MusicMeter logo menu
MusicMeter logo
poster

Agalloch - Marrow of the Spirit (2010)

mijn stem
3,81 (95)
95 stemmen

Verenigde Staten
Metal
Label: Profound Lore

  1. They Escaped the Weight of Darkness (3:41)
  2. Into the Painted Grey (12:25)
  3. The Watcher's Monolith (11:46)
  4. Black Lake Nidstang (17:34)
  5. Ghosts of the Midwinter Fires (9:40)
  6. To Drown (10:27)
totale tijdsduur: 1:05:33
zoeken in:
avatar
3,0
Agalloch is organische muziek, Agalloch is emotie. Zo ken ik ze en dat zal wel niet veranderen. Wat wel veranderd is hoe ze elke keer tegen een nieuw album aankijken. The Mantle was erg akoestisch, Ashes was heel erg post rock, met vocalen die de hoofdmoot waren van het pakket.

Dit album is meer Black Metal qua sfeer, zeker in het begin van het album. Later wordt alles meer ambient, meer postrock, maar de productie heeft veel sfeer. Op sommige tracks zou ik zeggen dat de vocals iets teveel op de achtergrond zitten of de instrumenten teveel op de voorgrond, het is maar hoe je het bekijkt. Zonder er echt op te lijken, hangt er een soort shoegazey (Alcest?) feel over het album.

Ik prefereer nog wel de felle eerste helft, tegenover de rustigere tweede. Toch, dit is geweldig en sowieso jaarlijstjes materiaal.

avatar van Dexter
4,5
lykathea schreef:
(quote)


Daar ben ik het niet mee eens. Alleen They Escaped the Weight of Darkness ontkracht dat al, want alhoewel menig (black) metal album begint met een rustige intro om je vervolgens kapot te maken beschouw ik Agalloch toch als een treetje hoger dan het gemiddelde meuk en is de intro van essentieel belang in het geheel. Vooral ook om een parallel met To Drown te schetsen.

Neem inderdaad niet weg dat het album gaandeweg, vooral na het slopende Into the Painted Grey op een andere - misschien rustigere - manier overgaat, maar ik zie daar alleen geen tweedeling in.


Dit weekend volop de tijd gehad om dit album in alle rust nog eens te beluisteren, en ik moet toch terug komen van mijn eerdere ervaringen. Het is allemaal niet zo zwart-en-wit als ik eerst meende, wat dit album zo interessant en intrigerend maakt.

De intro zette mij inderdaad op een verkeerd been, door - in mijn ogen - nogal geforceerd in alle geweld los te barsten met Into the Painted Grey, door middel van een vreemd ingemixte drum roll. De afzonderlijke nummers, Into the Painted Grey en The Watcher's Monolith, zijn van buitengewone klasse, maar de overgangen kwamen mij wat lukraak over. Het restant van de plaat vloeit allemaal heel netjes in elkaar over, wat het geheel dan wel ten goede komt. Vooral de overgang van The Watcher's Monolith naar Black Lake Nidstång is geweldig. Vanaf hier komt de sfeer van de intro ook weer echt terug.
Dat was wat mij opviel betreffende een 'tweedeling' van dit album. Ondanks deze puntjes van kritiek blijft dit toch met gemak een van de beste releases van dit jaar.

avatar van AOVV
4,5
Dit jaar heb ik Agalloch ontdekt. Naar aanleiding van deze nieuwe release ben ik ook naar ouder werk op zoek gegaan, en dat bevalt allemaal heel erg goed. Deze plaat heb ik al vrij veel beluisterd de laatste weken, en is op de derde plaats geëindigd in mijn eindejaarslijst. Het is een kille, desolate, donkere plaat.

De hoes vind ik prachtig; die ademt perfect de sfeer uit die de hele plaat lang wordt vastgehouden. Kil, desolaat en donker dus. Het album opent met een kort nummer, meeslepend nummer. De cello speelt daarin de hoofdrol, met op de achtergrond het geluid van tsjilpende vogels en een klaterend beekje. Het nummer is gecomponeerd door ene Jackie Perez-Gratz, en de cello wordt ook door haar bespeeld. Wat je hoort is erg intens, en vooral wonderschoon.

