Net als Third een groeiplaat, waarbij ik als pop/rockliefhebber maar vrijwel totale jazz-leek bij de eerste malen luisteren vooral geniet van de losse en "vrije" sfeer en het incidentele fuzzorgeltje. Pas later worden structuren duidelijk en beginnen bijvoorbeeld de vier delen van Virtually meer en meer in elkaar te grijpen. Is dit jazz? De muziek die ik met dat woord associeer en die ik tegen ben gekomen in de platenverzameling van mijn vader, op televisie en in films maakt eveneens gebruik van veel blazers en een uiterst lenige ritmesectie, maar de "([al dan niet] backward) tape loops", het eigenzinnige orgeltje en de soms desoriënterende structuur van de nummers horen daar in mijn beleving juist weer absoluut níét bij, tenzij ik dan weer meer aan VPRO's Vrije Geluiden op NPO1 zondagochtend moet denken... Genres en labeltjes maken natuurlijk helemaal niets uit, maar het intrigeert me gewoon hoe je deze muziek zou kunnen noemen en welke omschrijving de heren zelf in gedachten zouden kunnen hebben gehad.
Hoe dan ook, deze muziek raakt mij op een zeer basaal niveau. Ik begin echter met niet meer dan ****, enerzijds omdat ik hier nog wel even mijn tanden in moet zetten, anderzijds omdat ik (laat ik eerlijk zijn) dat chaotische getoeter en die patroonloze drumpartijen op Fletcher's blemish absoluut niet trek. Misschien even wennen, ik hoor het de jazzliefhebber zeggen, maar momenteel bestaat dat nummer voor mij uit 277 seconden op de tanden bijten op weg naar de verademing van Virtually. (De achtergrond van mijn twofer vermeldt trouwens Virtuality als titel daarvan, maar binnenin het boekje, bij de door de Windows Media Player opgehaalde gegevens en overal op internet wordt dat nummer Virtually genoemd, dus ik neem aan dat dát de juiste titel is?)
Volgende halte: de biografie van Graham Bennett.
Valt me in vergelijking met het veel te lange Third eigenlijk nog best mee. Virtually Pt 1-4 heb ik vooral best veel plezier van gehad, omdat er hier een mooie lading dromerige/psychedelische klanken terugkomen die ik op het vorige album toch wat miste. Zelfs de zang heb ik dit keer niet gemist. Ik begin in de tussentijd dit soort muziek ook steeds beter in het tijdsbeeld te kunnen plaatsen en kan me dit al voorstellen als soundtrack van enkele jaren '70 politiefilm-achtervolgingsscenes. Heel leuk om te beluisteren vind ik het nog niet, maar het ergert me nergens echt.
Tussenstand:
1. Volume Two
2. The Soft Machine
3. Fourth
4. Third
Dit album begint al beter dan praktisch alles wat ik op Third gehoord heb. Fijne, dromerige jazz die het op de achtergrond uitstekend doet. Veel positiever kan ik verder ook niet zijn. Ik houd niet van het willekeurige karakter van dit genre. Een jazzliefhebber zal ik dus nooit worden, maar het irriteert me meestal ook niet. Naar het einde toe wordt het wat chaotisch en dan kan dit album ineens niet snel genoeg afgelopen zijn. Het zal wel niks worden tussen mij en deze band.
Tussenstand:
1. The Soft Machine
2. Volume 2
3. Fourth
4. Third
Voor mij zijn Soft Machine en Nucleus (en nog wat andere meer Canterbury-achtige bands) een soort van blauwdruk voor exact dat type spannende en avontuurlijke (Europese) jazzrock waar ik zoveel plezier aan beleef. Met een soort renaissance van de britse jazz/fusion, merk ik ook dat veel nieuwe bands zich duidelijk hebben laten beïnvloeden door bands als Soft Machine en Nucleus. Het grote verschil tussen beiden is dat Nucleus geleid wordt door een trompettist en dat bij Soft Machine de sax, toetsen en later de sax en gitaar de leiding nemen.
Maar Soft Machine is natuurlijk geen vehikel voor één solist, maar kent in alle bandleden een solist. En daar houd ik nou zo van. Sax, bas, drums, toetsen, alle instrumenten doen een flinke duit in het zakje.
Virtually is zo ontzettend prachtig, ook met Jimmy Hastings, Mark Charig, Alan Skidmore en Nik Evans (cornet, trombone, altfluit, basklarinet, tenor sax), waardoor er een goede blazerssectie kan worden ingezet. Maar die doen eigenlijk zo een beetje op de hele plaat wel mee.
De keuze voor een dubbele bassist (Hugh op electrische bas en Roy Babbington op contrabas) is ook een goede zet, waardoor de crossover van jazz en progrock compleet is.
Voor mij (persoonlijk) begint bij Fourth een serie Soft Machine-platen die ik echt heel hoog waardeer. Vanaf deze plaat is het elke keer helemaal raak (tot en met Softs dan).
Na jaren wachten en zoeken heb ik deze nu op lp, en zoals altijd met dit soort muziek, leeft de muziek veel meer vanaf vinyl. Vandaag eens grijs draaien en dan kijken of ik deze plaat hoger ga beoordelen.
Ik kan trouwens niet genoeg benadrukken dat liefhebbers van Soft Machine echt eens aan de Nucleus moeten.
Nogmaals een bericht van mij. Ik ben weer eens lekker in de begin jaren zeventig jazzrock aan het duiken en mezelf ermee te verwennen en mijn god wat is Virtually toch een ongenadig mooi stuk muziek.
Zo een twintig minuten durende epic is mij helemaal op het lijf geschreven. Wat dat betreft is de Soft Machine van Forth tot en met Seven helemaal precies 'mijn ding'. Ik moet alleen nog Third echt goed laten landen, maar het is mij te psychedelisch. Maar we zien wel, we hebben tijd genoeg en de muziek van Soft Machine gaat intussen nergens heen. Het is als een wijn die met de jaren beter wordt.