MusicMeter logo menu
MusicMeter logo
poster

Radical Face - The Family Tree: The Branches (2013)

Alternatieve titel: The Branches

mijn stem
3,94 (203)
203 stemmen

Verenigde Staten
Pop / Folk
Label: Nettwerk

  1. Gray Skies (0:43)
  2. Holy Branches (3:37)
  3. The Mute (3:56)
  4. Reminders (3:33)
  5. Summer Skeletons (4:50)
  6. The Crooked Kind (4:39)
  7. Chains (2:11)
  8. Letters Home (4:11)
  9. From the Mouth of an Injured Head (4:04)
  10. Southern Snow (3:21)
  11. The Gilded Hand (6:14)
  12. We All Go the Same (3:30)
totale tijdsduur: 44:49
zoeken in:
avatar van aERodynamIC
4,5
Debuut Ghost staat me nog helder voor de geest (en niet alleen omdat ik het nog regelmatig draai): het krakende, piepende huis sloeg in als een bom. Wat een intrigerende sound had deze toen voor mij onbekende Ben Cooper toch.
Lange tijd bleef ik een beetje een roepende in de woestijn..... hoe geweldig ik het ook vond, erg veel weerklank kreeg het niet op deze site en dat veranderde pas goed bij de opvolger: deel 1 uit de serie The Family Tree.
Terecht, en dat er een reclamefilmpje voor nodig was om velen wakker te schudden...ach....

Ben Cooper maakt er telkens geen haastwerk van en zo duurde het even voordat The Branches verscheen maar we kunnen nu eindelijk weer volop genieten.
Veel is er niet veranderd: het artwork sluit naadloos aan op de voorganger (ander kleurtje zorgt voor het onderscheid) en ook muzikaal horen we niks nieuws.

Gray Skies is een intro gevolgd door het onweerstaanbare Holy Branches. Dit zijn toch de perfecte indie popfolk liedjes als je het mij vraagt. Hoe schitterend, hoe catchy. Vreugde alom bij mij en dan weet je al dat het weer goed zit met de nieuwe Radical Face; het is het wachten waard.
Want wat volgt op deze geweldige start zijn goed in elkaar zittende liedjes met de kenmerkende zang van Cooper en de ingenieus haast nonchalante manier van musiceren, alssof hij het uit zijn mouw schudt wat ongetwijfeld niet zo is gezien de tijd die hij altijd weer nodig blijkt te hebben voor zijn nieuwe album. Of zou hij ondertussen ook weer aan een nieuw Electric President album gewerkt hebben?!

Het is moeilijk om een duidelijke favoriet aan te wijzen naast het perfecte Holy Branches. De handjeklap wals Summer Skeletons met een beetje middeleeuwen gevoel wellicht? Het schitterende The Crooked Kind waar de cello een mooie rol in heeft en de koortjes wederom niet van de lucht zijn? Het jachtige From the Mouth of an Injured Head? Of dan toch die krakende deur in het hemeltergende Southern Snow?
Ik weet het gewoon niet. The Branches is gewoon weer ijzersterk. Misschien iets te veel van hetzelfde allemaal en weinig vernieuwend op wat we al kenden maar eigenlijk heb ik daar helemaal geen behoefte aan geloof ik.

Het is niet moeilijk om de traditie van 4,5* door te zetten op dit heerlijke album waarmee Radical Face nu toch wel een vaste waarde begint te worden in mijn rijtje hedendaagse favoriete artiesten. Ik koester hem al vanaf zijn begin met Ghost en ik hoop dat nog lang te kunnen doen want dit soort artiesten zijn zeldzaam.

