Vreemde gedachte dat Pim Koopman (1953-2009), die op dit album zo'n prominente rol had als componist, net zo oud is geworden als ik op dit moment ben: 56 jaar jong. Een bourgondische hartelijke man en musicus in hart en nieren. Maar ook: onrustig en gedreven. Hij leed regelmatig aan paniekaanvallen en kneep er dan even tussenuit. Bij Kayak vanaf het eerste uur en na dit album verliet hij de band om bij de reünie in 2000 weer aan te sluiten. Voor EMI werd hij een producer van formaat, ontdekker van o.a. Maywood, en later: stemacteur.
Deze Pim dus leverde voor The Last Encore maar liefst 6 van de 12 songs. Koopman kon tegenwicht bieden aan Ton Scherpenzeel, die het druk had met trouwen en een huisje bouwen. Hij had een bijzonder goed gevoel voor liedjes schrijven en kon een 3 minutensong maken met kop en staart, die je de hele dag door het hoofd bleef zingen. Do You Care is zeker zo'n song met singlepotentie. Maar ook langere, meer uitgesponnen rocknummers, met dramatische diepgang zoals: Still My Heart Cries for You en Evocation. Het korte slotnummer Well Done droeg Koopman op aan zijn moeder. Ze overleed onverwacht toen Pim amper 20 jaar oud was.
The Last Encore is nog volop een progressief rockalbum. Hierna zouden jaren volgen met een meer popgericht geluid. Mogelijk heeft Pim wel eens spijt gehad van zijn vertrek in 1976. Hier nog maar 23 jaar. Meer dan wie ook had hij het in zich pop en rock op aantrekkelijke wijze te verenigen. Een groot producer in de dop.
Het album heeft een bijzondere sfeer. Zwaar, wat gedragen en klassiek tijdloos en mogelijk koos Scherpenzeel er daarom voor een luchtige toon aan te slaan met het kolderieke Love Me Tonight / Get on Board als intermezzo. Een beetje geforceerd, achteraf. Waren de voorgaande albums sterk beïnvloed door het sferische mellotron geluid van de progressieve rock in die beginjaren, nu was de productie wat minder dicht gesmeerd en namen vooral piano en studio-orkest een opvallende plaats in. De goede opname maakt dit album ook voor de audiofiele luisteraar een belevenis.
Het album werd opgenomen in Brussel, met technicus Alan Ward in mei, juni en juli 1976. Het moet een soort vakantie geweest zijn voor de bandleden. In het luxe hotel werden regelmatig kussengevechten gehouden en ging het er ontspannen aan toe. Bij de labelwissel van EMI naar Phonogram werden kosten noch moeite gespaard om de band een succesvol vervolg te geven. Een succes werd dit album echter niet. Maar Phonogram zou geen spijt krijgen. Hierna zouden Starlight Dancer (1977) en vooral Phantom of the Night (1978) het heel goed doen bij het platen kopend publiek.