Ook bij mij was het zeker geen liefde op het eerste gezicht met deze I Am A Bird Now. Toen ik de eerste keer in contact kwam met de wel erg bijzondere stem van de zanger, legde ik 'm al na enkele noten het zwijgen op: té excentriek. Mijn denkbeeld veranderde niet toen ik die grote androgyne loebas wat later zag optreden op BBC. Waarom keerde dit album toch overal terug in eindejaarslijstjes van gerespecteerde muziekkenners?
Toen ik wat later wat om deuntjes verlegen zat, probeerde ik het nog eens, je weet maar nooit. En inderdaad, deze keer pakte de mayonnaise. Toch een beetje. Voornamelijk What Can I Do? kon me bekoren, met de vocalen van Rufus Wainwright nota bene.
Talloze luisterbeurten later kan ik me nauwelijks nog inbeelden dat de grenzeloze dramatiek van I Am A Bird Now aan me ontsnapte. Ik herinner me een uitspraak van Tom Van Laere (alias Admiral Freebee) waarin hij stelt dat de muziek van Antony & The Johnsons best wel mooi is, maar hij na 5 minuten genoeg heeft van die overdreven pathos. Ik hoorde de breekbaarheid dus echt niet in het begin; het stopte voor mij bij die bizarre stem.
Anno 2008 is dit album één van de meest beluisterde van mijn hele platencollectie, een album waar ik altijd naar kan teruggrijpen. Hoewel ie dezer dagen niet zo heel vaak meer door mijn boxen klinkt, heb ik in het verleden eindeloos mijn toevlucht gezocht bij I Am A Bird Now als ik weer eens besluiteloos naar mijn CD's zat te staren. Momenteel staat mijn persoonlijke top-10 niet ingevuld, maar dit schijfje zou een certitude zijn, en dat zie ik nog niet vlug veranderen.
De eerste seconden van Hope There's Someone, na al die tijd misschien wel mijn allergrootste favoriet, zijn al meteen aardverschuivend mooi. Ik kan best wel begrijpen dat dit iemand te sentimenteel is, maar voor mij is het dat helemaal niet. No way! Deze pianoballade zwelt stelselmatig aan, maar wordt nergens kitscherig. Toch weet vooral het kale begin mij van m'n sokken te blazen.
My Lady Story herbergt naar mijn gevoel minder eenzaamheid, en is minder sober dan de opener. De pianostrelingen zorgen ook hier voor ontroering, niet in het minst op het moment dat het refrein wordt achtergelaten om een nieuwe strofe op gang te brengen. Die paar toetsen zijn magnifiek.
For Today I Am A Boy is vinniger en Antony klinkt hier ook strijdlustiger dan ooit. Zijn lieflijke falsetto heeft toch even plaats geruimd voor een scherper stemgeluid. En hoewel deze song geen persoonlijke favoriet is, tilt dit nummer I Am A Bird Now naar een hoger plan. Het zorgt voor een soort van levendigheid.
Man Is The Baby, dat je in het middenstuk even in slaap lijkt te wiegen, wordt toch opnieuw op gang getrokken en de climax laat opnieuw koude rillingen achter.
You Are My Sister dan, eentje dat ik geweldig koester, is breekbaarder dan 'n zandkoekje, maar vind ik nergens mierzoet. De bijdrage van Boy George kan ik hebben, maar toch ben ik altijd blij als ik Antony het hoor overnemen van hem.
Het eerder aangehaalde What Can I Do is nog steeds 'n magnifieke compostie en heeft me naar het oeuvre van Rufus Wainwright geleid, hoewel ik daar nog maar mijn eerste verkennende stapjes zet.
Ook Fistfull Of Love is één van de ongenaakbare toppers: het moment waarop 'Straight through my heart, it's out of love' weerklinkt vind ik niets minder dan héérlijk. Minder ingetogen, en dus trekt deze niet echt de kaart van de ontroering. Eerder voel ik een soort van euforie als ik naar Fistfull Of Love luister.
Na de mysterieuze intro van Spiralling wacht ik op 'n soort van griezelige, Lynchiaanse ervaring, maar gelukkig besluit Antony er gewoon een mooi nummer uit te persen. Het is voor mij niet het meest onvergetelijke van deze schijf, maar gewoon 'n ontroerend luisterstukje dat de fenomenale standaard hoog houdt.
Het bevreemdende Free At Last is misschien maar een schetsje, maar wat voor eentje! Telkens opnieuw word ik zachtjes ondergedompeld in een geluksroes, met als apotheose de zinsnede 'Ladies and gentlemen, Antony & The Johnsons'. Vooral de manier waarop 'Johnsons' is uitgesproken vind ik hartverscheurend. Er gaat zoiets hulpeloos van uit. Erg raar dat Free At Last zo'n gevoel bij me kan opwekken.
En wat gezegd van Berd Gehrl: nog één keer, nog een allerlaatste keer, zo verschrikkelijk aangrijpend als een afscheid snijdt Antony's falsetto recht door m'n ziel. Een nummer dat misschien nóg emotioneler is dan Hope There's Someone. Wát een afsluiter.
I Am A Bird Now is het soort album dat ik nooit moe raak, en hopelijk ook nooit moe zal worden. Naast het genot dat ik uit dit album haal, heeft Antony me ook warm gemaakt voor muziek waarbij de gitaren eens niet de dienst uitmaken.
Enige minpuntje misschien: als je het boekje uit de CD haalt, wil ie er met de beste wil van de wereld niet meer in. Een geval van androgyne humor misschien?