Heerlijk!

avatar van Metalhead99
3,5
Ik heb hem nu inmiddels al meerdere keren beluisterd en ik moet zeggen dat hij me wel weer redelijk bevalt, maar dat het kwartje nog niet zo valt als met de voorgaande twee platen.
De plaat begint met het mooie "Holy Branches", een nummer met een prachtig, warm geluid met een door de strijkers ook nog wel behoorlijk "bombastisch" geluid voor de begrippen van Radical Face tot nu toe.
"The Mute" is dan beduidend "kaler" en wat meer ingetogen, maar dat deert helemaal niks, want het nummer is wederom erg mooi en tekstueel is dit ook een erg mooi nummer. Ben Cooper bewijst met dit nummer maar weer eens dat hij een sterk liedjesschrijver is.
"Reminders" komt dan op de één of andere manier niet over. Hierop is wat gitaarspel te horen waarbij normaal gesproken bij mij de rillingen over de rug zouden gaan lopen, maar dit komt in dit geval op de één of andere onverklaarbare reden niet over. Dit kan echter nog wel verbeteren als ik het album in diens volle glorie op cd of lp kan beluisteren.
"Summer Skeletons" vind ik dan weer zo'n beetje het mooiste nummer van het album. Het pianospel en de "claps" zorgen ervoor dat je meegedreven word op een rondreis. Prachtig!

Waarom ik toch maar 3.5* geef als ik tot dusver nog behoorlijk positief ben? Omdat deze plaat ook genoeg vullers kent. Zo komen na "Summer Skeletons" maar liefst 2 nummers die dan eigenlijk weer niet zo'n grote indruk op me achterlaten. Pas bij het mooie "Letters Home" keert de interesse weer helemaal terug, want dit nummer is dan weer erg mooi.
Ook "From the Mouth of an Injured Head" komt goed over en klinkt weer erg mooi. Maar dan gebeurd het weer! Ondanks dat "Southern Snow" voor Cooper's begrippen weer best groots en bombastisch klinkt maakt het nummer gewoon weinig indruk. Ook met het meer uitgesponnen "The Gilded Hand" gebeurd dit en met "We All Go the Same" weet het album nog redelijk, maar weinig indrukwekkend af te sluiten.

The Family Tree: The Branches is wel een mooie en logische opvolging van deze serie, maar hij weet tot op heden minder indruk te maken dan de voorgangers.

avatar van west
4,5
Ga er maar aan staan, als je Ben Cooper bent. Een opvolger maken van het prachtige hoog gewaardeerde Family Tree: The Roots, tevens een vervolg in die serie the Family Trees. En op het moment dat je de 'titelsong' hoort, weet je eigenlijk al dat Ben doorgaat waar hij gebleven was. Holy Branches is een juweel van een nummer. En er staan nog veel meer juweeltjes op dit album: The Mute, Summer Skeleton, Letters Home, From the Mouth of Injured Head & last but not least het schitterende the Gilded Hand.

De begeleiding is zoals altijd beperkt: een piano, een akoestische gitaar, daarbij (heel zacht) wat ritmetikjes en soms fraaie strijkers of een hardere drum. Belangrijkste blijven de (hele) mooie melodieën en bovenal de oh zo mooie stem van Ben. Zelf zei hij in Paradiso 2 jaar terug daarover: dat hadden jullie niet gedacht he? Dat die stem in zo'n ... dikke Amerikaan zou zitten... (tja). Een fantastisch optreden gaf hij daar weg: ook live klinkt dit bijzonder mooi allemaal.

Minimaal is de muziek op dit The Branches hele fraaie muziek, soms is het nog mooier. Betoverend?
Wat een prachtplaat weer!

avatar van HezzardNL
5,0
chevy93 schreef:
Eerste speelbeurt zelfs wat teleurgesteld. Geen nummers waarvan ik echt onder de indruk ben. Daarentegen ook geen slechte nummers, maar ja... komt over als één lang stuk middelmaat met af en toe een opleving.


Dat ben ik zeker niet met je eens. Het zou inderdaad kunnen liggen aan de kwaliteit. Ik merk juist veel, al dan niet subtiel, details op die dit album beter maken dan de vorige. Vooral wanneer de drums en strijkers tevoorschijn komen zoals in 'The Crooked Kind'. Kippenvel krijg ik van 'Summer skeletons' wat makkelijk het niveau van 'Always Gold' haalt.

