The Veils - The Runaway Found
Nadat het bij mij een hele tijd stil was in het pindakazen/kopen van muziek, zag ik The Veils - Nux Vomica op nummer 1 in de rotatielijst staan. Zoals het mijn traditie is, probeer ik altijd de nummer 1 van de rotatielijst te pakken te krijgen, met die regel heb ik maar eén keer gebroken (The Arcade Fire). Maar dat doet er verder niet toe. Nux Vomica, daar had ik het over. Na die CD nu ongeveer twee maanden geleden weer eens uit de kast gepakt te hebben en begon te luisteren, wist ik gelijk weer waarom die CD een vrij hoge nomering had gekregen destijds. Vrolijke opzwepende nummers als Caliope! en Advice For Young Mothers To Be waren geweldig om aan te horen.
Zo kwam het dat Nux Vomica mij warm liet lopen voor The Runaway Found, het debuut van dit Nieuw-Zeelandse trio. Overigens kende ik al een nummer van deze plaat en die schepte hier ook weer hoge verwachtingen; The Leaver’s Dance.
Het eerste nummer, The Wild Son had gelijk dat sfeertje wat ook in heel Nux Vomica heerst en al snel komt de moeilijke maar geweldige stem van Finn Andrews erbij en zorgen de backing vocals voor een echte Veils sfeer.
Die sfeer loopt perfect over in Guiding Line. Guiding Line wordt ingeleid met van die elektrische gitaartjes die echt The Veils onderscheiden, de dramatische zang van Finn Andrews maakt ook hier weer het plaatje compleet. Guiding Line leidt dan Lavinia in. Lavinia is volgens velen hier het beste nummer van het hele plaatje, maar daar ben ik het eigenlijk niet mee eens. Het is een geweldig nummer zoals bijna elk nummer op deze CD, maar ik vind het niet ijzersterk zoals de drie hieropvolgende nummers. Maar toch is het woordje “machtig” hier wel op zijn plek. Alsof hij vanaf een hoog podium met gigantische galm het publiek toezingt, alleen dan zonder publiek.
Ook More Heat Than Light is zo’n geweldig nummer. Die knal. Nog een knal en nog een knal en nog een en nog een. En dan begint het gedrum en de gitaren blijven komen en doorgaan. Tot de zang weer wordt ingezet en de woede weer wat stop. Maar later kan ook de zang het geweld niet meer tegenhouden. Dit gaat nog vier minuten door en steeds als het wat rustiger LIJKT te worden, begint het weer. Totdat het met een paar knallen weer is afgelopen. Geweldig.
The Leaver’s Dance is weer een totaal ander nummer. Het begint rustig, en blijft rustig, maar het heeft minstens zo’n briljante opbouw als Weird Fishes/Arpeggi van Radiohead, misschien wel beter. Ik merk namelijk niet dat het nummer opbouwt. Zo geleidelijk en gedoseerd gaat het, en als ze iets te veel gas hebben gegeven, nemen ze weer iets terug om daarna weer op precies de goede snelheid verder te gaan. Bij dit nummer ben ik spontaan geneigd om er een bovenstem bij te verzinnen en die dan heel hard mee te neuriën. Tot ergernis van de buren en mijn ouders. Maar dit is echt een nummer zonder hoogtepunt omdat het één hoogtepunt is.
Na het hoogtepunt krijgen we dan naar mijn mening het allerbeste van The Veils. Dit is wat ze het beste kunnen. Vrolijke nummers op een briljante manier brengen. In The Tide That Left And Never Came Back doen ze dat echt onovertroffen. Simpel, maar van die heerlijke riffjes en die twee klappen op de drums na het intro, gevolgd door een zeer opzwepend refrein. Na de bridge die even de meest onbezonnen kant van The Veils laat zien, gaat de vrolijkheid in afbouwende vorm verder en zo wordt het begin net als het einde. Twee klappen op de drums.
The Tiiiiiiiide that left and never came back
Na alle vrolijkheid van The Tide That Left And Never Came Back, krijgen we Talk Down The Girl. Een nummer waar je waarschijnlijk niet alleen meisjes mee down kan praten, maar ook mij. Na het einde van het vorige nummer ben ik dit niet meer gewend en klinkt het te depressief. Maar, als ik het apart draai, is het wél mooi. En kan ik het zeer waarderen. Nu is de vrolijkheid toch echt helemaal over. The Valleys of New Orleans, is met alleen een piano het rustigste nummer van dit album zoals Under The Folding Branches dat was op Nux Vomica. Net als op die CD is ook dit weer een pareltje. Hier laten The Veils zien dat ze niet alleen vrolijke en onbezonnen nummers kunnen maken, maar ook van die heerlijke rustige downtempo nummers met alleen een piano en een enkele gitaarnoot. Ook laat Andrews hier horen dat hij niet alleen uptempo nummers kan zingen, maar ook rustige nummers. Ook dit is weer een geweldig nummer.
Hierna zou het toch al niet meer stuk kunnen voor mij. Dit wordt een hoge waardering. Maar eerst moeten die andere nummers nog even goed besproken worden. Na al het moois zou je die bijna vergeten, maar er komt natuurlijk nog meer moois.
Vicious Traditions begint rustig met een klein gitaartje en de zang die van verre lijkt te komen. Langzaam komen er toch wat instrumenten bij, maar er lijkt niets te gebeuren. Tot het moment dat er in een keer weer zo’n beuk binnenvalt net zoals dat in More Heat Than Light gebeurde. Alleen gebeurt het hier iets subtieler.
The Nowhere Man is weer zo’n rustig nummer als The Valleys Of New Orleans, alleen pakt dit nummer me veel minder. De snaren pakken me niet echt en er zit niet een piano in. Naar mijn mening klinkt een rustig nummer van The Veils toch beter met piano in plaats van een gitaartje en een paar snaartjes. En hier is eigenlijk weinig goeds aan te vinden. Ook weinig slechts, maar het is gewoon het minste nummer van een geweldig album. Niet op tegen, maar ik heb er verder weinig mee.
Meer heb ik met de laatste bonustrack op mijn versie; Wires to the Flying Birds. Zo’n licht pianootje dat de boventoon voert en rustig doorkabbelt terwijl de andere instrumenten (o.a. de snaren, akoestische gitaar en een lichte basgitaar) de ondertoon voeren en het voor het gehoor een zeer prettig nummer maken. Ik denk dat als je het gemiddelde rustige nummer van The Veils wil omschrijven, dat je dit nummer dan het best kunt gebruiken.
Over het algemeen is mijn beeld van deze CD zeer positief, de nummers zijn afwisselend, al is het aan het begin meestal wat harder en vrolijker, terwijl het aan het einde wat rustiger en depressiever klinkt. Mijn favorieten zitten dan ook in het eerste deel (vrolijk ingesteld

), maar ook het tweede deel kan ik goed verteren. Eigenlijk zit er maar een wat minder nummer tussen, (The Nowhere Man).
Voor de rest lijkt Nux Vomica heel erg op deze CD, ook daar is het eerste deel wat harder en vrolijker en het tweede deel wat rustiger, maar daar houdt het verschil ook mee op. Ik vind The Runaway Found net iets beter, en dat drukt zich uit in een halve punt. Omdat het over het algemeen allemaal nét iets minder gepolijst klinkt.
Aan het gemiddelde te zien is Nux Vomica toch populairder, maar naar mijn mening heeft The Runaway Found toch net dát wat Nux Vomica mist. Daarom 4,5* en in mijn top 10.