MusicMeter logo menu
MusicMeter logo
poster

Cannonball Adderley - Somethin' Else (1958)

mijn stem
4,26 (371)
371 stemmen

Verenigde Staten
Jazz
Label: Blue Note

  1. Autumn Leaves (11:02)
  2. Love for Sale (7:07)
  3. Somethin' Else (8:15)
  4. One for Daddy-O (8:26)
  5. Dancing in the Dark (4:07)
  6. Bangoon / Alison's Uncle * (5:05)
  7. Autumn Leaves [Alternate Version] *
toon 2 bonustracks
totale tijdsduur: 38:57 (44:02)
zoeken in:
avatar van Snoeperd
4,5
In het kader van het Tip 250-topic

Cannonball Adderley maakte met Somethin' Else, zo bleek later, een van de grootste jazz-klassiekers ooit. Dat deed hij niet in zijn eentje. Op de hoes zie je onder andere de grote namen Miles Davis en Art Blakey prijken. Er wordt zo nu en dan gediscussieerd over hoe groot de invloed van Cannonball Adderley nou eigenlijk was. Omdat ook Miles Davis bijvoorbeeld erg veel invloed zou hebben gehad. Ook zijn de composities veelal niet door hemzelf gemaakt. Dat gebeurt echter wel vaker in de jazz. Wat in ieder geval vast staat dat dit album gezien wordt als een klassieker binnen de jazz, iets wat ik alleen maar kan beamen.

Adderley's Somethin' Else telt vijf tracks. De eerste vier tracks zijn allen gebouwd rond een thema, wat voor mij als doetje in de jazz erg prettig luistert. Neem de eerste track bijvoorbeeld, Somethin' Else, er wordt steeds begonnen met het thema, om daarna over te gaan tot solo's, om het nummer verder uit te diepen.
Somethin' Else kan zich geen betere start wensen als met Autumn Leaves. De eerste blazers laten heel veel emotie horen. Het is een droevige start die me doet denken aan mooie landschappen onder een donkere dreigende hemel. Die toon verandert snel met de eerste solo. Het nummer is zeker nog niet vrolijk. Maar wordt wel iets minder droevig. De solo's zitten vol mooie passages, ik vind zeker niet alles even sterk aan de solo's, maar bij momenten raakt het je. Geniet je niet van de solo's, dan nog is het een swingend geheel door de stuwende baslijn.
De solo's zijn zeker niet saai en bij vlagen mooi, maar op gegeven moment verlang je wel weer naar het beginthema. Dat komt er op dit album gelukkig steeds snel genoeg, op dit nummer is de overgang van de pianosolo naar het thema subliem, de blazers knallen er dan weer in. De sfeer wordt weer even droevig als op het begin en daarmee fade dit klassieke jazznummer uit.

Autumn Leaves is echter niet mijn favoriet van deze plaat, dat is namelijk het tweede nummer Love For Sale.
Love For Sale vind ik een vrolijk nummer, ik voel me er wel bij in m'n sas. Nummers hoeven niet droevig te klinken om heel erg mooi te zijn. Daar is dit nummer het bewijs wel van. Het beginthema is zo prachtig dat het me gewoon gelukkig maakt en ook de eerste solo bijvoorbeeld is niet te versmaden. Love For Sale is ook een van de weinige jazz-nummers die ik van top tot teen helemaal voel. Bij dit nummer spelen alle instrumenten perfect op elkaar in. De piano bijvoorbeeld, die er steeds heerlijk doorheen komt.

Volgende nummer is het door Miles Davis gecomponeerde titelnummer. Wat weer opvalt zijn de deuntjes op de blazers die meteen in je hoofd blijven zitten. De eerste minuut van dit nummer kan dagen in mijn hoofd blijven zitten. Juist de solo's in dit nummer vind ik van hoog niveau. De ene na de andere fijne passage volgt met als hoogtepunt de passage rond ongeveer de 4de minuut. Ook heeft Somethin' Else een fantastisch einde, waar ik eigenlijk met het schrijven van deze recensie pas achter kom. Eerst dat ontzettend fijne stuk op de piano en dan komen die swingende blazers er weer bij. Dat is een erg krachtig stuk.