Toegegeven dat er een aantal nummers op staan die middelmatig zijn, maar er staan meer prachtnummers op dan middelmaat.

avatar van SébastienY
4,0
Geef een begenadigd muzikant als Ben Cooper een gitaar en hij puurt fascinerende akkoorden uit zijn instrument. Cooper’s derde LP laat zich zoals zijn andere twee catalogeren als makkelijk verteerbare indie folk, gekruid door wat elegante nonchalance. Niets nieuws onder de zon, hij bezit zeker geen monopolie binnen zijn genre (denk maar aan collega’s Gregory Alan Isakov en Benjamin Francis Leftwich). Maar de productie, sfeer en uitvoering flirten toch met de benadering van perfectie.

‘Cause the Earth don’t give a damn if you’re lost

‘The Family Tree: The Branches’ is deel twee van de Family Tree-trilogie. Eerder kwam ‘The Roots’ uit in 2011. De titel van de serie doet al vermoeden dat Cooper op zoek gaat naar de basis van zijn familie. En zoals hij zelf meervoudig bezingt: die familie is van een niet alledaagse aard. Hij haalt met sprekend gemak zijn nostalgische ervaringen naar boven en presenteert ze op een fraai dienblad. ‘The Branches’ ligt gewoon in het verlengde van zijn voorganger, maar wat hoogstaand is blijft dat. Ook na tientallen draaibeurten. Na de prelude ‘Gray Skies’ komt meteen al de primus van het album aangedraafd. ‘Holy Branches’ is een instant oorwurm en ondanks de weinig vernieuwende muziek van Cooper slaagt hij er in een eigen draai te geven aan zijn nummers. Het is het begin van de trektocht onder leiding van Cooper. Hij neemt je mee naar zijn jonge jaren in thuisstad Jacksonville, Florida.

Eenmaal daar aangekomen voel je de warmte die Cooper wil uitstralen met zijn eenvoudige maar efficiënte manier van muziek maken. Kamervullend. Opvallend hoe zijn opgewektheid snel overslaat naar de luisteraar. Je krijgt spontaan zin om die feeërieke maar ontastbare beekjes, beboste heuvels en brugjes op te zoeken. Dit album kleedt je uit en neemt de in de plaats gekomen schaamte weg. ‘Summer Skeletons’ beukt dan definitief de deur open naar die zorgeloze jeugd, waar vuilmaken een luxe was.

We were sun-burned and shoeless kids
It was the dead of July
We were skippin' stones in the failing light
I smelled the fire place
Although we were miles away
We were infinite
There was no time in those days

‘Summer Skeletons’ is als het ware een resumé van het album dat draait rond die jeugd. Onbezonnen de tijd laten tikken. Een soort van anarchistische levensstijl: alles mag, niets moet. En dat loopt ook wel eens fout af. Ravotten betekent pijntjes opdoen. Geschaafde knieën, een buil, meisjes plagen en liefde vragen (‘From The Mouth of An Injured Head’) … Het hoort er allemaal bij en het doet volgens Cooper ons aan herinneren dat de kindertijd de funderingen van het leven vormen. Momentopnames die je jammer genoeg enkel in herinneringen kan terughalen.

Maar de pubertijd maakt een drastisch einde aan de zorgenloze levensstijl, in het album ingezet vanaf ‘Southern Snow’. Je wordt stilaan een onderdeel van een gigantisch geheel: de maatschappij. De mens wordt meer en meer een machine. Die samenleving duwt ons in een onomkoopbare richting. Wie langs de lijntjes loopt valt genadeloos af. En net op het moment dat je zelf je eigen weg moet zoeken in het leven heb je die eeuwige houvast nodig. Familie. Wanneer de lucht te zwaar wordt en de grond klaar is om je op te slorpen.

Het moge duidelijk zijn dat Cooper zijn familiale liefde wil overbrengen naar zijn luisteraars. En daar slaagt hij voortreffelijk in. Door zijn duidelijke en herkenbare structuur doet zijn open einde hunkeren naar meer. Cooper bevestigt hiermee nog maar eens zijn groot muzikaal talent. Belangrijk om te vernoemen is het ontbreken van zwartgallige melancholie. Want ook vrolijkheid kan oprecht mooi zijn. Een perfecte herfstplaat om de druilerige weersomstandigheden en dwarrelende blaadjes zonder kleerscheuren te overleven.

