleden zijn boos. Zoals Hammond verwoordt:
"That was the most catastrophic thing he could say, and I just did not understand it."