Als je muzikale koerswijziging zou opzoeken in het woordenboek (als het er in stond dan) zou er Scott Walker bij staan. De man begon als een crooner bij The Walker Brothers en zong liedjes van Jacques Brel. Daarna ging hij hele orchestrale albums maken waar het arty sfeertje van de latere albums al een klein beetje te horen is. Bijvoorbeeld bij It's Raining Today, de strijkers zijn heel dissonant en dreigend op de achtergrond. In de jaren '70 was Walker in een dip, in de jaren '80 keerde hij terug met Climate Of Hunter. Walker was een nieuwe koers ingegaan, dat werd nog meer duidelijk op Tilt. Heel ongrijpbaar en duister. Op The Drift was het zelfs nog ontoegankelijker en naargeestiger. Ik kan eigenlijk geen ander album noemen dat mij zo op de stuipen heeft gejaagd als The Drift.
Na 6 jaar komt Walker met het album Bish Bosch. Ik kan in ieder geval al zeggen dat het iets toegankelijker is dan The Drift. Al is het nog steeds zo avant-garde als de pest. Het is een stuk energieker en gevarieerder. Ieder nummer heeft zijn eigen sfeer. Laten we eens dieper in Bish Bosch duiken.
‘See You Don’t Bump His Head’ is de inleiding van Bish Bosch. Een repeterend drumritme loopt door het hele nummer heen waar Walker de regel While plucking feathers from a swan song over heen zingt. Bish Bosch betekent dat iets klaar is en swan song is toch echt een zwanenzang in het Nederlands. Het is een vage uitspraak waar je weinig uit kan halen. En ineens komen er doom metal-achtige gitaren langs. Compleet onverwachts.
Corps De Blah begint met kippenvel gevend mooie zang van Scott Walker. De stiltes zijn zeer sfeerverhogend, ze zorgen ervoor dat de muziek een heel naargeestige sfeer mee krijgt. Laagje voor laagje komen erbij. Na 2 minuten begint de chaos en zingt Walker alsof hij in een opera terecht is gekomen. Er zit een hele creepy vioollijn onder die me doet denken aan het werk van Scott Walker in de jaren '60. Mensen zeggen wel dat de muziek zo enorm veranderd is maar ik hoor heel veel dingen terug uit zijn oude werk. Al had ik handscheten nog niet eerder gehoord op een album van deze man. Aan de ene kant is dit album bloedstollend maar ook weer alsof je enorm voor de gek wordt gehouden. Dat is iets heel fascinerends.
Rond de zesde minuut lijkt het er even op dat je uit het hellevuur wordt gehaald maar je wordt er weer heel snel in terug gesmeten. Nothing clears a room like removing a brain. Van gekke humor ga je ineens naar hele duistere teksten. Dit nummer gaat van de ene kant naar de andere kant zonder een aankondiging. Ik vind het zelf het moeilijkste stuk van dit album. Een houvast is er niet te vinden, het is echt een avontuur voor het oor. De zwaarden worden alvast geslepen voor Phrasing.
Pain is not alone. Het nummer is ritmisch zeer interessant en zelfs heel opbeurend. Maar Walker heeft het voor elkaar gekregen om een samba naargeestig en duister te laten klinken. Er zitten zeer veel verschillende stijlen in dit album maar het is allemaal heel mysterieus. Stiltes worden ook vaak gebruikt in dit album. Op het vorige album bleef er dan meestal een instrument heel zacht op de achtergrond maar nu valt het helemaal stil. Alsof je in een bodemloze pot kijkt. Daar word je trouwens ingegooid bij het volgende stuk.
De titel zorgt al voor hevig gefrons, SDSS1416+13B (Zercon, A Flagpole Sitter). Na wat gezoek komen we erachter dat er twee dwergen in de titel zitten. SDSS1416 is namelijk een dwerg in de ruimte en Zercon was een nar in de tijd van Atilla De Hun. Het nummer speelt zich af in verschillende tijden. Het begint in de tijd van Atilla De Hun maar daarna gaat het over naar de 20e eeuw. We krijgen als luisteraar ook nog lekker wat beledigingen naar ons toe gegooid. Dit stuk van 21 minuten is echt een fucked up mini-opera. Scott Walker zingt als een apostel die zijn boodschap moet verkondigen. En ineens rond de 6 minuten lijkt de hoogte in te gaan, de hoofdpersoon zit op de pilaar en kijkt naar beneden. En daar komt een zeer vervormde stem. Na 21 minuten is de hoofdpersoon dood.