4,5*

avatar van AOVV
4,0
Ik weet nog goed dat ik, zo’n twee jaar geleden, deze artiest leerde kennen. Tenminste, ik dacht dat ik ‘m leerde kennen, want Ben Cooper – de man die schuilgaat achter het alter ego Radical Face – is ook het brein achter Electric President, het duo dat hij samen met Alex Kane vormt, en die in 2010 nog een erg fijne plaat uitbrachten. Maar dat bleek uiteindelijk klein bier ten opzichte van het eerste deel van wat een driedelig project getiteld ‘The Family Tree’ zou gaan worden. ‘The Roots’; een wonderlijk melancholische plaat waarvan ik destijds vond dat menig popartiest er nog heel wat van kon opsteken. En achter die mening sta ik nog steeds.

‘The Branches’ is deel 2 in de trilogie, en wordt door eenieder onvermijdelijk vergeleken met ‘The Roots’. Het merendeel plaatst deze op het reservebankje, en ik moet toegeven dat ik dat ook doe. Omdat ‘The Roots’ zo fantastisch goed is. Deze opvolger is wat minder straf gestoffeerd, en leunt wat mij betreft soms net iets te makkelijk op oeh’s en aah’s. Vooral oeh’s.

Dat is echter een bubbel die je dient te doorprikken. Als je dat obstakel achter de rug hebt, kan je gewoon niet anders dan inzien dat Cooper ons alweer een puike popplaat voorschotelt; instrumentaal zeer uitgekiend, tekstueel wederom briljant. De indie folklaag die over de songs is gedrapeerd, werkt; ik voel me vaak erg comfortabel als ik ernaar luister. Terwijl de teksten zich aan een andere kant van het spectrum bevinden.

De plaat opent met een korte intro, ‘Gray Skies’. Een mistroostige titel, quoi? De opmaat voor het eerste op de meute losgelaten nummer, ‘Holy Branches’. Een song die bescheiden begint, maar lang en breed uitwaait, en zijn glorie vindt in het prachtige refrein, wat eigenlijk een fantastische metafoor voor het leven is. “But everybody’s bones, are just holy branches; cast from trees, to cut patterns in the wood”. Geboren om te snijden. “And in time, we find some shelter; spill our leaves, and then sleep in the earth”. Het nummer gaat er ook over dat ieder mens gedoemd is om een doel voor ogen te hebben, en hoe dat een val op zich kan zijn. Zoiets.

‘The Mute’ dan, met één van de mooiste zinnetjes van het album: “My dad considered me a cross he had to bear”. Een bittere melancholie springt er ook uit naar voren. De personages en gebeurtenissen in deze nummers mogen dan wel grotendeels fictief zijn, inspiratie haal je altijd wel voor een deel bij jezelf. Ik zie daarin twee Ben Coopers naar voren treden; enerzijds de verloren, verlaten jongen; anderzijds de nostalgische dromer. Hij is deze personae echter nooit tegelijkertijd, zoals doorklinkt in ‘Reminders’: “I’m either honest or I’m an optimist; but never both at the same time”.

‘Summer Skeletons’ is een half verdoken folkballade. Muzikaal zou dit eigenlijk zelfs iets te zoet moeten zijn voor mij, maar het is zo verdomd aanstekelijk en ontroerend. Hier treedt de nostalgicus in Cooper prominent naar voren, volop mijmerend over het verraderlijke karakter van een zomer, lang geleden. De koppig vastgeroeste herinneringen kunnen enkel met bloed, zweet en tranen eruit worden gesneden. ‘The Crooked Kind’ en ‘Chains’ zijn twee fijne tussendoortjes, maar geen hoogvliegers; de kracht schuilt weer vooral in de teksten, met het afsluitende zinnetje van ‘Chains’, dat als een gulden middenweg tussen onheil en geluk laveert: “But I’m glad you were my friend; though I may never see you again”.

