Op hun derde album
Sextet is A Certain Ratio niet meer in een echoënde fabriekshal: opener
Lucinda klinkt alsof het in een gewone studio door een gewone producer op band werd gezet en wat is dit goed! Zelfgeproduceerd bovendien.
In 2008 schreef
fatima:
"Als iedereen straks is uitgekeken op Joy Division, The Sound en andere vroege 80-doem, dan zullen ongetwijfeld bands als ACR, Medium Medium, Au Pairs, Pigbag, Shriekback en de vroege Simple Minds in beeld komen, en krijgen we op zeker een funkwave-revival. Met deze als 'klassieker' in dat genre. Let maar op."
Dan stel ik voor dat we
Sextet gedurende dit najaar (de astronomische herfst is vandaag begonnen) eens onder de aandacht brengen. Van de volvette funkbas in Lucinda gaat het naar een postpunkerig maar nog altijd dansbaar
Crystal om vervolgens in
Gum met blazers een waar dansfeest te horen losbarsten.
Knife Slits Water duurt een dikke zeven minuten en met de soms spreekzang van Martha Tilson heeft het iets weg van de Tom Tom Club. De rol van bassist Jez Kerr is wederom belangrijk.
Kant 2 opent met het korte
Skipscada. Alsof we Ian Curtis op een Braziliaans feest luidruchtig horen dansen; in werkelijkheid is het Simon Topping. Daarna neemt de funk het over met onder meer piano als ruggesteun in
Day One. De blazers spelen tegen het einde tegen het valse aan, maar juist dát werkt goed.
Dat experimentele kantje wordt voortgezet op het kortere
Rub Down, waarna de slepende, lome groove van
Rialto een bijzonder vervolg brengt. Met slotnummer Below the Canal, waar Kerr nog eenmaal met drummer Donald Johnson opnieuw funk met experiment en postpunk weet te kruisen.
Januari 1982. Mijn reis door new wave kwam vanaf
The Church en omdat ik
Soft Cell en single
Say Hello, Wave Goodbye al besprak, evenals
Allez Allez en
African Queen, kom ik bij een album dat ergens die maand verscheen: het luide (live)debuut van
Hüsker Dü.