In 1979 begon het KRO-hardrockprogramma Stampij met Hanneke Kappen. Ik herinner me nog haar afkondiging van een bepaald plaatje, omdat ik die in de kerstvakantie van dat jaar van de radio had opgenomen en vervolgens in mijn geheugen opsloeg dankzij het vele draaien:
"Dat was Jefferson Starship en het mooie liedje Jane".
Je hoort dit nummer in Nederland nooit meer op de radio en afgelopen augustus in forum 'Greatest hits of' bleek bij de verkiezing van de
beste aor, georganiseerd door
50tracks, dat dit liedje geen enkele kans maakte, al droeg
gigage het wel aan. Voor liefhebbers van aor en melodieuze hardrock in klassiek-Amerikaanse stijl is er met
Freedom at Point Zero een meer dan aardig pareltje dat kennelijk in de vergetelheid is geraakt.
Ik kocht de elpee in de week vóórdat die verkiezing startte, maar had toen nog problemen met de versterker, die niet matchte met mijn nieuwe platenspeler. De kennismaking kwam pas in november.
Een hiaat in mijn kennis was dat ik dacht dat Grace Slick
Jane zong. Maar neen. Sterker nog, ten tijde van
Freedom at Point Zero maakte ze geen deel uit van de groep. De hoge stem is van Mickey Thomas, die ik pas in 1985 bij
We Built This City van Starship bewust zou ontwaren.
Tweede ontdekking was dat ik destijds ook het slotlied van kant 1 moet hebben gehoord, want
Awakening herkende ik vaag; nooit geweten dat het van hetzelfde sterrenschip is.
Opvallend is het drumwerk van Aynsley Dunbar. Zijn naam kende ik vooral als componist, te vinden op het debuut van Black Sabbath dat in 1970 diens
Warning coverde. Een drummer in de bluestraditie, van dezelfde generatie als Mick Fleetwood, die net als hij bij John Mayall speelde. Die ging met Fleetwood Mac de popkant op, Dunbar werd een rockdrummer, onder meer als de Aynsley Dunbar Retaliation en vanaf 1970 bij Frank Zappa. Verder speelde hij bij vele andere namen, zoals in '76
bij Sammy Hagar en in 1987
bij Whitesnake.
Zijn werk op
Freedom at Point Zero is práchtig! Het zit 'm niet in grootse drumsolo's maar in de fraaie breaks en fills, die in de productie van Ron Nevison heerlijk vol klinken.
De andere twee nummers van kant 1
Lightning Rose en
Things to Come bevatten stevige poprock in de richting van Toto en bovendien klinkt een saxofoon. Met
Awakening keert weer de aor/hardrock (waar ligt de grens?) terug, vergelijkbaar met werk van Boston of Styx. Hierbij een hoofdrol voor de lange gitaarlijnen van Paul Kanter. Het nummer belandde in mijn playlist met honderd favoriete gitaarsolo's.
Op kant 2 meer van dit fraais, met daarbij een aanstekelijk popachtig refrein in
Rock Music (vreemd genoeg geen klassieker in rockland geworden) en als minpunt de ballade
Fading Lady Light. Gelukkig is het slot ijzersterk dankzij het stevige titellied met een korte drumsolo als intro.
Jammer dat mijn exemplaar geen binnenhoes meer heeft; daardoor mis ik de nodige informatie. Van Billboard leer ik dat
Jane in de VS januari 1980 op
#14 piekte, de elpee kwam er een maand later tot
#10. Een album dat groeit bij vaker draaien dankzij de talrijke sterke details. Zo heb ik ze graag.