‘Letters Home’ is één van de meer ingetogen en sobere songs op het album, en dat is ook wel geschikt; het is een geëmotioneerde brief van een zoon die zich stilaan afvraagt wat hij in godsnaam aan het front doet, geadresseerd aan zijn – zonder twijfel – bezorgde moeder. De Belgische band Amatorski heeft het nummer ‘Come Home’ gebaseerd op oude brieven van het front, en hoewel de schrijfstijl heel anders is, zou deze daar ook wel tussen passen. Oprechtheid, zonder te overdrijven. Of hoe een onfortuinlijke schotwond voor katharsis kan zorgen.

‘From the Mouth of an Injured Head’ doet me zeker in het begin van de song vrij weinig, maar stevent af op een erg fraaie laatste minuut. ‘Southern Snow’ begint met een mooi stukje klassiek aandoende piano. In het ongelooflijk mooie CD-boekje (hoewel het niet eens zoveel verschilt van dat van ‘The Roots’; vooral qua kleur) staat overigens een fout, denk ik. Het pianospel dat we in dit nummer horen, zou van de hand van Emeral Cooper zijn, en dat durf ik niet te betwijfelen. Maar er staat bij: “Piano on ‘Summer Snow’”. Cooper koos overigens de zin “I still call her name sometimes, just in case” uit om in het midden van het boekje te laten drukken, op een mistige, grauwe achtergrond van een bos.

‘The Gilded Hand’ is het langste en, zeker op muzikaal vlak, meest ambitieuze nummer van de plaat. De slepende instrumentatie en dito zanglijnen van Cooper zorgen ervoor dat het een heuse ervaring is. Het past niet meteen in het rijtje, maar dat maakt het juist weer aantrekkelijk. Ik weet niet precies waar het over gaat, maar het zou best wel ‘ns over de staalindustrie kunnen gaan. “This metal God is all I know”; “So we walk the empty halls, the dirty walls” en vooral de mooie laatste regels: “You know, our blood’s in the machinery; our heart’s in the machinery; our blood’s in the machinery; and that’s what went away”. Telkens ik die regels hoor, en de manier waarop ze gebracht worden, spookt een dilemma door mijn hoofd; moet ik dit nou goed vinden, of slecht?

Afsluiter ‘We All Go the Same’ snijdt een thema aan dat misschien wat afgezaagd is, en daardoor kan de song zich ook niet meten met het beste materiaal op het album. Maar de manier waarop Cooper het brengt, is toch zeker niet zwak. Of we nu mooi of lelijk zijn, rijk of arm, dik of dun, filantroop of misantroop, dromen of verdrinken, eenzaam of omringd door warmte; als we sterven, zijn we dood. Allemaal. We leven echter wel voort in andermans herinneringen, tot die mensen er weer het loodje bij leggen. Ik voel het exact aan zoals Cooper het uitdrukt: “And you will pray to be stronger, and I won’t pray at all. But either way, we’re both gonna fall”. Uiteindelijk zijn we allemaal verdoemd.

“I’m sorry for everything”, staat te lezen op de achterkant van het boekje. Toch niet voor de prachtige muziek die hij ons heeft geschonken, mag ik hopen. Ik kan zo meteen, als ik het bekijk als een uitspraak naar de muziekliefhebbers toe, enkel toespitsen op het feit dat ‘Second Family Portrait’, dat verscheen op ‘The Bastards: Volume Two’, hier niet opstaat. Want dat is misschien wel het beste nummer dat ik tot nu toe heb gehoord van deze geweldige artiest.

4 sterren

avatar

Gast
geplaatst: vandaag om 04:34 uur

avatar

geplaatst: vandaag om 04:34 uur

Let op: In verband met copyright is het op MusicMeter.nl niet toegestaan om de inhoud van externe websites over te nemen, ook niet met bronvermelding. Je mag natuurlijk wel een link naar een externe pagina plaatsen, samen met je eigen beschrijving of eventueel de eerste alinea van de tekst. Je krijgt deze waarschuwing omdat het er op lijkt dat je een lange tekst hebt geplakt in je bericht.

* denotes required fields.