MusicMeter logo menu
MusicMeter logo
poster

Graham Parker - Howlin' Wind (1976)

mijn stem
3,75 (36)
36 stemmen

Verenigd Koninkrijk
Rock
Label: Vertigo

  1. White Honey (3:32)
  2. Nothin's Gonna Pull Us Apart (3:20)
  3. Silly Thing (2:53)
  4. Gypsy Blood (4:36)
  5. Between You and Me (2:25)
  6. Back to Schooldays (2:54)
  7. Soul Shoes (3:13)
  8. Lady Doctor (2:51)
  9. You've Got to Be Kidding (3:28)
  10. Howlin' Wind (3:56)
  11. Not If It Pleases Me (3:11)
  12. Don't Ask Me Questions (5:39)
  13. I'm Gonna Use It Now * (3:12)
toon 1 bonustrack
totale tijdsduur: 41:58 (45:10)
zoeken in:
avatar van Droombolus
3,5
Ik heb deze plaat al ruim 30 jaar in de kast staan en was er nooit echt kapot van. De Van Morrison invloeden liggen er duimen dik bovenop en ik was destijds waarschijnlijk ook meer op zoek naar nòg meer van die herrie zoals deze jongens op Stick To Me laten horen. Hier gaat het allemaal nog wat meer ingetogen. Leg de uitvoering van Don't Ask Me Questions op deze plaat maar eens naast de live uitvoering van Parkerilla en je begrijpt wat ik bedoel.

Evengoed zijn de jaren vriendelijk geweest voor Howlin' Wind. Er is helemaal niks mis met Parker's komposities en The Rumour bestaat uit prima muzikanten die het geheel smaakvol gearrangeerd en, met behulp van een blazerssektie, perfekt uitgevoerd hebben. Extra halve * mijnerzijds is dan ook niet meer dan verdient. Een beetje laat, ik geef het toe ....

avatar van heartofsoul
Ik heb dit album daarentegen pas twee weken in huis. Door omstandigheden (o.a. ziekte) nog slechts 2 maal beluisterd, schort mijn luisteroordeel daarom nog even op, maar komt zeker in aanmerking voor minimaal ****. Wat een plaat! Kende tot voor kort alleen Squeezing Out Sparks en The Up Escalator, maar ga dit verzuim snel goedmaken. Heb inmiddels ook Stick To Me in huis, en Heat Treatment en Parkerilla zullen snel volgen. Inderdaad prima liedjes, en The Rumour was (en is, heb al wat van het nieuwe album gehoord) een erg goede groep (heerlijk, dat spel van Martin Belmont en Brinsley Schwarz).

avatar van Reint
3,5
De punkbeweging die in 1976 in Engeland uitbarstte wordt vaak verklaard uit twee bewegingen die de jaren 70 bepaalden: ten eerste de New Yorkse CBGB's-scene met uiteenlopende bands als Television, Blondie, Ramones, The Patti Smith Group die allen schatplichtig waren aan de 'protopunk' van groepen als de Stooges, de Velvet Underground, de New York Dolls en de Modern Lovers.

Ten tweede was er in Engeland een reactie op de groteske en technisch verfijnde progrock van begin jaren 70 die grote zalen vulden. Groepen met namen als Rockpile, Brinsley Schwarz, Dr. Feelgood, Kilburn and the High Roads, Eddie and the Hot Rods en Ducks Deluxe speelden zwetend in kleine pubs door het land met een geluid dat gebaseerd was op de rock, soul en beatmuziek (en soms reggae) van de fifties en sixties. Het zou later de brug naar de punk blijken; zo waren latere big players als Strummer van The Clash, Ian Dury van Tne Blockheads en The Stranglers al actief in deze scene (respectievelijk in The 101'ers, The High Roads en The Stranglers op half tempo).*

Toen punk eenmaal op gang was in Engeland kwamen er een drietal angry young men bovendrijven: Joe Jackson, Elvis Costello en Graham Parker. Hun attitude was misschien wel punk: de songs waren vooral niet romantisch, cynisch over menselijke drijfveren, egocentrisch en sarcastisch, en de productie had niet te veel toeters en bellen. Tegelijkertijd kwamen ze alledrie uit een traditie waar songwriting nog een kunst op zich is, en een band een zekere professionaliteit moest bezitten.

Dat deze jonge driftkoppen slechts een dunne verbinding hebben met de punkbeweging moge duidelijk zijn. De pers schaarde voor het gemak alles onder de zon onder de noemer punk of new wave, maar Joe Jackson was enkel punk omdat zijn Band minimaal bezet was en de liedjes snel, cynisch en puntig. En waar Costello op This Year's Model zich voor een dozijn grofgebekte songs liet begeleiden door de strakke Attractions, werd hij op zijn debuutplaat ervoor, My Aim Is True, nog begeleid door pubrockband Clover, met een stuk minder indrukwekkend resultaat.

