Atmosphere is volwassen geworden. Natuurlijk, debuutalbum Overcast! (1997) had al een overwegend serieuze sound, maar het was wel duidelijk hoorbaar dat het duo uit Minneapolis haar eerste stappen in het muzikale landschap zette. Opvolger God Loves Ugly (2002) luidde de overgang van kinderjaren naar puberteit in. Ant produceerde plotseling beats waarmee hij zich duidelijk van anderen onderscheidde, terwijl Slugs teksten per nummer persoonlijker leken te worden. De muziek van de groep kreeg daarmee een uniek en emotioneel karakter, wat resulteerde in een trouwe en wijdverbreide fanschare.
En die fanschare is de laatste jaren alleen maar toegenomen. Atmosphere verandert namelijk per album. Waar Slug aanvankelijk geregeld opgewonden rapte over zijn frustraties en (bijbehorende) ex-vriendinnen, liet hij zich de laatste jaren steeds rustiger uit over andere, fictieve personages. Ook Ant stond niet stil: zijn producties zijn per album muzikaler en tegelijk ook kaler geworden. The Family Sign markeert in dat opzicht een eindpunt van de groep: Ants minimalisme bereikt een uiterste, terwijl Slug het hooguit in een bijzin nog over zijn eigen leven heeft. Tegenover HiphopDX omschreef hij de teksten als "metaphorically touching on themes of fatherhood, loss, love, disappointment and jubilation." Het moge duidelijk zijn: Atmosphere is de puberteit ontstegen.
Het resulteert in een uitermate professioneel en strak album. Meer dan een piano of een gitaar gebruikt Ant meestal niet voor zijn beats. Soms blijft een drum zelfs achterwege. Dat hij het toch muzikaal interessant houdt, geeft blijk van zijn vakmanschap. Subtiele variaties, kleine tempoveranderingen, originele ritmes en organische live-instrumenten: alles wordt uit de kast getrokken om dit zesde Atmosphere-album elke seconde interessant te houden. En het werkt, in zoverre dat er niets op Ant is aan te merken; de serene composities zitten uitstekend in elkaar - ze worden ondanks hun kaalheid zelfs alsmaar intrigerender. Maar daarin schuilt paradoxaal genoeg ook de zwakte: af en toe klinken de producties zo kloppend dat je vanzelf begint te wachten op iets afwijkends. Op een doorgedraaide gitaarsolo. Op een drumsolo die volledig losstaat van de rest. Op een uitspatting die zich niet van tevoren laat aankondigen.
Aan Slug de taak om The Family Sign alsnog van begin tot eind spannend te maken. Met zijn glasheldere stem slaagt hij daar op de eerste nummers uitstekend in: het zijn stuk voor stuk sterke staaltjes storytelling. Of het nu gaat over een jongen die opgroeit met geweld (The Last to Say) of een zoekgeraakte vriend in de sneeuw (Became), Slug weet hoe hij spanning moet opbouwen en de aandacht moet vasthouden. Hierbij dient alleen wel de kanttekening geplaatst te worden dat hij soms wel erg expliciet is. "The anger lives on through their son": het is typisch zo'n Slug-regel die wel erg weinig aan de verbeelding overlaat. Op die manier kan iedereen natuurlijk wel menselijke relaties en emoties analyseren.
Het is zonde, vooral omdat Slug het zoals gezegd wel in zich heeft een boeiend, impliciet verhaal te vertellen. Became is daarvan het duidelijkste voorbeeld, maar ook op andere tracks staat hij tekstueel zijn mannetje. Gastrappers zijn er dan ook niet nodig, Slug kan dit karwei gemakkelijk in zijn eentje klaren. Alleen ontbreekt het op The Family Sign duidelijk aan één ding: humor. Op eerder werk en ook in diverse interviews laat Slug zien één van de meest intelligente en grappige MC's uit de game te zijn, maar komische noten zijn er hier nauwelijks te bespeuren. Zelfs de zelfspot ontbreekt. De tracks zijn stuk voor stuk serieuze verhalen die door een serieuze verteller worden verteld. Dat maakt het album bij vlagen onnodig taai. Hoe vakkundig alles ook wordt uitgevoerd, er ontstaat zo geleidelijk wel een barrière tussen het publiek en de artiest. Je wordt niet zozeer meegenomen, je luistert naar iemand die aan het vertellen is. Dat er af en toe iets vanuit de eerste persoon wordt gerapt, verandert daar niets aan. Dat Slug soms zijdelings aan zichzelf refereert evenmin. Alleen op de momenten waarop de teksten daadwerkelijk over zijn eigen leven lijken te gaan, zoals zijn reflectie op de pas overleden Eyedea, wordt de barrière echt doorbroken. Hetzelfde geldt voor uitblinker Your Name Here, waar Slugs licht hakkelende flow volledig in dienst staat van de tot mislukken gedoemde ontmoeting die hij beschrijft. Niet geheel toevallig laat Slug juist op deze tracks zien waarom hij nog steeds tot de top van de internationale hiphop behoort.
Als fan had ik me nooit kunnen voorstellen dat ik veertien nummers voldoende zou vinden voor een Atmosphere-album. Op The Family Sign had een tracklist van elf, twaalf tracks wellicht beter gepast. Want hoewel de nummers vrijwel allemaal ijzersterk zijn geproduceerd, en de raps zowel flowtechnisch als inhoudelijk nog steeds van een buitencategorie zijn, is het album een onverwachtse voorspelbare rit geworden. Misschien was die puberteit waarin twijfel en frustraties hoogtij vierden toch zo gek nog niet.
Hiphopleeft