De hardrockgroep UFO mocht ondanks zijn lange historie niet meer zo heten zonder Michael Schenker. Althans sinds er in 1995 een contract met de Duitse gitarist was getekend. En dus waren oerleden Phil Mogg en Pete Way gedwongen om zonder hem onder andere naam te werken. Een soort wurgcontract, denk ik dan.
In tijden van onenigheid met Schenker leidde dat namelijk noodgedwongen tot de groep Mogg / Way, die in 1999 zijn tweede en laatste album uitbracht.
Chocolate Box is de opvolger van het héél sterke
Edge of the World. Het pakt me minder maar bevat desondanks de nodige hoogtepunten. Een must voor UFO-fans waarbij ook ikke.
Die fan is wellicht kritisch omdat alweer een nieuwe gitarist moest worden gezocht, de relatief onbekend gebleven Jeff Kollman. Maar eigenlijk had ik zijn naam al jaren eerder moeten tegenkomen, gezien de grote namen met wie hij albums uitbracht:
zie hier. Groepsbiografie 'High Stakes & Dangerous Men' vertelt nauwelijks iets over
Chocolate Box, behalve dat degenen die ook in het UFO van
Walk on Water (1995) speelden, nu opnieuw aanwezig waren: naast Mogg en Way toetsenist en gitarist Paul Raymond en drummer Simon Wright. Daarmee klinkt het album anders dan de voorganger.
Kollman bezit soms een fusionachtig geluid, lichtelijk vergelijkbaar met dat van Steve Morse (Dixie Dregs, Kansas en Deep Purple). Bij UFO, eeeh Mogg / Way klinkt echter veel meer blues. Zoals in de pompende opener
Muddy's Gold, een ode aan Muddy Waters en tevens hard en swingend rockend.
Jerusalem bevat een progachtig intro, waarna het uptempo vervolgt. Kan Kollman spelen? Natúúrlijk kan hij dat, zoveel is na twee nummers duidelijk. Genieten!
De melodielijn en frasering van
Too Close to the Sun lijkt verdacht veel op die van traditional
Wayfaring Stranger, maar net als het vorige nummer gaat het gaandeweg steeds meer in de UFO-traditie klinken: hardrockend gespeeld, passioneel gezongen.
This Is a Life bevat tijdens de coupletten gitaarlicks die klinken alsof Schenker ze schreef, pakkend melodieus en robuust tegelijkertijd. Laatste nummer van de eerste helft is het kalme
Living and Dying, waar de typische UFO-melancholie heerlijk rondwaart.
In
King of the City trekken hammondorgel en stevige gitaarriff samen op, mijn vierde favoriet van het album mede door een knappe, knappe, knáppe gitaarsolo vol melodie en snelheid. Een liedje in een liedje, met blues, fusion en rock verenigd tot een prachtig geheel. Een nummer voor in mijn persoonlijke top (inmiddels) 92 met beste gitaarsolo's.
Dan volgt minder pakkend werk.
Death in the Family is aangenaam maar niet opzienbarend. Mijn streamingdienst noemt vervolgens track 8
Whip that Groove maar speelt in werkelijkheid track 9
Last Man in Space af, waarna track 9 alsnog
Whip that Groove blijkt te zijn. De 'man in de ruimte' bevat een riff in jaren '90-stijl (beetje alternatief, beetje grunge). Aardig. De traag rockende riff van
Whip doet iets dergelijks. Iets liever hoor ik de hardrockende bluesinvloeden in
Sparkling Wine, alsof het voor Whitesnake werd geschreven.
Wat betreft composities geldt dat de eerste helft sterk is, de tweede middelmatig. In totaal vier nummers die tijdloos mooi zijn, met op het hele album sterk gitaarspel en dito zang. Als ik deze in het echt voor een redelijke prijs tegenkom gaat ie mee. Wat IS er toch met UFO of in dit geval Mogg / Way, waarom kom je het latere werk in Nederland zo zelden tegen? En dan vaak nog duur ook?
De UFO-albums zonder Michael Schenker verkochten steevast minder goed dan die mét hem en dus blijven Mogg, Way en Raymond proberen hun haat-liefde-gitarist opnieuw binnen te hengelen. En natuurlijk omdat ze historisch gezien recht hadden om onder die naam te werken. In 2000 lukt dat, waarna het resultaat
Covenant wordt gedoopt.