Na dit lange stuk komt Epizootics! Dit is een raar nummer maar vergeleken met wat ik hiervoor heb gehoord is het echt een toegankelijk nummer, ik snap ook compleet waarom ze dit nummer als single hebben gekozen. De saxofoon is lekker sinister en ik moest echt lachen om de eerste regel: My neighbour was frightened by Hawaiians. En dan zo'n Hawaiaans gitaartje daarna. Dit nummer gaat een hele jazzy kant op met een heel jazzy ridebekken en big band-blazers. Het swingt op een hele rare manier. In dit nummer is het makkelijkste een structuur terug te vinden, bepaalde passages keren terug. Het eind is prachtig, ineens is het heel fragiel.
Die bodemloze put waar ik het over had komt weer tevoorschijn. En je komt er nu niet meer uit met Dimple. Dit nummer is heel minimalistisch en mysterieus. Er wordt een ambiance gecreeerd alsof je in een tunnel loopt met extreem veel rook waardoor je helemaal niks ziet. Maar je hoort wel allemaal geluiden om je heen. Je schreeuwt om hulp en je hoort je eigen echo terug. Scott Walker beloont je nog en maakt een grapje over de ontoegankelijkheid van dit album. If you are listening to this, you must have survived. Hij zei zelf ook dat hij dit album nooit uren achter elkaar zou gaan beluisteren, het is dodelijk. Met een dikke knipoog natuurlijk. Die zit wel vaker in dit album.
De geslepen zwaarden uit Corps De Blah zijn weer terug. Op naar Pilgrim. Percussie voert de boventoon, het lijkt alsof heel veel mensen met hun vingers op de trommels tikken. Daar krijg je echt een kruipeffect door en dat past natuurlijk bij deze muziek. We zijn er bijna, The Day The “Conducator” Died. Scott Walker heeft een bepaalde fascinatie voor dictators. Zo had hij het al over Joseph Stalin en Benito Mussolini in zijn teksten. Bij de laatste werd uitvoerig beschreven hoe hij werd vermoord en werd het nagebootst door het slaan op vlees.
Nu heeft hij het over Nicolae Ceausescu, de premier van Roemenië. Hij werd geëxecuteerd samen met zijn vrouw op 25 december 1989. Dan weet je ook gelijk waarom de kerstbelletjes er in zitten. 25 december is namelijk ook de dag waarop kerst werd gevierd. De gitaren zijn bijna dronend, net als bij een groep als Sunn O))). Niet een groep die je zo met Scott Walker zou associëren maar ik hoor het er wel in. Qua duisternis zitten ze verdomd dicht bij elkaar. Aan het eind komt er nog een staaltje sinistere humor door nog een stukje Jingle Bells te spelen. Bish Bosch is afgelopen. We zijn 74 minuten verder.
Wat heb ik in die 74 minuten eigenlijk gehoord? De eerste keer kon ik je daar geen antwoord op geven, het is namelijk een mindfuck van jewelste. Pas na meerdere keren beginnen de puzzelstukjes bij elkaar te vallen. Het lijkt alsof het een bij een geraapt zooitje is maar Scott Walker weet heel goed wat hij doet. Soms creëert hij echt een hoorspel, een bepaalde tekstregel wordt nagebootst door een geluid. Dit album is met afstand het meest avontuurlijke album wat ik heb gehoord dit jaar. Als dissonantie een woord is wat je niet aanstaat zou ik dit album zeker niet proberen. Mensen die zin hebben in een uitdaging moeten dit gaan beluisteren. Ook zouden extreme metalfans hier zich geen buil aan vallen. Er zijn genoeg overeenkomsten, het wordt alleen op een andere manier uitgevoerd. Concluderend kan ik zeggen dat Bish Bosch een zeer fascinerend werk is dat je na heel veel luisterbeurten nog steeds verrast met bepaalde nieuwe elementen. Ik vind het een van de beste albums van dit jaar en hij krijgt van mij dan ook 4,5 ster.