MusicMeter logo menu
MusicMeter logo
poster

Jethro Tull - Crest of a Knave (1987)

mijn stem
3,44 (79)
79 stemmen

Verenigd Koninkrijk
Rock
Label: Chrysalis

  1. Steel Monkey (3:36)
  2. Farm on the Freeway (6:31)
  3. Jump Start (4:55)
  4. She Said She Was a Dancer (3:41)
  5. Dogs in the Midwinter * (4:29)
  6. Budapest (10:05)
  7. Mountain Men (6:21)
  8. The Waking Edge * (4:47)
  9. Raising Steam (4:12)
  10. Part of the Machine * (6:53)
toon 3 bonustracks
totale tijdsduur: 39:21 (55:30)
zoeken in:
avatar
Ozric Spacefolk
Eindelijk een medestander.

Door jouw enthousiasme gaat deze plaat op de Ipod vandaag.

Rock on!

avatar van De buurman
4,0
Ik vind die riff van Raising Steam altijd wel lekker hoekig juist!

avatar van Kronos
4,0
'Denk niet aan Dire Straits', en je zal er juist wel aan denken. Maar ook zonder dat zinnetje is dat bij dit album onvermijdelijk het geval. Eerlijk is eerlijk, liever dit dan het abominabele Under Wraps. Crest of a Knave is vakkundig gemaakt en bevat enkele straffe nummers. Toch blijft het gemis aan oude Tull groot.

77/100

avatar van Poeha
Steel Monkey kwam net voorbij op YouTube. Verder ken ik vrijwel niets van deze band. Moest meteen aan ZZ Top denken, wel met een iets "lichter uitgevallen" zangstem. Weet niet of dat nummer exemplarisch is voor de rest van het album, maar daardoor ga ik nu wel snel eens in het oeuvre van de band duiken.

Edit: En meteen er achteraan volgde Budapest. Ja, Mark Knopfler

avatar van BeatHoven
3,5
Poeha schreef:
Weet niet of dat nummer exemplarisch is voor de rest van het album
Qua stijl wel, ook al springen tracks 1, 2 en 6 qua gedenkwaardigheid eruit. In ieder geval is Crest of a Knave niet exemplarisch voor de beste Tull, grofweg die van 1969 tot 1979.

avatar van Casartelli
3,5
Casartelli (moderator)
Ik vermoed ergens dat deze Tull (en eventueel die van een paar andere hoger gewaardeerde jaren '80 albums) wel meer in Poeha's straatje valt dan de 'beste' Tull van 1969 tot 1979.

Voor mij ook een fijn album (met name dankzij Steel Monkey, Budapest en Raising Steam) en het feit dat ze hiermee een heavy metal grammy voor de neus van Metallica weg kaapten blijft ook een goed verhaal.

avatar van BeatHoven
3,5
Afgaande op Poeha's hooggewaardeerde albums kan dat best kloppen, Casartelli. Het is natuurlijk aan Poeha zelf om te bepalen wat de beste Tull is Crest of a Knave blijft een fijn album, al kunnen we ook The Broadsword and the Beast aanraden voor een wat 'zwaarder' geluid.

avatar van Poeha
Bedankt mannen.
Ik neem jullie suggesties graag mee en zal eerst eens wat op Spotify beluisteren, als de band daar te vinden is.

avatar van vigil
3,5
Roots to Branches zou ik ook nog wel willen toevoegen aan de tiplijst. Hier de titeltrack

"Roots to Branches" Jethro Tull - YouTube

avatar van Kronos
4,0
Roots? Het enige album dat ik nog zwakker vind is Under Wraps.

avatar van vigil
3,5
Ja dat kan natuurlijk, ik vind van niet

De gemiddeldes hier spreken overigens voor mij. Als je vanaf Stormwatch tot nu kijkt (dat zijn 11 studio albums) heeft Roots toch echt het hoogste gemiddelde

avatar
Mssr Renard
Ik heb de muziekvideo's van Steel Monkey, She Said She Was a Dancer en Jump Start toegevoegd.

Grappig om te realiseren dat MTV-publiek deze te zien kreeg. Helemaal in de stijl van '80's muziekvideo's. Hier Jumpstart: https://youtu.be/ZeEc2YCwTec

avatar
Mssr Renard
Inhakend op de discussie: de messt logische plaat die hier in het verlengde van ligt is toch Rock Island?

avatar
Echt jammer dat Martin Barre niet meer tullt

Ed

avatar
Mssr Renard
Toen ik een jaar of 16 of 17 was werkte ik in de weekend in de kassen (tomaten, bloemen, dat soort dingen). In de vakanties werden dat dan volle dagen werken. Hoedanook, was dat 's-ochtends nog best een eindje fietsen. Ik weet niet hoe en wat, maar meestal koos ik Jethro Tull voor lange fietstochten. Thick as a Brick, Benefit en Aqualung draaide ik vaak, maar schijnbaar had ik Crest of a Knave en Rock Island tezamen op een 90 minuten cassettebandje gezet en draaide ik dus achter elkaar bijna nonstop.

Dat betekent dat die platen wel een groot deel van mijn jeugd hebben bepaald. Naast mijn school/werk had ik nog een dubbelleven als straatjongen, die óf op straat hing of in de coffeeshop. In de coffeeshop draaiden ze Faith No More en Chili Peppers, wat ik ook wel okay vond, maar ik vond Jethro Tull veel gaver. Niet echt de fijnste momenten om aan terug te denken. Maar op één of andere manier kan ik Tull wel graag draaien, want het herinnert me juist aan fietstochten en hard werken. Iets wat ik nu nog steeds graag doe. En Tull is dan wel veel tijdlozer dan die bands van toen (Faith No More, Chili Peppers, Pearl Jam), die ik niet slecht vind, maar gewoon niet uit mijzelf opzet.