Als ‘They Escaped The Weight Of Darkness’ langzaam wegvalt, komt ‘Into The Painted Grey’ bruusk invallen. Het contrast is groot, maar er is toch ook één gemeenschappelijk punt; de intensiteit. Agalloch haalt het onderste uit de kan, en dat is maar goed ook, anders zou de muziek misschien wat verzanden omdat de nummers zo lang uitgesponnen zijn. maar niets van dat alles ervaar je tijdens het helse uur dat ‘Marrow Of The Spirit’ is. Met de grunts heb ik trouwens geen probleem; het komt wel eens voor dat ik het niet kan verdragen, maar bij deze band blijkbaar wel. Het tempo zakt bijna nergens, maar van overhaasting is echter geen sprake; het beste bewijs daarvan is de tijdsduur van het nummer.

‘The Watcher’s Monolith’ klinkt, net als het vorige nummer trouwens, groots. De song opent met akoestische gitaar, waarna de elektrische gitaar invalt, en de song langzaam opbloeit. Na een minuut krijg je dan een halve minuut rust, waarna de zanger invalt, en het weer steviger wordt. Als we ongeveer 3 minuten ver zijn in het nummer, krijg je hetzelfde motiefje als in het begin, en klinkt een haast sacrale stem: “Standing proud in the hollow of the land; a vestige of deeper purity etched in spirit against the sky.” De gitaarsolo in het midden van het nummer is ook erg mooi, waarna de song een lichtjes andere wending krijgt. Al duurt dat niet lang. Na een korte rustpauze kent het nummer nog een geweldige climax (vind ik persoonlijk), waarin de zanger zijn longen bijna uit z’n lijf schreeuwt en bromt en grunt. Daarna volgt nog een beklijvende gitaarsolo, die de haren op je nek overeind doen komen. Wanneer die solo stukje bij beetje wegvalt, komen krekels opzetten, en de laatste minuut wordt volgemaakt met een ronduit fantastisch mooi pianostukje. Niet frivool, of moeilijk of zo, maar echt perfect bij de sfeer van de plaat passend.

De krekels hoor je ook nog in het begin van het langste nummer, ‘Black Lake Nidstang’. Ik heb eens opgezocht wat dat is, een nidstang (een mens kan niet alles weten, natuurlijk, maar is wel nieuwsgierig, dus daarom zoekt hij dingen op). Wel, het is een soort houten paal die in de oude Germaanse culten werd gebruikt om een vijand te vervloeken. Het woord is afkomstig uit het Oud-Noors, en als je deze band hoort, zou je soms denken dat het een Scandinavische band moet zijn, omdat ze toch wel aanleunen bij een band als Opeth. Maar goed, dit weetje draagt enkel bij tot de obscuriteit van deze plaat. ‘Black Lake Nidstang’ begint langzaam, neemt z’n tijd, hoor ik daar niet een flamencogitaar eventjes voorbijkomen, of beeld ik het me in? Het is in ieder geval één van de beste nummers die ik dit jaar al heb beluisterd, een monumentaal nummer. Als het rond 4 minuten 10 echt begint, wordt je meegezogen in de donkere wereld van een dodenmeer. Dat eerste stukje tekst, wordt gedeclameerd door “voice of the dead”, lees ik op een site waar ik de lyrics kan lezen. Tja, zo klinkt het wel, schor en fluisterend spuwt die stem woorden uit zoals “Pale ghosts caress the Nidstang in the dark; its face scarred by the ages”. Daarna volgt een instrumentaal stukje, en wordt het volgende stukje tekst gedeclameerd, door “voice of the Nidstang”. Tekstueel is het een mysterieus en intrigerend nummer, instrumentaal een meeslepend epos. Na zo’n 10 minuten kent het nummer een impasse, waarin de wind waait, gitaarklanken hypnotisch schemeren en de spanning op en top blijft. Xylofoon passeert ook, mooi toch. Experimenteren met keyboard. Na enige minuten begint het misschien wat tegen te steken, en als we bijna de kaap van het kwartier hebben gerond, komt er weer een versnelling in het nummer. Iets waarop ik ook al enkele minuten zat te wachten bij een eerste beluistering, dat geef ik grif toe. Zo explodeert het nummer toch nog op het einde. “Join the drowned in the silence of the black lake’s womb…” Gezellig is anders, zou ik denken..

En dan het nummer dat deze plaat ervan weerhouden heeft om de beste van 2010 te kunnen zijn voor mij. Dit nummer begint vrij afwijkend in vergelijking met de rest van de lange nummers. In titels verzinnen zijn die jongens echter heel goed. ‘Ghosts Of The Midwinter Fires’ is een titel met een zekere poëtische schoonheid. Na een vrij lange introductie komt het nummer rond de 3 minuten pas echt op gang. Ik ga zeker niet zeggen dat het een slecht nummer is, hoor. het intrigeert me net iets minder dan de overige songs, en dat is jammer. Misschien dat de appreciatie mettertijd nog zal komen, ik weet het niet. ik hoop er alleszins op, want dan is deze plaat een dikke kanshebber om het tot in mijn top 10 aller tijden te schoppen, toch zeker wat metalplaten betreft. Het nummer eindige wel erg mooi: een schelle klank op de achtergrond, de gitaar die zijn laatste noten uitzingt, en het klaterende beekje van de openingstrack dat weer terugkomt.

