MusicMeter logo menu
MusicMeter logo
poster

AC/DC - High Voltage (1976)

mijn stem
3,73 (249)
249 stemmen

Australiƫ
Rock
Label: Atlantic

  1. It's a Long Way to the Top (If You Wanna Rock 'N' Roll) (5:16)
  2. Rock 'N' Roll Singer (5:04)
  3. The Jack (5:52)
  4. Live Wire (5:50)
  5. T.N.T. (3:34)
  6. Can I Sit Next to You Girl (4:12)
  7. Little Lover (5:37)
  8. She's Got Balls (4:51)
  9. High Voltage (4:03)
totale tijdsduur: 44:19
zoeken in:
avatar van wouter8
4,0
En toch blijft dit een van de beste platen van AC/DC naar mijn mening. Je hoort duidelijk de blues-invloeden (vooral 'The Jack), en eigenlijk bevalt me dat wel.

Het album begint met It's A Long Way To The Top, een erg mooi en vermakelijk nummer. De doedelzak doet het bij mij erg goed en een betere openere kun je je haast niet voorstellen. Eigenlijk is er op het hele nummer niets aan te merken, maar als ik dan toch iets moet noemen, dan maar de lengte. Het had van mij na 4 minuten wel op mogen houden eigenlijk.

Daarna Rock 'N' Roll Singer. Een van de nummers die later niet op de live-albums en de best of-albums zijn beland en daarom een beetje een buitenbeentje voor mij. Ik heb altijd het idee, misschien wel terecht, dat wanneer je die albums kent, je eigenlijk wel genoeg kent van AC/DC. Soms heb ik gelijk, vind ik, in dit geval echter niet. Het nummer vind ik zelf best goed geslaagd, nee niet geweldig, maar dat hoeft ook niet.

Dan The Jack, wederom een pareltje. Zoals ik al zei, zijn de blues-invloeden hier wel erg goed terug te vinden en eigenlijk vind ik het ook wel passen. Het nummer is natuurlijk geen muzikaal hoogstandje, maar daar gaat het bij AC/DC ook niet echt om. Het is gewoon zeer vermakelijk, evenals de tekst overigens.

Live Wire is dan samen met Little Lover misschien wel het minste nummer op de plaat. Het kan me helaas niet echt grijpen. Het past helemaal in het album-plaatje, dat zeker. Maar voor mij is het een tussendoortje waar je even doorheen moet. Hoewel de 'solo' wel erg tof is overigens.

T.N.T. is voor mij zeker een van de pareltjes op dit album. Wát een nummer is dat toch! Totaal niks op aan te merken en een nummer zoals alleen AC/DC ze kan maken. De stem van Bon Scott past perfect en het T.N.T. van, voor zover ik weet, Angus maakt het geheel nog een beetje gemener. Perfect gewoon!

Bij Can I Sit Next To You Girl lijkt het alsof de blues-gitaar weer van de muur wordt gehaald. Het rockt gewoon en ik kan me goed voorstellen dat mensen hier het Rock 'N' Roll-gevoel bij hebben (iets waar de gebroeders Young wel mee overweg konden). Het nummer is voor mij van het kaliber Rock 'N' Roll Singer. Een niet-single die toch wel erg goed is. Vooral dat gitaarloopje is echt erg goed!

Het probleem voor mij bij Little Lover is, dat het het enige nummer op de plaat is die niet bepaald bij mij blijft hangen. In tegenstelling tot de andere nummers, vind ik de stem van Bon Scott hier zelfs een beetje zeurderig klinken en op sommige momenten (vooral in het begin) moet ik denken aan de Beatles! Normaal zou dit geen bezwaar zijn. Maar met alle respect, hier vind ik het niet echt passen.

She's Got Balls is voor zover ik weet een van de eerste nummers die AC/DC ooit schreef. En ach, het is zeker geen verkeerd nummer. Het is een ode aan Scott's ex-vrouw (de relatie ging uit toen hij besloot Dave Evans op te volgen). Het is geen wereldnummer, dat zeker niet. Maar gezien het tijdstip waarop het nummer geschreven is, moet ik zeggen dat het wel erg lekker klinkt.

En ja, afsluiten met een klassieker kan natuurlijk nooit kwaad. Wát een nummer is High Voltage toch! Het rockt de pan uit en dat is ook de reden dat ik AC/DC luister. Muzikale hoogstandjes zijn het niet, maar het klinkt allemaal oh zo lekker. Zo ook dit nummer en echt, het behoort tot de groten!

Al met al kent het album zijn 'ups en downs', maar over het algemeen ben ik zeker positief. De blues-invloeden zijn hier nog duidelijk te merken, iets wat later steeds meer zal vervagen. Ik persoonlijk vind het wel jammer en zal dit album altijd als een van de besten van de band blijven zien. Het blinkt niet uit, niet vergeleken met andere bands dan. Maar moet dat? Ik denk niet dat AC/DC daar de band voor is. Het rockt gewoon lekker.

4*

avatar van Boermetkiespijn
3,0
Albumhoes klopt niet, geloof ik. Mijne is mooier Hoe het ook zij: kicken album. Verzameld of niet, ik vind lang niet slecht om te beluisteren.

Oersterk gitaarwerk gecombineerd met de rauwe en scherpe stem van Bon Scott, fijn geheel...
Favorieten zijn "Rock 'n' Roll Singer" (heerlijke solo zit erin), "The Jack", "T.N.T." (gewoon omdat het nooit verveelt) en "High Voltage" (idem!).