One For Daddy-O heeft misschien wel het lekkerste begin van alle jazznummers die ik ken. Het nummer start met enorm lekker vibe. Niet meeneuriën is onmogelijk. De manier waarop de eerst solo instart vind ik ook magistraal gedaan. Het stuk erna vind ik helaas iets minder. Misschien is het doordat we al tegen het einde van de plaat komen, maar het pakt me niet echt. Dan wordt het weer even de ene oor in, andere oor uit-jazz. Pas de laatste dertig seconden veer ik weer op als het thema van het begin weer terugkomt. Wie weet groeit dit nog, ik hoop het, want het begin en eind zijn fantastisch te noemen.

Het laatste nummer Dancing In The Dark is een zwoel nummer om mee te eindigen. Het heeft een beetje loom en duister sfeertje wat goed bij de titel past. Het saxofoonspel is zeer gevoelig en boeit het hele nummer lang. Tot aan het einde toe dus, en juist dat einde is briljant. Een echte goede climax zoals een jazzalbum hoort te eindigen. De baslijn stopt, alleen de fantastische blazers blijven over, waarna de piano daarna nog even terugkomt voor de laatste tonen. Het zal wel cliché zijn in de jazz, maar ik vind het ontzettend gaaf klinken.

Ik ben niet bekend met jazz en ik vraag me af of ik ooit echt een jazzliefhebber wordt. Toch ben ik nu al wekenlang in de ban van dit fantastische jazz-album en heb ik het gevoel dat dit album toch de deuren opent naar andere jazz. Voor iedereen die net zo'n beginner is als mij in het jazzgenre is dit een dikke aanrader vanwege de relatief duidelijke songstructuren en de heerlijke bas- trompet- en saxofoonloopjes.

4*

avatar van Teunnis
4,5
Ook in het kader van het Tip 250-topic

Een plaat waar Cannonball Adderley, Miles Davis en Art Blakey aan mee doen is gegarandeerde kwaliteit. Miles Davis en Cannonball Adderley zijn beiden te horen op de bekendste jazzplaat aller tijden, Kind of Blue. Art Blakey is mijn favoriete jazzdrummer (toegegeven, ik ken er niet zo veel), met zijn Jazz Messengers en onder leiding van Thelonious Monk heeft hij prachtig werk geleverd. De twee Jones'en kende ik nog niet.

Somethin' Else begint met een jazzstandard en Cannonball's bekendste nummer; Autumn Leaves. Autumn Leaves is een zeer toegankelijk jazznummer dat opgebouwd is rond één thema, uitgebreid met verschillende solo's. Het is Miles Davis die hier de show steelt. We horen een blauwdruk van Kind of Blue, dat een jaar later werd uitgebracht. Ook de warme klanken van Adderley's alt sax klinken mooi en horen we ook terug op Kind of Blue. Aan het eind is het nog even de beurt aan Hank Jones op de piano, maar dat doet me vrij weinig (en duurt gelukkig ook niet zo lang). Dan hoor ik liever Bill Evans. Autumn Leaves had makkelijk op Kind of Blue kunnen staan, zowel wat betreft de stijl als de kwaliteit. Dit nummer wordt dan ook zeer terecht tot de klassiekers van de jazz gerekend.

Het tweede nummer ken ik al van Ella Fitzgerald. Geschreven door Cole Porter en hier dus uitgevoerd door Cannonball Adderley. Met Fitzgerald valt dit uiteraard totaal niet te vergelijken. Sterker nog, als ik niet gelezen had dat het een nummer van Cole Porter is, was ik daar waarschijnlijk nooit achter gekomen. Love for Sale heeft dezelfde opbouw als Autumn Leaves, één thema waarop gesoleerd wordt. Dit keer swingt het een stuk meer en dat komt doordat het nu Adderley zelf is die de hoofdrol opeist. Waar Davis' wat bedacht en koel klinkt, is Adderley intenser en losser. Zoals Snoeperd al zegt, is het heerlijk hoe de piano er steeds doorheen komt. Maar ook op dit nummer wordt duidelijk dat de solo's beter aan Davis en Adderley overgelaten kunnen worden.

