Op reis door new wave van 1979 kom ik van Pere Ubu's
derde album, dat in september verscheen. Terug naar maart dat jaar, als van The Fall dit op 15 december 1978 in de studio opgenomen
Live at the Witch Trials verschijnt. Dat de opnametijd zo kort was, is te horen aan het demogeluid, maar dan wel een goede demo. Wat dat betreft klopt de albumtitel, waarbij dus geen publiek aanwezig was. Dat door producer Bob Sargeant en de groep na afloop aan de mix is gesleuteld, doet niets af aan de directe, pure sfeer.
Net als album twee en drie van de Buzzcocks vormt dit debuut een combinatie van zowel punk als postpunk. De zang van Mark E. Smith heeft qua timing en zuigende zanglijnen weg van Johnny Rotten. Inclusief een enkele rollende rrrrr!
Anders is dat geen scheurende gitaren klinken; tegelijkertijd is het wél stevig. Soms tot plezierig-drammerig toe met denderende bas, zoals in
No Xmas for John Quays. Hier doet het aan de stevige nummers van de eerste drie platen van The Stranglers denken; tegelijkertijd heeft The Fall met de vocalen van Smith een eigen geluid met bovendien de minimalistische, bijna knullige toetsenpartijen van Yvonne Pawlett, die parallel met de gitaar- en baslijnen lopen. Fraaiste voorbeeld hiervan is te horen in de heerlijke bonustrack
It's the New Thing.
Waar het rustiger is, verricht de groep pionierswerk. Het zit 'm in de monotonie van het werk, die op het reguliere album meestal goed werkt in de elf nummers, in de meeste gevallen onder de drie minuten. Was The Fall van invloed op The Stranglers ten tijde van
The Meninblack (1981) of hetgeen leden van die groep deden op
Nosferatu (Hugh Cornwell) en
Euroman Cometh (J.J. Burnel) die net als deze van The Fall in 1979 verschenen?
Of "hing" deze na-punk "in de lucht" als een logische voortzetting? In dit geval maakt de boze scheurende gitaar plaats voor een opener geluid en daarbij de nodige ruimte voor de basgitaar, in dit geval van Mark Riley? De pakkendste voorbeelden van deze nét-iets-kalmere stijl zijn
Rebellious Jukebox en
Two Steps Back.
Tegelijkertijd klinkt onvervalste punk in bijvoorbeeld
Crap Rap 2 / Like to Blow en
Futures and Pasts, waarbij gitarist Martin Bramah zonder de scheurgitaar in te zetten toch uiterst energiek en tegendraads speelt.
Ik kan het niet helpen, maar ook bij afsluiter
Music Scene heb ik associaties met het vroege werk van de wurgers, al is het maar omdat The Fall zich op hun debuut eveneens aan lang nummer waagt: 8 minuten maar liefst.
In 2014 verscheen een uitgebreide
2cd-heruitgave, die voor liefhebbers van dit album de nodige plezante extra's bevat. Hier is het alsof de uitersten nog meer worden opgezocht. Voorbeelden? Het heerlijke
Psycho Mafia met z'n punk, terwijl
Repetition ingetogener is maar zoals de titel zegt monotoon repeterend, schier eindeloos een tweetal akkoorden herhalend gedurende bijna vijf minuten.
Live at the Witch Trials is een uiterst sympathiek plaatje, dat in de jaren erna bovendien zijn tijd vooruit bleek. Dat geldt voor zowel het oorspronkelijke album als de "restjes" die in 2014 alsnog uitkwamen.
Mijn reis door de wave van 1979 vervolgt bij de Britse groep
After the Fire.