Savatage goes Broadway.
Gisteren lag Gutter Ballet hier nog op, vandaag mocht Streets na vele jaren stof te verzamelen in mijn collectie nog eens integraal voorbij komen op mijn ochtendloopje. De progressie die de groep reeds aan het maken was op de vorige platen, en zeker de directe voorganger, wordt hier duidelijk verder gezet: piano en symfonische elementen nemen welhaast een even prominente plaats in als het immer klasse-gitaarspel van Criss Oliva, en alles wordt opgebouwd rond het levensverhaal van DT Jesus, een rockster die de typische ups en downs verbonden aan de levensstijl doormaakt. Erg origineel is het concept dus niet (zie o.a. een zeker album over een muur van Pink Floyd), maar muzikaal valt er gelukkig genoeg leuks te beleven om dit album zijn bestaansrecht te verlenen.
Zo is het begin van de plaat erg sterk. Het zeer sfeervolle titelnummer zet onmiddellijk een onheilspellende toon en schetst treffend de ongure scène van de nachtelijke straten van New York City, vol dealers, pooiers en ander crimineel gespuis. Direct erna krijgen we onze introductie van het hoofdpersonage in Jesus Saves, een stevig rockende song gedreven door een aanstekelijke riff met de nodige melodische uitstapjes, vintage Savatage. Tonight He Grins Again is de eerste van de vele pianoballades die dit album rijk is, en het is er direct één van de meest meeslepende. Wat kan die Jon toch krachtige rauwe klanken uit zijn gezandstraalde strot puren!
De lat wordt dus direct heel hoog gelegd, en jammer genoeg houdt de groep dit niveau niet consistent genoeg aan om te blijven boeien gedurende de volle 70 minuten die Streets lang is. Zoals reeds aangehaald zijn er nog meer piano-ballades te vinden, die soms zeer goed uitpakken (If I Go Away en natuurlijk Believe vallen in deze categorie), maar soms helaas ook wat inwisselbaar zijn (A Little Too Far, St. Patrick's, Heal My Soul, Somewhere in Time). Jon is dan wel een geweldige zanger en bovengemiddelde componist, zijn pianospel is niet altijd zo uitzonderlijk en tegen het einde krijg je meermaals het gevoel dat je bepaalde passages in verschillende variaties al hebt horen passeren. De liefhebbers zullen het thematische coherentie noemen, de criticasters compositorische luiheid of gebrek aan inspiratie.
Tot zover mijn kritieken van dit album, want voor de rest valt hier nog steeds meer dan genoeg te genieten. Savatage schittert voor mijn geld minstens evenzeer wanneer het gaspedaal wat harder ingedrukt wordt, en ook hier houden de stevigere, op scheurende gitaren steunende nummers de luisteraar gelukkig bij de les tussen alle rustige momenten door. Sammy and Tex, over een uit de hand gelopen straatgevecht met een drugdealer waar DT Jesus geld aan verschuldigd is, steekt net op het goede moment de lont aan het kruit na wat softer materiaal. Op Can You Hear Me Now krijgt Criss halverwege een moment om helemaal los te gaan, wat hij gretig aangrijpt. Direct erna borduurt New York City Don't Mean Nothing prima verder op dat elan.
Nog graag een aparte passage over mijn nieuwe favoriet van dit album, en mogelijk van deze groep in het algemeen: Ghost in the Ruins. Wat een verdomd heerlijk swingende rocksong is dit toch. De band staat op alle fronten op scherp. Jon blaft een bijtende en snerende tekst over de verloren zielen in de duistere onderbuik van de grootstad op de luisteraar af, vooraleer de ritmesectie een strakke groove mag neerleggen en Criss zijn moment suprème aflevert, een absolute masterclass van een gitaarsolo. Een gepast intens slotstuk, waarin Jon zingt en krijst alsof zijn leven ervan afhangt, mag de boel afsluiten.
En dan is daar natuurlijk de grote finale in de vorm van de primus inter pares van de Savatage-ballades. Believe is een stukje ongegeneerd bombast met het hart op de juiste plaats, een meezinger voor de eeuwigheid. Als er een hemel bestaat, hoop ik dat de instrumentale climax van dit nummer mij mag begeleiden als ik door haar gouden poort binnen mag komen gewandeld. Leuk weetje: Jon was bij de opname van dit nummer plots de tekst kwijt en song per abuis die van When the Crowds Are Gone. De groep vond het zodanig goed dat ze maar besloten om deze te houden. Ik beschouw het als een soort positieve parafrasering van een inherent dieptriest nummer, alsof nadat de tranen opgedroogd zijn en de wonden geheeld, de protagonist vrede kan nemen met het verleden en zijn levenswandel verder kan zetten als een sterker en meer compleet persoon.
Al met al begrijp ik (en deel ik tot op zekere hoogte) dus de kritieken die anderen hebben over het theatrale musical-aspect van dit album, en in het bijzonder de vele pianonummers die niet altijd even memorabel zijn. Voor mij wordt dit echter ruimschoots gecompenseerd door een stevige hoeveelheid sterk songmateriaal, interessante arrangementen en de bevlogenheid waarmee de band het allemaal brengt. Het vergt ambitie en talent om een muzikaal project van deze omvang te realiseren zonder dat het bezwijkt onder zijn eigen pretenties, en ik bewonder Savatage ervoor dat het hen gelukt is om dat voor elkaar te krijgen op dit album.