Bij het verschijnen van
Prisoners in Paradise in 1991 woonde ik op kamers. Geen zus meer in de buurt die luidkeels meezong (bovendien liet zij deze Europe links liggen), andere prioriteiten en minder geld voor hobby's. Van het album heb ik indertijd nauwelijks iets meegekregen; pas via internet volgde een kleine inhaalslag en de voorbije dagen heb ik het album voor het eerst intensief beluisterd, op de koptelefoon naar en van werk op het fietsje. Nog zonder alle voorkennis.
Dan valt het Amerikaanse geluid op met meerstemmige koortjes en uitstapjes naar adult oriented rock. Anders dan op de voorganger speelt Kee Marcello ook regelmatig lange, emotionele noten, wat me véél beter bevalt: snelle noten lijken dan bovendien opeens nóg sneller.
Gisteren las ik de achtergronden zoals vermeld op kwaliteitswebsite
Wings of Tomorrow.com. Over de spanning tussen zanger Joey Tempest en "nieuwe" gitarist Kee Marcello. De laatste had bij zijn aantreden in november 1986 van bandmanager Thomas Erdtman de belofte gekregen dat hij naast Tempest muziek zou schrijven. De groep wist hier niets van en de muzikale klik tussen de twee ontbrak, met als gevolg dat op voorganger
Out of This World en hier op
Prisoners in Paradise vooral werk van Tempest is te horen. In '89 werd Erdtman ontslagen.
Met producer Beau Hill werd desondanks de plaat in november 1990 naar tevredenheid in het Californische Burbank afgerond, waarna wisseling van de wacht bij CBS roet in het eten gooide door het album af te keuren en Europe terug te sturen naar de tekentafel. Let wel, dit was vóórdat grunge in najaar '91 plotseling de markt overspoelde. De oorspronkelijke opnamen voor het album zijn
op JijBuis te vinden.
En los van al deze kennis?
Ik hoor Europese hardrock met vleugjes blues en Amerikaanse poprock/metal. Ik snap best dat niet iedereen op die laatste stijl zat te wachten. De eerste helft is daarbij wisselvalliger dan de B-kant.
Een zwakke start met het popachtige
All or Nothing met z'n nanana's, het niveau stijgt dankzij het mede door broodschrijver Jim Vallance gecomponeerde
Halfway to Heaven. Dat bezit een pakkend refrein op z'n aor's en een sterk opgebouwde gitaarsolo. Hier hoor je bovendien wat Beau Hill vermag, zoals ik ook zo kan genieten van zijn productie op
Crimes in Mind van Streets.
I'll Cry for You is pure en prachtige aor van het soort dat John Waite en Bad English zo goed kunnen. Met de o-hohoho - wo-hohohokoortjes van
Little Bit of Lovin' heb ik dan weer niks en
Talk to Me is evenmin spannend, met
Seventh Sign klinkt echter robuuste hardrock van hoog niveau met fenomenaal gitaarwerk. Ik hoor wat ik op de voorganger miste: inspiratie.
Kant 2 start met het titelnummer, een fraaie powerballad met Queenachtig gitaarwerk, wat goed uitpakt. Dan het swingende
Bad Blood met een verrassende synthesizergroove en verrek, ik denk aan Bon Jovi. Geinig hoor, maar mooier is de blues in heimweelied
Homeland. Met Marcello in een subtielere rol dan op de voorganger hetgeen hem prima afgaat; in het slot een heerlijke gitaarclimax.
Dan het rockende en swingende
Got Your Mind in the Gutter waarbij ik aan Aerosmith of zelfs ZZ Top moest denken: opnieuw sijpelt blues door in de luide rock. Op
'Til My Heart Beats Down Your Door klinkt robuuste hardrock met hippe toetsengeluiden, waarna
Girl from Lebanon het album net wat swingender geïnspireerd afsluit.
De noordenwind waaide de voorbije dagen koud en tussen de buien door was het op de fiets regelmatig genieten of zelfs verrast worden door
Prisoners in Paradise, zeker in het geluid van Beau Hill en met het sterke soleerwerk van Kee Marcello. Een 7,5 voor dit album, uitgedrukt in 3,5 sterren. Dat is een dikke halve meer dan de voorganger van mij kreeg.
In 1991 kregen Joey Tempest en ex-gitarist John Norum weer contact, wat te horen is op Norums tweede soloplaat
Face the Truth. Ongeveer tegelijkertijd liep Europe leeg, onder meer leidend tot een
solocarrière voor Tempest.