Veel aandacht voor
13 bij de verschijning. Zelfs het degelijke Nieuwsweekend (toen nog bij AVROTROS) op NPO Radio 1 nodigde Robert Haagsma uit voor een gesprek hierover. Hij vertelde nog eens wat de bladen meldden: de terugkeer van Black Sabbath met Ozzy Osbourne bij de microfoon.
Teleurgesteld was ik met het nieuws dat dit helaas helaas helaas zonder drummer Bill Ward was, die zich had teruggetrokken. Gekrenkt door een uitspraak van Osbourne over zijn conditie en ook
financieel zou hij zijn benadeeld. Nog in 2015
etterde de ruzie voort.
Producer Rick Rubin pakte het op dezelfde wijze aan als met Johnny Cash (de reeks
American Recordings, 1994-2010) en Neil Diamond (
12 Songs, 2005): terug naar de wortels. Dat had fraaie albums opgeleverd, bij Rubins Metallica (
Death Magnetic, 2008) vond ik de opbrengst magerder. In het geval van Black Sabbath hield hij hen voor: "Vergeet alle lofzangen dat jullie de grondleggers van heavy metal zijn en probeer zo spontaan mogelijk de muziek uit je beginjaren te maken".
Ik kocht de 2cd-versie en mij verging het zoals velen: aanvankelijk vond ik het lekker, na vaker draaien ging de smaak er echter snel vanaf. De voorbije dagen heb ik 'm uit de mottenballen gevist; wat is hier aan de hand?
Wel, de nummers lijken teveel op elkaar. Opener
End of the Beginning is sterk: eerst log, dan versnellen met bovendien het typische razendsnelle gepriegel van Iommi in de solo's, ook nu weer meeslepend. Maar met wederom logheid in
God is Dead? en een versnelling in het tweede deel is 't minder spannend, ondanks de tekst met de herkenbare hand van bassist Geezer Butler.
Hetzelfde geldt voor
The Loner. Als nét iets mindere versies van het startlied, wordt het wat eentonig. Ik had op iets snellers gehoopt als
Paranoid,
Lord of This World of
Symptom of the Universe of
Never Say Die... Variatie biedt zich aan middels
Zeitgeist, maar dat blijkt een al te opzichtige poging om
Planet Caravan uit 1970 nog eens over te doen. De kalme, jazzachtige gitaarsolo redt het nummer echter.
Tweede helft.
Age of Reason lijkt aanvankelijk de logge koers te vervolgen, maar op 2'20" tovert Iommi een fraaie melodie tevoorschijn die lucht brengt. Die wordt gevolgd door een volgende riff plus zang. Dankzij meer tempowisselingen, een fraaie gitaarsolo en een subtiel toetsentapijtje (door wie ingespeeld? De hoes zwijgt erover) mijn tweede favoriet.
Een swingende riff in het eerste deel van
Live Forever wordt afgewisseld met trage delen. Het heeft opnieuw iets van een herhalingsoefening. Blues in
Damaged Soul; de bijna acht minuten hadden bij zes mogen blijven. Desondanks lekkere details op hi-hat van gastdrummer Brad Wilk en pakkend is de jankende mondharmonica van Osbourne, net als de (verwachte) versnelling in het laatste deel. Het wint de bronzen plak.
Met
Dear Father meer muziek als menig track hiervoor: eerst traag, dan sneller. Zo flippert het heen en weer tot het slot. Hierin keert de oerriff van Black Sabbath terug mét de regen en kerkklok uit de eerste tonen van het debuut. De cirkel is rond: slim!
Op cd 2 staan drie nummers.
Methademic begint akoestisch en blijkt vervolgens uptempo en fel. Had ik wel op de eerste schijf gewenst ten koste van track 2, 3, of 6. In de categorie van die drie nummers zit helaas ook
Peace of Mind, waarna het vlottere
Pariah eveneens van mij op de eerste cd had gemogen.
Bij dit alles mis ik de swingende drumstijl van Bill Ward en had er bij ten minste één nummer wel iets experimentelers gemogen, zoals Iommi probeerde ten tijde van de elpee
Sabbath Bloody Sabbath. Had bijvoorbeeld Rick of Adam Wakeman uitgenodigd...
In 2013 was er een grote mediacampagne met onder meer een verschijning bij tv-serie CSI, die ik inmiddels
hier aantref. Opvallend veel vrouwelijk schoon in het publiek, van een leeftijd waarop ze de kleindochters van de Sabs konden zijn. Dit alles maakte
13 tot hun eerste Amerikaanse #1-album.
En toch. Te geforceerd wordt geprobeerd te doen alsof het 1970 is, waarbij Ward node wordt gemist. Spontaan de muziek uit je beginjaren maken, lukte zelfs niet met baardman Rubin. Een krappe 7.