Nice!

avatar van RonaldjK
4,0
Met mijn lidmaatschap van de plaatselijke fonotheek én de groeiende platencollectie van een leeftijdsgenoot kon ik vanaf 1980 naar eerdere albums van onze favoriete bandjes speuren. Samen ontdekten we muziek uit het verleden, voor ons gloednieuw. Na mijn aanschaf van Back in Black kochten we beiden nieuwe platen én gingen we het “oude” werk uitspitten.

Omdat ik niet meer weet op welke volgorde die zoektocht plaatsvond, bespreek ik deze op chronologische volgorde van verschijning. In het geval van AC/DC betekent dat aftrappen met High Voltage uit '76. Wát een debuut! Het begint al bij de achterkant van de hoes. Scháterlachen moest ik om de brieven die daarop staan afgedrukt. (Let op, ik heb het over deze versie. Het gemopper hierboven is zéér terecht. De frontcover die MuMe toont, zag je toen nergens, later nergens, nimmer kwam ik 'm tegen. Bovendien te lelijk voor woorden.)

Als je het dan ook nog flikte om je openingstrack te larderen met een doedelzaksolo, dán had je ons! Hoe gewaagd, op een hardrockplaat nog wel, waar de gitaarsolo als de heilige graal geldt... Met zijn slimme riff en de herkenbare, brutale stem van Bon Scott was It’s a Long Way to the Top meteen een klassieker.
De plaat staat vól met dit soort vrolijk stemmende tracks, vaak met verhalen die in mijn puberleventje herkenbaar waren. “You can stick in silly rules and all the other shit, they teach the children at schools”. Ja, dat vond ik ook! Verder beperkte mijn protest zich tot mopperen over huiswerk en een gebalde vuist op mijn slaapkamer, waar de plaat luid klonk.

Langzamer zijn de bluesjes The Jack en op de B-kant Little Lover, de laatste met een fraaie surprise na het slot. Lekker, maar de uptempo songs waren mijn favorieten.
Meer hoogtepunten: het simplistische basintro van Mark Evans in Live Wire, de afsluiter van kant A. Hoe swingt de groove die vervolgens ontstaat… Ik had je in die discojaren voor gek verklaard, als je had beweerd wat ik nu doe: dit is Betere Dansmuziek.
Meebrullen kan op het “Oi!” koortje in T.N.T., kennelijk een gevleugelde uitdrukking: in Londen ontstond eind jaren ’70 Oi-punk, wat datzelfde kom-maar-op-als-je-durft-gevoel heeft. De titelsong sluit de plaat af, stemt alweer vrolijk, een tekst die over mij ging en een refrein dat ik met geheven vinger meezong. De verhalen van Scott, doorspekt met Australische slang: het meeste kon ik verstaan en ik begreep de knipoogjes.

Wat ons toen onbekend was, is dat dit eigenlijk hun derde plaat is; een combi van muziek van hun eerste twee Australische releases van het jaar ervoor, vooral van tweede werpsel T.N.T. Ook wisten we niet dat Bon de tweede zanger van de band was, met voorganger Dave Evans zaten er bovendien glaminvloeden in de muziek. In het tijdperk vóór internet bleef dit soort informatie buiten beeld, tenzij je toevallig het juiste nummer van het juiste tijdschrift kocht, waarin iemand dit oplepelde.

45 jaar na verschijning blijft dit een heerlijk plaatje. Snelle liedjes, zoals ze die op volgende albums zouden zetten, ontbreken. Angus’ solo’s zijn nog niet zo snel als later – maar wel degelijk pakkend. Door de homogene productie van Vanda & Young hoor je niet dat de liedjes van twee albums komen, knap gedaan. De gitaren, hard doch transparant. Hoe effectief en strak stuurde Malcolm Young dit beest aan, samen met Phil Rudd en Evans, loeistrak als een metronoom en bovendien heerlijk swingend. Eerlijke rock ‘n’ roll, uitgaande van de licks van Chuck Berry, de grondlegger die je in die jaren nog op Hilversum 3 hoorde.

Wat het extra leuk maakt: vijftien jaar geleden, op een zomerse dag in Wallonië, klonk It’s a Long Way… opeens op radiostation Classic 21, ik had het jaren niet gehoord. Onmiddellijk kwam de puber in mij naar boven: wij tegen de wereld, we konden alles en iedereen aan. Ik legde het mijn kinderen uit, ze keken me meewarig aan...

‘Wie-uw!’ roep ik met Bon, terwijl de plaat wegsterft, waarna ik kant A weer eens opleg. Als streaming, dat wel… Voor de hoes ga ik toch eens op zoek naar het ouderwetsch vinyl.

avatar

Gast
geplaatst: vandaag om 21:11 uur

avatar

geplaatst: vandaag om 21:11 uur

Let op: In verband met copyright is het op MusicMeter.nl niet toegestaan om de inhoud van externe websites over te nemen, ook niet met bronvermelding. Je mag natuurlijk wel een link naar een externe pagina plaatsen, samen met je eigen beschrijving of eventueel de eerste alinea van de tekst. Je krijgt deze waarschuwing omdat het er op lijkt dat je een lange tekst hebt geplakt in je bericht.

* denotes required fields.