Ik had wat slecht gezelschap ook in die tijd, die me meer in de problemen brachten dan mij plezier brachten. Maar goed je bent jong, en je moet nog leren wat wel en niet kan. Zij luisterden gabber, metal, hip-hop en hardcore, ik luisterde Jethro Tull en Manfred Mann's Earthband. Vreemde combinatie. Ik weet nog toen ik 18 werd ik echt een snoeiharde streep onder dat leven zette. Mijn liefde voor Tull is onverwoestbaar gebleken. Toch wel mooi.

Nu ik er zo aan terug denk,kan het ook best zijn dat deze plaat ook een beetje het zaadje heeft gepland voor mijn haat-liefde-verhouding voor AOR en eighties-rock, want daar staat deze plaat ook vol mee.
Van Budapest ken ik trouwens intussen een veel mooiere versie: Ian Anderson - Plays the Orchestral Jethro Tull (2005) - MusicMeter.nl , maar die is dan wel zonder Martin Barre.

avatar van RonaldjK
4,0
geplaatst:
Waar Jethro Tull in de jaren 1968-1980 jaarlijks nieuw werk uitbracht, wordt de productie daarna minder frequent. Blijkens de documentaire 'Fish and Sheep and Rock 'n' Roll', ook op JijBuis te vinden, is één van de redenen de boerderij met landgoed die Ian Anderson beheerde. Maar hij kampte ook met stemproblemen.

Hierboven lees ik vergelijkingen met Dire Straits en ook adult oriented rock wordt genoemd. Op Crest of a Knave keert Jethro Tull terug naar de combinatie van scheurende rock in combinatie van folk, anders is dat het ingetogener is dan voorheen. Minder toetsen dan op het afgelopen werk met Peter-John Vettese, die niet mocht meedoen om een overdosis synthesizers te vermijden, zo schrijft Scott Allen Nollen in zijn bandbiografie uit 2002.
Wél deed Anderson, die geen compositorische inbreng van anderen duldde ("I was very, very selfish about making this one") zelf aan synthesizers en drum programming, zoals de hoes vermeldt en die klinken dan ook regelmatig in de muziek; echter gedoseerder dan op Under Wraps.
Opvallend is dat twee drummers zijn te horen: de Amerikaan Doane Eddy en, omdat Eddy enige tijd terugkeerde naar New York om zijn zieke moeder bij te staan, tijdelijk Gerry Conway. Bassist Dave Pegg combineerde zijn lidmaatschap van Tull met dat van het door hem heropgerichte Fairport Convention.
De muziek werd opgenomen in Peggs Woodworm Studios in Oxfordshire én in de Farmyard Studios van frontman Anderson.

Die laatste zingt lager en kalmer dan voorheen en nu pas wordt mij pijnlijk duidelijk dat het laatste album waarop zijn stem ongeschonden klonk, The Broadsword and the Beast uit 1982 is geweest. Anderson is bovendien verantwoordelijk voor alle composities, die gemiddeld kalmer en minder veeleisend zijn dan het jaren '70-werk. Hij schrijft deze in lagere toonsoorten en eveneens anders is dat Barre vaker met clean gitaargeluid speelt.
Dat laatste veroorzaakt de overeenkomsten met het gitaargeluid van Mark Knopfler van Dire Straits. Volgens de biografie is het Knopfler die ooit bij de gitaarbouwers van Hamer aangaf: 'Well, I want to try and get that sound that Martin Barre from Jethro Tull gets" en wat ook van invloed zou zijn, is dat beiden uit de regio Edinburgh komen. "That sound" betreft de Fender Stratocaster, door Barre gebruikt sinds 1976, album Too Old to Rock 'n' Roll.

De rock van Jethro Tull is met dit alles toegankelijker; minder moeilijke breaks of heftige uitbarstingen bijvoorbeeld. Dwarsfluit en folk maken dat die kant van hun muziek onmiddellijk herkenbaar is als Tull. Bij de combinatie van sequencers en scheurende gitaar noemt Nollen de vergelijking met ZZ Top. En verrek! Hoor opener Steel Monkey en aan het einde Raising Steam maar!
Fraai is Budapest met zijn dikke tien minuten en diverse overgangen, dat oorspronkelijk tweeëntwintig minuten duurde. Het uptempo Jump Start is mijn grootste favoriet van dit album, al sinds mijn kennismaking in 2014.

De groep gaat uitgebreid op tournee, waarbij Perry zijn eigen voorprogramma is doordat Fairport Convention daar staat. Mooie package, die twee groepen samen!
Tourtoetsenist is Don Airey, bekend van Collosseum II en Rainbow. Die vertelt in de bio: "I had heard a lot of Tull's music before, but it was through hotel walls when I was with Rainbow, because Ritchie Blackmore is such a big Tull fan!"

avatar

Gast
geplaatst: vandaag om 03:23 uur

avatar

geplaatst: vandaag om 03:23 uur

Let op: In verband met copyright is het op MusicMeter.nl niet toegestaan om de inhoud van externe websites over te nemen, ook niet met bronvermelding. Je mag natuurlijk wel een link naar een externe pagina plaatsen, samen met je eigen beschrijving of eventueel de eerste alinea van de tekst. Je krijgt deze waarschuwing omdat het er op lijkt dat je een lange tekst hebt geplakt in je bericht.

* denotes required fields.

Let op! Je gebruikersnaam is voor iedereen zichtbaar, en kun je later niet meer aanpassen.

* denotes required fields.