De reïntegratie van Ward deel 15:
Ruim zes jaar geleden volgde ik in het eerste jaar van mijn bachelor opleiding Algemene Cultuur Wetenschappen een vak waarin heel de geschiedenis van kunst in rap tempo werd doorgenomen. Toen we eenmaal in de 20e eeuw werden aangekomen kregen we een heel college over minimalistische muziek. Al vond ik de fragmenten die we te horen kregen in dit college zeer interessant vanuit een academisch oogpunt, kon ik op een persoonlijk vlak een stuk minder er van genieten. Er zat echter één fragment tussen dat er voor mij uitsprong, dit klonk warmer, meer organisch en dromeriger dan de andere fragmenten. Een jaar later wilde ik het betreffende stuk eens grondiger gaan beluisteren, maar de titel en componist waren mij ontschoten (ik was ervan overtuigd dat het door Philip Glass gecomponeerd was). Toen Teunnis mij dit album van Steve Reich tipte wist ik wel dat dit album een klassieker was, maar had ik geen idee dat dit het album was dat ik jaren geleden tevergeefs had gezocht.
Al snel wordt duidelijk waarom dit soort muziek minimalisme wordt genoemd. Repetitie is hier het sleutelwoord. Elke sectie bestaat uit een enkel akkoord (als ik me niet vergis), waarop verschillende instrumenten kleine melodielijntjes planten. Het klankenpalet bestaat onder anderen uit piano, xylofoon, marimba, viool, cello, klarinet en zachte vrouwenzang. Deze instrumenten komen als golven langzaam op om iets later weer even geleidelijk naar de achtergrond te verdwijnen. Op deze wijze creëert Reich een complex web van steeds verschuivende patronen. Een bijna mathematisch proces, toch klinkt
Music for 18 Musicians nergens kil of machinaal. Reich slaagt erin om juist een heel warm en organisch geluid te creëren. Je hoort alle afzonderlijke instrumenten, maar tegelijkertijd ontstaat er een groter geheel. Reich heeft zo’n gevoel voor timnbre dat hij een enorm vol en warm geluid weet te creëren, zonder dat het ooit bombastisch klinkt of zelfs maar hint naar sentimentaliteit.
Bij minimalisme ligt misschien het gevaar op de loer dat het voornamelijk muziek van het ratio is, maar dat is hier allerminst het geval. Reich weet in dit warme klanktapijt een hoop emotie te leggen. Voor een avant-gardistisch genre als minimalisme is dit ook verrassend toegankelijke muziek. De invloed die dit stuk heeft gehad op de popmuziek verbaasd me dan ook allerminst. Teunnis had het in zijn aanbeveling van dit album in mijn topic al over Sufjan Stevens en Holden. Referenties die eenvoudig zijn te begrijpen. De xylofoon gebaseerde, weelderige klanktapijten die op
Illinois regelmatig zijn terug te horen, grijpen duidelijk terug op dit werk. Holden grijpt nog nadrukkelijker terug op minimalistische genre en zijn muziek deelt een pulserende levensenergie met deze compositie van Reich. Zelf hoor ik ook duidelijk de invloed van dit werk terug in Four Tet’s prachtige
There is Love in You (die ik al eerder in het kader van mijn topic van een recensie heb voorzien). Four Tet gebruikt dezelfde soort twinkelende repetitieve loops als Steve Reich. Met die duidelijke invloed op veel van mijn persoonlijke favorieten is het dan ook geen verassing dat dit album goed bij mij in de smaak valt (ik zal Reich’s CD-box
Phases meteen doorgeven aan Sinterklaas). Een schitterende dromerige reis en verplichte kost voor elke liefhebber van elektronische muziek. 4,5*