Het zesde album van Dr. Feelgood, dat in 1975 debuteerde. Relatief laat voor een pubrockgroep, maar de groep zette zich met
Down by the Jetty meteen aan de kop van deze beweging, groeide mee met de punkrevolte en scoorde in 1978 internationaal met single
Milk & Alcohol van het sterke
Private Practice. Met hun venijnige r& b wist de groep ondanks het vertrek van gitarist Wilko Johnson te imponeren: John Mayo bleek een prima vervanger.
De groep was één der peetvaders van punk en new wave. Inspiratiebron dankzij de hakkende stijl van Johnson, voortrekker van een livegroep die in relatief kleine zalen lekker luid musiceerde, zonder naar een bombastisch geluid te neigen. Reden voor mij om Dr. Feelgood steeds weer met een nummer van één hunner albums in mijn afspeellijsten met new wave en aanverwanten te zetten.
Toch is
Let It Roll de laatste waarmee ik dat doe. De groep is hierop namelijk beduidend minder venijnig. Wat klinkt is ronkende r&b, helemaal niks mis mee. Alleen: vernieuwend? Nee, dit is eerder een u-bocht, terug naar degelijke rock 'n' roll.
Begrijp me niet verkeerd: dit is een prima album. De r&b wordt smakelijk opgediend of bevat de nodige variatie die bovendien meer eigen werk bevat dan voorheen. Als een hele goede groep op een bluesfestival. Met mijn invalshoek van new wave is dat echter meteen het probleem: de groepen in dit containerbegrip beoogden vernieuwender te zijn.
Laat juist dit album een klinkend voorbeeld van de u-bocht bevatten.
Pretty Face is een cover, oorspronkelijk uit 1964 van The Beat Merchants uit Sussex. Datzelfde nummer werd op het eveneens in november 1979 verschenen soloalbum van Strangler
J.J. Burnel gecoverd, maar wát een wereld van verschil is de aanpak van beiden. Bij Dr. Feelgood lekker ronkende bluesrock, Burnel palt het aanmerkelijk onconventioneler en schurender aan.
Kortom, dit is de laatste keer dat ik Dr. Feelgood in een afspeellijst met wave opneem, maar niet zonder
Java Blue als lekker stuwend aan te prijzen,
Put Him Out of Your Mind is extra lekker door de snerpende zang van Lee Brilleaux, het met een diepe stem á la Captain Beefheart plus mondharmonica opgeluisterde
Hong Kong Money is op andere wijze lekker en hetzelfde geldt voor de rockende afsluiter
Drop Everything and Run, dat mijn afspeellijst haalde vanwege opnieuw venijn in Brilleaux' stem.
Niet alles is spannend. Zo opent kant 2 met twee instrumentale nummers, te weten
Keeka Smeeka en
Shotgun Blues, waarvan de eerste nog wel redelijk pittig is, de tweede echter wel érg volgens het standaardbluesboekje. De hoes (voor- én
achterzijde) verdient minimaal een poster òf beter, een grote versie in een museum met popmemorabilia.
De groep bracht hierna nog twaalf studioalbums uit, de laatste in 2006. Mayo vertrok al in 1981 en in feite werd Dr. Feelgood het vehikel van de zanger, die in 1994 overleed. Een jaar later werd Peter Gage zijn opvolger.
In 2017 verscheen het boek
Lee Brilleaux: Rock 'n' Gentleman. Dr. Feelgood is nog altijd actief en heeft een ijzersterke reputatie als liveband, ondanks tegenslag in april 2024 toen hun apparatuur werd
gestolen.
Mijn reis door new wave kwam van het sterke solodebuut van de gitarist van Television,
Richard Lloyd en vervolgt bij de eveneens in november '79 verschenen tweede van
Simple Minds.