Deze Parker-plaat valt nog het meeste buiten de punkboot: de productie is verzorgd, met akoestische gitaren achter de heldere rock-'n'-roll-gitaren, bijna Spector-achtige koortjes en een algemene blues-attitude die wel érg veel terugkijkt gezien het bouwjaar van het album.

Neemt niet weg dat er een paar puike songs opstaan: Nothin's Gonna Pull Us Apart, Gypsy Blood, Lady Doctor, You've Got to Be Kidding, Howlin' Wind, en Don't Ask Me Questions. Het zijn qua sound en constructie alleen niet de meest spannende of urgente songs en dat is soms wel jammer. Dan grijp je toch sneller naar iets van de vroege Jackson of Costello. Laatstgenoemde My Aim Is True, uit hetzelfde jaar, is toch al net wat gemener en gedrevener dan Parker op deze plaat.

Toch laat Parker hier zien een zekere dosis soul te bezitten, en, als ie er zijn best op doet, de songformules van zijn traditionele invloeden naar zijn eigen hand kan zetten om de popsong naar zijn eigen hand te zetten.

* Vergeet ik nog even de lawaaierige grondbeginselen in de jaren 60 te noemen; The Who, Stones, The Kinks en misschien ook wel een beetje Cream, Zeppelin, Motorhead en Black Sabbath. En glamrock natuurlijk (Roxy, T. Rex, Mott the Hoople en Bowie,).

avatar van RonaldjK
3,5
Mijn reis door new wave en punk komt vanaf het gelijktijdig met Howlin' Wind verschenen debuut van de Ramones. Met de historische context die Reint hierboven schetste, wordt Graham Parker geheel juist onder pubrock geschaard, de wegbereiders van Britse punk. Maar wie zich beperkt tot luisteren, hoort op Howlin' Wind wat Droombolus beschreef: muziek in de voetsporen van Van Morrison. En dan klinkt het totaal níét als een wegbereider, maar als goed georkestreerde blue-eyed r&b.

Verschenen in april 1976 en geproduceerd door Nick Lowe. Met een goed ingespeelde band bij de frontman: The Rumour, al wordt hun naam niet groot op de hoes vermeld. Daarin enkele veteranen uit de pubrockscene: gitarist/toetsenist Brinsley Schwarz en toetsenist Bob Andrews kwamen uit Brinsley Schwarz, gitarist Martin Belmont uit Ducks Deluxe. En dan is er de ritmesectie: bassist Andrew Bodnar en drummer Steve Goulding, namen die we de jaren erop tegenkwamen bij Nick Lowe, The Cure, Elvis Costello en The Associates.

Maar ook die namen zetten je op het verkeerde been bij dit conventionele plaatje, waarop prima composities staan zoals White Honey, vaak ondersteund door een blazerssectie. Centraal staat de snerpende stem van Parker. Op Back to Schooldays dat kant 1 afsluit klinkt zelfs countryrock, niet verbazingwekkend gezien de voorgeschiedenis van leden van The Rumour. Kortom, wat is hier nieuw en wegbereidend aan? Waar hoor ik Londen in 1976 terug?
Wel, in het titelnummer klinkt opeens reggae. We zijn dan al een eind onderweg op de tweede plaatkant. Na het bluesje van Not If It Pleases Me komt een nummer dat niet veel later een ander jasje zou krijgen: Don't Ask Me Questions is hier kalmpjes met opnieuw reggae.

Op het moment dat punk zijn gezicht liet zien, oktober '76, was daar al de opvolger.
Mijn reis vervolgt. Omdat ik het debuut van Blondie uit juni '76 al eerder beschreef vervolg ik bij The 101'ers.

avatar

Gast
geplaatst: vandaag om 22:18 uur

avatar

geplaatst: vandaag om 22:18 uur

Let op: In verband met copyright is het op MusicMeter.nl niet toegestaan om de inhoud van externe websites over te nemen, ook niet met bronvermelding. Je mag natuurlijk wel een link naar een externe pagina plaatsen, samen met je eigen beschrijving of eventueel de eerste alinea van de tekst. Je krijgt deze waarschuwing omdat het er op lijkt dat je een lange tekst hebt geplakt in je bericht.

* denotes required fields.

Let op! Je gebruikersnaam is voor iedereen zichtbaar, en kun je later niet meer aanpassen.

* denotes required fields.