Stones Grow Her Name. Wederom een nieuw geluid, waarvoor respect. Na de koerswijziging ten tijde van Unia zijn ze een stuk progressiever geworden, en het werkte goed, vond ik. Het zou verleidelijk zijn om in dat nieuw geplaveide weggetje te blijven, maar Kakko blijft zijweggetjes aanleggen in het wegennet van Sonata Arctica en Stones Grow Her Name is een afslag die gedeeltelijk terugkeert naar het geluid van Unia en gedeeltelijk naar Reckoning Night, met nog steeds de drift om iets nieuws te creëren, wat m.i. ten dele lukt.
De drie openers van het album laten een oud vertrouwd geluid horen dat vele fans van de vroegere Sonata Arctica wel op prijs kunnen stellen, maar dat niet het geluid van Unia en The Days of Grays volledig ontkend. Wat direct opvalt is dat de productie veel meer gitaargericht is dan op voorgaande platen en dat ook de nummers zelf zich hiernaar gaan gedragen. Toch denk ik dat het drieluik Only the Broken Hearts (Make You Beautiful), Shitload of Money en Losing My Insanity de grote zwakte is van deze plaat. Naar mijn mening drie middelmatige liedjes die erop waren gekwakt puur om weer een beetje als vanouds te klinken. Shitload of Money doet overigens denken aan The Gun, destijds uitgegeven op Takatalvi.
Het is echter het vijftal nummers dat hierop volgt dat Stones Grow Her Name betekenis geeft. Het chaotische, zware en tóch mooie Somewhere Close to You trapt het feest af, om te eindigen met Cinderblox; bij uitstek hét hoogtepunt van de plaat. Kakko forceert hier een experiment tussen country en power metal. Zoiets kan alleen maar óf heel goed gaan, óf faliekant de mist in gaan, en het is hier uitstekend uitgewerkt. Het verbaast me nog hoe zeer de elementen van beide genres overeind blijven, van de country/bluegrass baslijntjes en samenzang tot aan de power metal snelheden en dubbele basdrum toe. Alone in Heaven is een prachtige, rustige meezinger met een rake, leuk gevonden tekst. De single I Have a Right is wederom een hoogtepunt, met een refrein dat nooit verveeld, hoe repetitief het ook is. Bij The Day moest ik meerdere malen fronsen voordat ik het door had, maar dit is een experimentele Sonata Arctica op zijn best.
De afsluiters zijn een geval apart. Don't Be Mean wordt bijna overal afgedaan als saaie en voorspelbare ballade, en ik zal niet ontkennen dat het voorspelbaar is, maar het is vakkundig uitgevoerd en een mooi rustpuntje tussen Cinderblox en de Wildfires in. Dan de twee Wildfires. Deel één op Reckoning Night vond ik een sterk nummer, maar de intro gaf mij altijd kippenvel omdat ik dat soort intro's nou eenmaal niet vind kunnen. Dat het leuke country-getinte introotje van Wildfire II dan weer wordt onderbroken door die rare fluisterstem (gelukkig kort), geeft wél de nodige sfeer en link naar deel één, maar daar blijft het ook bij. Daarbij moet ik toegeven dat ik meer verwacht had van deze twee lange, progressieve en loodzware nummers en juist waar je gaat linken naar oude nummers ontstaan grote verwachtingen. Deel twee, One With the Mountain, is een wat epischer nummer met veel toffe melodieën en concept-gewijs goed te volgen, maar deel drie, Wildfire Town Population: 0, vind ik te druk, te chaotisch en hoe goed ze het ook bedoelen, geen touw aan vast te knopen. Als die rare fluisterstem aan het einde nog wat zegt, hoe irritant het ook klinkt, is de boodschap mooi en zet je zeker aan het denken, gezien de rest van het verhaal.
Tonight I Dance Alone sluit mijn versie mooi af met een (te) kort, maar pakkend rustpunt. Mijn verwachtingen waren hoog na het uitstekende The Days of Grays, en misschien wel te hoog, waardoor ik met een welverdiende vier sterren toch ietwat teleurgesteld ben. Ik heb de afgelopen week veel verwachtingen moeten laten gaan, en dat deed het middensectie van de plaat toch stijgen in mjin achting, en misschien groeit de rest nog, maar misschien is Stones Grow Her Name bewust een stapje terug en wordt de volgende plaat weer een topper.