Het titelnummer is er een van Miles Davis. De stempel van Davis op dit album is enorm groot en het is daarom ook twijfelachtig of Cannonball Adderley wel de bandleider was op deze plaat. Ook hier is het recept weer hetzelfde. Adderley en Davis gaan heerlijk los op het thema, Hank Jones doet speels mee met wat speldenprikjes op de piano. Het drumwerk van Blakey is zoals op de hele plaat fenomenaal en Sam Jones heeft een meer bescheiden rol in de ritmesectie. Somethin' Else zou ik zomaar beter kunnen vinden dan Autumn Leaves. Hank Jones zijn (opnieuw mini-)solo swingt meer, maar het grootste pluspunt is dat er hier meer samenspel is tussen Davis en Adderley. Met name de laatste minuut is een fantastisch vraag-antwoord-spel tussen de twee vedetten.

One For Daddy-O begint wat ingetogen, maar na de geweldige "break" van Adderley, komt het nummer gelukkig op gang. Daarna moet het ook van Adderley komen, de begeleiding is niet echt bijzonder. Net als Snoeperd vind ik het stuk daarna een stuk minder worden. Davis zijn solo klinkt ongeïnspireerd en als de begeleiding dan ook al niet zo bijzonder was hou je weinig over. En de stijl van Hank Jones lijkt niet echt voor mij weggelegd te zijn, ook deze solo doet me weer vrij weinig. Het klinkt allemaal wat te stijf. One For Daddy-O krijgt een dikke voldoende, maar enkel vanwege een geweldige Cannonball Adderley.

Tot slot gaan we nog sensueel dansen in het donker. De muziek doet de titel van de track eer aan. In mijn hoofd zie ik een avondscène in een buitenwijk van een grote Amerikaanse stad waar een man zijn date naar huis brengt en er een gespannen, sensuele sfeer hangt. Allemaal door wat geblaas van Cannonball Adderley in een alt sax.

Als geheel is het net te veel van hetzelfde. Een toegankelijk in het gehoor klinkend thema waarop Davis en Adderley hun eigen gaan. Het zou zeker beter zijn geweest als er wat meer samenspel was tussen de twee, zoals aan het eind van de titeltrack. Ook de solo's van Hank Jones waren niet altijd even geslaagd. Aan de andere kant horen we hier wel de beste trompettist en een van de beste saxofonisten op het hoogtepunt van hun carrière. Zeker Cannonball Adderley klinkt hier als bezeten. En Art Blakey op de drums klinkt altijd heerlijk. Puur vanwege de ongekende kwaliteiten die de grote drie namen bezitten is deze plaat 4* waard. Maar ik weet zeker dat hier veel meer mogelijk was.

avatar van kemm
4,5
Gestructureerd en uitgelijnd. Binnenin ruimte
latend voor de buiten de lijntjes, uitgedrukt in
vorm en kleur. De volle noten in dialoog over
slanke balken. De levenslustige energie in ‘n
stijlvol pak getrokken. Uitgerekt dan wel inge-
trokken, om de juiste toon in de exacte tint te
zetten. Blue, frisgroen, de donkerte treurend,
opfleurend. Het stromende water dat geen ijs
kan worden. Of het ritselend gebladerte in de
killer wordende bries. Vanachter het dubbele
glas in een tot aan het plafond reikend raam.
Tijd om alle gedachten op een rijtje te zetten.
Het gevoel in de rede en de reden achter het
gevoel. Het andere in Somethin’ Else. Maakt
het bijzondere in Somethin’ Else. Die kamer-
vullende sax van Cannonball Adderley, pure
kamerovervloeiende sax. Hartbonzend tegen
de muren, zonder kleerscheuren, uniek inge-
kleurd. Vloeiend naast het gecentreerde spel
van Miles Davis, vrij cirkelend rondom de uit-
gezette lijnen. Kogels afvurend, kogel onder-
steunend. De man achter de man. De Jones’
over elkaar, met elk hun eigen uitgestippelde
wegen. De eens leidende, dan weer bereden
pianomars van Hank, tastend in de schemer,
verblind door flitsen licht. Het bonzende bas-
werk van Sam, die voelbare stappen zet, ge-
voelsmatig en baldadig. En dan Art Blakey’s
drums die bas vervoegen en de vorm van de
lijn meebepalen. Krakend aanwezig of er net
vederlicht doorzwevend. Zijn kwintet voltallig.
Rechtdoor, met een weemoedige gaap naar
links en een romantische kijk naar rechts. Er
dwars diagonaal/diagonaal dwars doorheen.
Schuivend, of trippelend. Verschuivend, ver-
pletterend. Een tot perfectie uitgevoerd dans-
spel. Een synchronie naar eigen hand gezet.
Een symfonie met 5 man opgezet. Ritmes en
solo’s en rust en stiltes zo gespatieerd dat ‘t
plaatje perfect past. Waarmee tevens de ver-
houding van Reid Miles ten einde komt; geen
letter die nog iets toe te voegen heeft.