Daarmee opent de afsluiter ‘To Drown’ ook. Even later valt dat geluid weer weg, en komen er een akoestische gitaar en weemoedige strijkers voor in de plaats. Bezwerend wordt er gefluisterd “They escaped the weight of darkness”. De titel van het openingsnummer. De wereld is een bol, en het bestaan is een cirkel. Alles komt terug. “They escaped the weight of darkness; to drown in another…” Meesterlijk hoe de eerste en laatste track met elkaar in verband worden gebracht. Na ongeveer 5 minuten zou je denken dat het nummer gedaan is, maar nee hoor. Het tweede stuk moet nog beginnen. Een kolkende uitbarsting lijkt op til, ingeleid door dreiging, een razende storm in een stolp. Je weet dat ie er is, maar hij moet nog tot volle wasdom komen. Na 6 minuten 40 wordt het slotoffensief langzaamaan ingezet. Je voelt de spanning letterlijk oplopen. De cello keert ook terug, natuurlijk. Alles komt terug, vergeet dat nooit. Die kolkende uitbarsting komt er niet van, dat is misschien wel spijtig. De laatste anderhalve minuut bestaat uit water dat tegen de rotsen aanschuurt, en uiteindelijk dat klaterend beekje. Al kan het ook een hele oceaan zijn, wie zal het zeggen?

Agalloch pakt groots uit met ‘Marrow Of The Spirit’. Voor mijn gevoel althans, want ik weet dat er veel discussie bestaat over deze nieuwste. Sommigen, zoals ik, vinden het een geweldige plaat; anderen kunnen er niet veel mee. Het is inderdaad een lange, moeilijke zit, dus één kans volstaat niet. Je moet het twee kansen geven.

4,5 sterren

avatar van wizard
2,5
Dit album heb ik behoorlijk vaak beluisterd intussen. De 3 'meningen' die bij dit album geschreven zijn, zijn behoorlijk positief en bovendien werd bij de door mij erg gewaardeerde EP van Gallowbraid (Ashen Eidolon) de vergelijking met Agalloch meer dan eens gemaakt.
Toch zijn de keren dat ik dit album beluisterde, vooral pogingen geweest om dit album voor mij te laten groeien. De eerste paar keren luisteren waren namelijk niet overtuigend.

Nu, ruim 2½ jaar nadat ik dit album leerde kennen, moet ik toch constateren dat ik qua Marrow of the Spirit niet overtuigbaar ben. Het begin van het album is nog redelijk overtuigend: een stemmig intro, dat helaas net iets te lang is, gevolgd door een intens begin van Into the Painted Grey. Binnen een minuut gaat het voor mij mis in dat nummer als dat intense opeens omslaat in een übersimpel gitaarriedeltje.
Dat is het probleem dat ik met een groot deel van deze plaat heb: er zitten goede stukken in, maar ook te vaak wat simpele melodietjes. Daarnaast missen sommige nummers de kwaliteit om te kunnen blijven boeien, zeker als ze allemaal minimaal 10 minuten zijn. Black Lake Nidstång en To Drown zijn voor mij wat dat betreft de ergste missers.
Daarbij beginnen de gefluisterde vocalen met tegen het einde van het album ook wat tegen te staan. Het idee is goed, maar het wordt te vaak gebruikt. Misschien is het voor mij ook wel een soort van bliksemafleider voor alle andere dingen die er niet goed zijn aan dit album.

Ik ga er vanuit dat het doel van dit album niet zozeer een bak herrie maken is, maar juist sfeer scheppen. Daar slaagt Agalloch hier helaas niet in, aangezien ze mijn aandacht nauwelijks vast weten te houden.

2.5*

avatar

Gast
geplaatst: vandaag om 05:20 uur

avatar

geplaatst: vandaag om 05:20 uur

Let op: In verband met copyright is het op MusicMeter.nl niet toegestaan om de inhoud van externe websites over te nemen, ook niet met bronvermelding. Je mag natuurlijk wel een link naar een externe pagina plaatsen, samen met je eigen beschrijving of eventueel de eerste alinea van de tekst. Je krijgt deze waarschuwing omdat het er op lijkt dat je een lange tekst hebt geplakt in je bericht.

* denotes required fields.