avatar van Reijersen
4,0
Ik wil dan ook graag beginnen met wat ik nu versta als mijn favoriete jazzalbum: Cannonball Adderley’s Somethin’ Else.
Een jazzalbum komt bijna nooit van een artiest alleen. Dat is op Somethin’ Else niet anders. De man van naam is dan wel Cannonball Adderley en hijzelf speelt de alt sax, maar hij wordt bijgestaan door klinkende namen als Miles Davis (trompet), Art Blakey (drums), Hank Jones (piano) en Sam Jones (bass). En dat gegeven maakt het ontdekken van jazz ook meteen mooi. Al deze namen brengen namelijk ook zelf platen uit waardoor je gaandeweg je zijpaden oppakt en je meer verbreed. Maar nu eerst dit Somethin’ Else dus.

Dit album is een vorm van hard bop in de jazz. Wat die stijlaanduiding mij verteld is nu nog lastig, maar daar ga ik mij op inlezen. Ik heb begrepen dat Cannonball Adderley zijn band verliet om als ondersteuning te gaan spelen voor Coltrane en Davis. Bij het opnemen van deze plaat betaalde Davis dat in gelijke munt terug. Waarom dit dan mijn favoriete jazzplaat is? Ten eerste, dat is iets van dit moment, maar daar zijn vooral de toegankelijkheid van de muziek, de algehele sfeer en de lichte swing debet aan. Neem bijvoorbeeld hun versie van Autumn Leaves. Misschien denk je dat dit wat voortkabbelt, maar niets is minder waar. Het nummer heeft een bepaalde onderhuidse energie die elke keer met een ander instrument los probeert te komen. De sfeer is licht bluesy en prachtig te noemen.
Die lichte swing waar ik eerder over sprak is heel goed terug te horen op Love for Sale. Ook al zo’n jazz-standard die door hun opgepakt wordt. De hoofdrol in dit nummer wordt mijn inziens ook vol gepakt door de sax van Cannonball Adderley himself. Wat een prachtklanken tovert hij hier uit zijn instrument. En door de aanhoudende ritmiek van piano en drums. Art Blakey is niet voor niks een klinkende naam in de jazzwereld. De titeltrack swingt trouwens rustig verder en licht prima in het verlengde van Love for Sale. Er is hier ook duidelijk meer geblend tussen de sax en de trompet wat het gehele nog meer als één aan doet voelen. Leuke break ook even tussendoor om de swing nog een stapje hoger te brengen.
Met One for Daddy-O mogen we rustig opstarten. Het begint redelijk timide, maar met een herkenbare basis. Dat is iets wat het gehele nummer zo door blijft gaan. Het nummer past qua sfeer wel heel goed bij het geheel van het album. Het versterkt die sfeersetting misschien juist alleen maar meer. Dit nummer heeft verder ook iets fijns looms.
Officiële afsluiter van het album is het nummer Dancing in the Dark. Een nummer, aardig wat korter in zijn soort. Dat dansen uit die titel moet dan wel lekker rustig heen en weer schuifelen zijn. Perfect natuurlijk om in het donker te doen, of in ieder geval bij gedimd licht. Een goede jazzclub bijvoorbeeld, waar Adderley dan tevreden op zijn sax speelt en de ruimte verder verwarmt.
Mocht je trouwens in het bezit zijn van een andere dan de standaardversie van dit album, dan kom je ook nog het nummer Bangoon tegen. Een nummer dat qua tempo en sfeer wel wat afwijkt van de rest van de plaat. Lichtvoetig, vrolijk en overtuigend swingend gaat dit nummer aan je voorbij. Wie dan weer de oom van Alison is de vraag, een vraag waar je je niet druk om moet maken tijdens het luisteren.

(bron: Opus de Soul)

avatar van HugovdBos
4,5
Julian Edwin “Cannonball” Adderley speelde een bepalende rol in het hard bop tijdperk van de jaren 50 en 60, niet alleen was hij te horen op Miles Davis’s meesterwerk Miles Davis, maar ook met zijn eigen werk oogde hij succes. Hij groeide op in Tamp, Florida en kreeg op zijn middelbare school al snel de bijnaam Cannonball toebedeeld, vanwege zijn uitzonderlijke eetlust. Hij kwam uit een welvarend gezin, met ouders die op de universiteit van Florida lesgaven. In de jaren 40 speelde hij samen met zijn broer Nat in de band van Ray Charles, vervolgens was hij de bandleider van een hogeschool in Fort Lauderdale tot aan het jaar 1950. Toen hij in 1955 naar New York verkaste was dit voornamelijk om aan het conservatorium te gaan studeren, maar hij kwam in een café in de positie om met zijn saxofoon in de huisband te spelen. Niet veel later vormde hij zijn eigen band met zijn broer en tekende een contract bij het Savoy jazz label. Zijn speelstijl op de alto saxofoon viel op bij Miles Davis en hij werd opgenomen in diens groep. Als gunst speelde Davis mee in Adderley’s kwintet, wat resulteerde in de jazzklassieker Somethin’ Else.

Net als op het een jaar later verschenen Kind of Blue bestaat de band uit de tweekoppige hoornsectie van Davis en Adderley, met daarnaast Art Blakey op drums, Hank Jones op de piano en Sam Jones op de bass. De overeenkomsten komen ook terug in de kalme muzikale stijl, de heldere lijnen en het verfijnde spel. De kleurrijke compositie Autumn Leaves laat zich lezen als een schilderij, elk klank voegt een kleur toe aan het geheel, een korte aanraking een spat op het doek. Het is een compositie waar niet alleen de klasse van Adderley en Davis vanaf straalt, maar ook de groep als geheel elke muzikale lijn perfect vormgeeft. Improviserend, maar toch ook helder, zoals de titeltrack Somethin’ Else van Miles Davis. De ideeën van elk persoon worden ingevuld met de instrumentatie van de ander, de klasse spat er vanaf. In het nummer beantwoorden Davis en Adderley elkaar afwisselend op de alto saxofoon en trompet, waarbij de stukken steeds indrukwekkender en grootser worden. One for Daddy-O begint rustgevend, maar weet zich dan ook langzaam te pakken in de verschillende solo’s, al doet Miles hier een stapje terug in zijn improviserende stijl. Een topstuk uit de jazz en met twee zeer gewaardeerde muzikanten aan het front genietbaar van begin tot eind.

4,5*

Afkomstig van Platendraaier.

avatar

Gast
geplaatst: vandaag om 19:48 uur

avatar

geplaatst: vandaag om 19:48 uur

Let op: In verband met copyright is het op MusicMeter.nl niet toegestaan om de inhoud van externe websites over te nemen, ook niet met bronvermelding. Je mag natuurlijk wel een link naar een externe pagina plaatsen, samen met je eigen beschrijving of eventueel de eerste alinea van de tekst. Je krijgt deze waarschuwing omdat het er op lijkt dat je een lange tekst hebt geplakt in je bericht.

* denotes required fields.